NGV-Geonieuws 94 artikel 573

NGV-Geonieuws: elektronisch geologisch tijdschrift


1 Juni 2005, jaargang 7 nr. 11 artikel 573

Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon
Geologisch Instituut, Adam Mickiewicz Universiteit, Poznan (Polen)

Dit artikel is onderdeel van NGV-Geonieuws uitgave 94! Op de huidige pagina is alleen artikel 573 te lezen.

<< Vorig artikel: 572 | Volgend artikel: 574 >>

573 Oudst bekende vleeseter stamt uit het Precambrium
Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon

Klik hier voor alle artikelen over Paleontologie, Fossielen & Uitstervingen !     Klik hier om dit artikel af te drukken !

Dieren - en zeker roofdieren - worden gewoonlijk gezien als organismen die zich vrij kunnen bewegen. Niet alle dieren zijn echter vrij om te gaan en te staan waar ze willen: zeelelies (crinoÔden) en koralen zijn ook bij geologen bekende voorbeelden van dieren die onlosmakelijk aan hun ondergrond zijn verbonden. Dat blijkt een eigenschap te zijn die al vroeg bestond: in het Precambrium kwam al een (roof)dier voor dat, net als zeelelies, in zijn ondergrond was 'geworteld'. Wat die ondergrond was, is niet helemaal duidelijk, maar het lijkt erop dat die organisch was; uit die organische massa (die ofwel een soort 'moederlichaam' kan zijn geweest ofwel een massa van bijvoorbeeld bacteriŽn of kolonievormende algen) kwamen duidelijk individuele exemplaren tevoorschijn.


Kolonie van kokers van Corumbella werneri, ontspruitend aan 1 individu

Het gaat om een organisme (Corumbella werneri) dat voor het eerst in 1982 werd beschreven, maar waaraan nu een nieuwe interpretatie wordt gegeven. Het dier wordt beschouwd als behorend tot het fylum van de Cnidaria (klasse Scyphozoa), en het maakt deel uit van de matig diverse fauna die gevonden is in de Laat-Precambrische CorumbŠ Groep in West-BraziliŽ. Binnen deze fauna is Corumbella werneri het meest voorkomende macrofossiel. Een ander fossiel dat voorkomt in de 8-100 m dikke uit kalksteen (met een interval van tuf) bestaande ca. 570 miljoen jaar oude Tamango Formatie, onderdeel van de CormbŠ Groep, is een klein kegelvormig schelpje (Cloudina). Deze twee dieren maken het mogelijk om de fauna te correleren met de Ediacara-fauna die inmiddels van tal van plaatsen op aarde uit het Laat-Cambrium bekend is, maar die voornamelijk bestaat uit afdrukken van dieren die geen harde bestanddelen hadden.


Detail van een individuele koker met schroefvormige draaiing

Exemplaren van het geslacht Corumbella scheidden materiaal af waardoor een nauw, langgerekt, vierzijdig symmetrisch buisje ontstond; de buisjes werden tot 80 mm lang en hadden een maximale doorsnede van 20-25 mm. Gezien de vorm waarin de fossiele buisjes zijn aangetroffen, moeten ze heel flexibel zijn geweest. Het nu beschikbaar gekomen materiaal maakte een betere analyse van deze buisjes mogelijk. Daaruit blijkt een grote gelijkenis met het huidige geslacht Stephanoscyphus, die ook tot de Cnidaria behoort. Waar Corumbella echter eerder werd beschouwd als behorend tot een groep die niet jaagt (hij werd door de oorspronkelijke ontdekkers verwant geacht met de zeepennen), wordt hij nu ingedeeld bij een groep die dat wel doet. Het ging volgens de nieuwe interpretatie, die mede op de vergelijking metStephanoscyphus is gestoeld, om een vleeseter (die alleen wel moest wachten totdat zijn prooidieren binnen bereik waren gekomen). Welke prooidieren Corumbella ving, is overigens vooralsnog onbekend; het is waarschijnlijk dat het om kleine, vrij zwemmende diertjes ging, mogelijk microplankton.

Er zijn al wel eerder aanwijzingen gevonden dat de kundigheid om een prooi te vangen een belangrijke rol speelde bij de evolutie binnen het dierenrijk in het Laat-Precambrium. Er zijn echter nooit eerder Precambrische organismen aangetroffen waarvan met grote zekerheid kon worden vastgesteld dat het vleeseters waren. Nu lijkt het bewijs daarvoor geleverd.

Referenties:
  • Babcock, L.E., Grunow, A.M., Sadowski, G.R. & Leslie, S.A., 2005. Corumbella, an Ediacaran-grade organism from the Late Neoproterozoic of Brazil. Palaeogeography, Palaeoclimatology, Palaeoecology 220, p. 7-18.
  • Hahn, G., Hahn, R., Leonardos, O., Pflug, H.D. & walde, D.H.G., 1982. KŲrperlich erhaltene Scyphozoen-reste aus dem Jungprškambrium Brasiliens. Geologica et Paleontologica 16, p. 1-18.

Figuren welwillend ter beschikking gesteld door Loren Babcock, Department of Geological sciences, Ohio State University, Columbus, OH (Verenigde Staten van Amerika).


Copyright © NGV 1999-2017
webmaster@geologischevereniging.nl