NGV-Geonieuws 90 artikel 552

NGV-Geonieuws: elektronisch geologisch tijdschrift


1 April 2005, jaargang 7 nr. 7 artikel 552

Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon
Geologisch Instituut, Adam Mickiewicz Universiteit, Poznan (Polen)

Dit artikel is onderdeel van NGV-Geonieuws uitgave 90! Op de huidige pagina is alleen artikel 552 te lezen.

<< Vorig artikel: 551 | Volgend artikel: 553 >>

552 Grootste massauitsterving vond niet abrupt maar geleidelijk plaats
Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon

Klik hier voor alle artikelen over Paleontologie, Fossielen & Uitstervingen !     Klik hier om dit artikel af te drukken !

Op de grens van Perm en Trias, 251 miljoen jaar geleden, vond de grootste massauitsterving plaats die we kennen uit de aardgeschiedenis. Over de oorzaak bestaan tal van hypotheses, maar een algemeen geaccepteerde verklaring is er niet. Uiteraard zijn er diverse hypotheses die uitgaan van een plotselinge wereldwijde catastrofe, zoals die ook ontstond na de inslag van een grote meteoriet op de grens tussen Krijt en Tertiair. Een dergelijke catastrofe lijkt echter niet langer te verdedigen, nu een internationaal team van onderzoekers systematisch is nagegaan hoe de uitsterving verliep, althans voor op het land levende grote gewervelde dieren (die het meest kwetsbaar voor catastrofes lijken).


De sedimenten op de P/T-grens zijn prachtig gelamineerd doordat gravende organismen daar al waren uitgestorven


Schedel van een kleine Cynodont (nog in de rots) die de overgang Perm/Trias overleefde als soort


Ze onderzochten daartoe het uitsterven van deze dieren op vijf locaties in het Karoo Bekken in Zuid-Afrika. Dit Bekken, met een enorme uitgestrektheid, bevat sedimenten die uit het Perm tot in het Trias doorlopen. Er bestaat in dit bekken een zeer goede magnetostratigrafie (gebaseerd op ompolingen van het aardmagnetisch veld), waardoor ook sedimenten uit ver van elkaar verwijderde gebieden zijn te correleren. Deze sedimenten bestaan vooral uit zandsteen en schalies die door meanderende rivieren werden afgezet. In deze rivierafzettingen komen relatief veel resten van grote vertebraten voor. In de loop van hun 7-jarig onderzoek vonden de onderzoekers onder meer 126 schedels in de stratigrafische nabijheid van de P/T-grens. Dit materiaal gebruikten ze, samen met eerder gepubliceerde gegevens, om na te gaan wanneer bepaalde soorten of groepen uitstierven.

Ze vonden daarbij dat de fauna lang aan het eind van het Perm lang (zeker zoín 10 miljoen jaar) behoorlijk stabiel bleef. In de bovenste 50 m van de pakketten met een Perm-ouderdom verandert dat echter: er traden toen duidelijk meer uitstervingen op. Hoe veel tijd er met de afzetting van die 50 m was gemoeid, hebben de onderzoekers niet precies kunnen vaststellen, maar ze zijn er van overtuigd dat het om een tijdsinterval van 10.000-1.000.000 jaar gaat. Na dit interval, waarin het voortbestaan van de grote gewervelde dieren kennelijk behoorlijk onder druk stond, volgt er een extra sterke uitsterving op de P/T-grens zelf.

Op basis van dit patroon menen de onderzoekers dat er geen sprake kan zijn van een plotselinge ramp, maar dat de leefomstandigheden door een langdurig opererende factor bemoeilijkt werden, waarbij een intensivering van dat proces op de P/T-grens uiteindelijk voor een massale uitsterving zorgde. Ook is het mogelijk dat op de P/T-grens een drempelwaarde werd overschreden, waardoor het voortbestaan van zeer veel diergroepen onmogelijk werd. De inslag van een meteoriet lijkt daarom uitgesloten. een Een lange periode van grote vulkanische activiteit zou daarentegen wel goed mogelijk zijn, waarbij verminderde zonne-instraling (doordat as het zonlicht weerkaatste en aerosolen het zonlicht absorbeerden) en zure regen het milieu deden verslechteren. Hierbij is opmerkelijk dat de grote basaltuitvloeiingen in SiberiŽ omstreeks de P/T-grens plaatsvonden.

Dat vulkanisme zou, via zure regen, niet alleen het milieu op het land hebben aangetast, maar uiteraard ook de zee. Inderdaad wijzen analyses van het uitsterven van mariene organismen bij Meishan (China) ook op langzaam verslechterende omstandigheden, met een fataal hoogtepunt op de P/T-grens.

Referenties:
  • Kerr, R.A., 2005. Fossil count suggests biggest die-off wasnít due to a smashup. Science 307, p. 335.
  • Ward, P.D., Botha, J., Buick, R., Kock, M.O. de, Erwin, D.H., Garrison, G.H., Kirschvink, J.L. & Smith, R., 2005. Abrupt and gradual extinction among Late Permian land vertebrates in the Karoo Basin, South Africa. Science 307, p. 709-714.

Fotoís welwillend ter beschikking gesteld door Peter Ward, Department of Biology, University of Seattle, Seattle (Verenigde Staten van Amerika).


Copyright © NGV 1999-2017
webmaster@geologischevereniging.nl