NGV-Geonieuws 93 artikel 569

NGV-Geonieuws: elektronisch geologisch tijdschrift


15 Mei 2005, jaargang 7 nr. 10 artikel 569

Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon
Geologisch Instituut, Adam Mickiewicz Universiteit, Poznan (Polen)

Dit artikel is onderdeel van NGV-Geonieuws uitgave 93! Op de huidige pagina is alleen artikel 569 te lezen.

<< Vorig artikel: 568 | Volgend artikel: 570 >>

569 Feldsbiss mogelijk gereactiveerd door afsmelten van ijskap
Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon

Klik hier voor alle artikelen over Structurele geologie, (Plaat)tektoniek & Aardbevingen !     Klik hier om dit artikel af te drukken !

De Feldbiss is een van de belangrijkste Nederlandse breuken. Hij maakt deel uit van het breuksysteem van de Roerdalslenk, waarin ook nu nog regelmatig verticale verplaatsingen optreden. Een en ander hangt samen met een reksysteem waarvan de laatste fase in het Laat-Oligoceen begon. De Feldbiss (in feite niet één breuklijn maar, zoals gewoonlijk, een patroon van min of meer evenwijdige, zich vertakkende breuken; hiertoe behoren onder andere de Geleenbreuk en de Heerlerheidebreuk) begrenst de Roerdalslenk aan de zuidzijde, waar de Ardennen en het opgeheven Limburgblok liggen.


Samengestelde foto van de westelijke wand van de sleuf door de Feldbiss

Om een beter inzicht te krijgen in de recente activiteit van de Feldbiss ten westen van Sittard is een uitgebreid geomorfologisch onderzoek uitgevoerd, dat is aangevuld met boorgegevens en geoelektrische metingen. Er was al bekend dat de Feldbiss als geheel gedurende het Midden- en Laat-Pleistoceen een gemiddelde verplaatsing vertoonde van 41-47 mm per duizend jaar; voor de individuele breuken was dat 10-35 mm. Om na te gaan hoe een en ander op regionale schaal plaatsvindt, werden twee sleuven gegraven, een door de Geleenbreuk, en een door de hoofdbreuk. De onderzoekers concluderen uit de verstoringen die zichtbaar waren in de sleuf door de Geleen-breuk dat de verplaatsingen langs die breuk het gevolg zijn van creep langs de breuk. De breukactiviteit nam omstreeks 15.000-10.000 jaar geleden plotseling tijdelijk toe. De resultaten uit de sleuf door de Feldbiss waren veel interessanter.


Interpretatie van de westelijke wand van de sleuf door de Feldbiss

In deze sleuf werden geen structuren aangetroffen die wijzen op aardbevingen met daaruit voortkomende vervloeiingen van het sediment. De verplaatsingen die langs de breuk ter plaatse optraden, waren kennelijk vooral geleidelijk van aard. Ook hier lijkt het echter mogelijk dat zo’n 15.000 jaar geleden een of meer matige tot aanzienlijke aardbevingen optraden, zonder dat dat overigens leidde tot breukvorming aan het aardoppervlak (de meeste aardbevingen in dit gebied hebben een hypocentrum op 10-20 km diepte). Deze beving(en) moet(en) worden beschouwd als uitzonderlijk, want ze vormen het enige tektonische hoogtepunt in een verder rustige periode van 50.000 jaar.

Een vergelijking met gegevens uit omringende gebieden suggereert dat plaats en tijdstip van deze gebeurtenis verband houden met het terugtrekken van de landijskap die zich vanuit het noorden tot ongeveer Nijmegen uitstrekte. De door het terugtrekken van het ijs verminderde druk zou een spanningsveld hebben veroorzaakt dat, gesuperponeerd op het grotere spanningsveld dat de Beneden-Rijndalslenk in zijn totaliteit kende, tot de plotseling sterke breukvorming leidde gedurende de beginfase van de terugtrekking van het ijs.

Referenties:
  • Houtgast, R.F., Balen, R.T. van & Kasse, C., 2005. Late Quaternary evolution of the Feldbiss Fault (Roer Valley rift system, the Netherlands) based on trenching, and its potential relation to glacial unloading. Quaternary Science Reviews 24, p. 491-510.

Figuren welwillend ter beschikking gesteld door Ronald van Balen, Vakgroep Kwartairgeologie en Geomorfologie, Vrije Universiteit, Amsterdam.


Copyright © NGV 1999-2017
webmaster@geologischevereniging.nl