NGV-Geonieuws 91 artikel 558

NGV-Geonieuws: elektronisch geologisch tijdschrift


15 April 2005, jaargang 7 nr. 8 artikel 558

Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon
Geologisch Instituut, Adam Mickiewicz Universiteit, Poznan (Polen)

Dit artikel is onderdeel van NGV-Geonieuws uitgave 91! Op de huidige pagina is alleen artikel 558 te lezen.

<< Vorig artikel: 557 | Volgend artikel: 559 >>

558 Moho blijkt (opnieuw) ongrijpbaar
Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon

Klik hier voor alle artikelen over Geofysica ! Klik hier voor alle artikelen over het Inwendige van de Aarde !     Klik hier om dit artikel af te drukken !

De grens tussen aardkorst en aardmantel wordt al tientallen jaren gezocht. Dat er zo’n grens moet bestaan, is duidelijk: uit geofysisch onderzoek blijkt een sterke discontinuļteit op te treden op gewoonlijk enkele kilometers onder de bodem van de diepzee en op gemiddeld enkele tientallen kilometers onder de continenten. Deze discontinuļteit, die de 'Mohorovicic-discontinuļteit', of kortweg 'moho' wordt genoemd, moet veroorzaakt worden door een plotselinge verandering in de gesteentekarakteristieken. Algemeen wordt aangenomen dat de aardmantel veel olivijn en daarmee verwante mineralen bevat. Er is inderdaad ook - olivijnrijk - materiaal bekend dat geacht wordt afkomstig te zijn van vulkanische activiteit die zijn wortels in de aardmantel heeft.

Boringen tot tientallen kilometers diepte, waarmee de moho onder de continenten zou kunnen worden gevonden, hebben tot nu toe gefaald. Er zijn sinds 1960 diverse pogingen gewaagd op plaatsen waar de moho relatief ondiep ligt (zoals op het Kola-schiereiland), maar al die pogingen moesten vanwege technische problemen (hoge temperatuur en druk!) worden gestaakt voordat de moho was bereikt. Toen er, dankzij de oliewinning op zee, meer ervaring kwam met diepe boringen op zee, is men daarom gaan proberen om de moho onder de relatief dunne oceanische korst aan te boren. De meest recente poging leek succes op te gaan leveren.


De 'Joides Resolution', het onderzoekschip waarmee de vergeefse boring naar de Moho werd verricht

Seismisch onderzoek had uitgewezen dat de moho op een locatie nabij de mid-oceanische rug in het noordelijke deel van de Atlantische Oceaan op een diepte zat van slechts zo’n 700 m, hooguit een kilometer. Op basis van die gegevens is ter plaatse een boring gezet vanaf het onderzoeksschip JOIDES Resolution. Het boren verliep zeer voorspoedig, maar de moho bleek ongrijpbaar: op 700 m diep onder de zeebodem werd geen mantelmateriaal aangeboord, op een kilometer diep nog steeds niet, en zelfs op 1415 m diepte (bereikt na 14 maanden boren) was er geen spoor van de moho te bekennen.


De Moho vormt de grens tussen de oceanische korst (groen) en de continentale korst (bruin) enerzijds en de aardmantel (donkerblauw) anderzijds

Voor de deskundigen is deze gang van zaken een raadsel. Men gaat er - bij gebrek aan beter - voorlopig maar van uit dat de aarde gecompliceerder is opgebouwd dan tot nu toe op basis van geofysische gegevens werd aangenomen. Wellicht ook heeft het uitgevoerde 2-D seismische onderzoek een zeer lokale verdieping van de moho niet kunnen vaststellen, en is juist op die diepe plaats geboord. Voorlopig is het boorwerk gestopt. De pogingen om de moho aan te boren zullen echter zeker niet worden opgegeven. Of een volgende poging zal doorgaan waar de laatste boring is opgehouden, of dat er een boring op een nieuwe locatie zal worden gezet, is echter nog onbekend.

Referenties:
  • Kerr, R.A., 2005. Pursued for 40 years, the Moo evades ocean drillers once again. Science 307, p. 1707.


Copyright © NGV 1999-2017
webmaster@geologischevereniging.nl