NGV-Geonieuws 95 artikel 578

NGV-Geonieuws: elektronisch geologisch tijdschrift


15 Juni 2005, jaargang 7 nr. 12 artikel 578

Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon
Geologisch Instituut, Adam Mickiewicz Universiteit, Poznan (Polen)

Dit artikel is onderdeel van NGV-Geonieuws uitgave 95! Op de huidige pagina is alleen artikel 578 te lezen.

<< Vorig artikel: 577 | Volgend artikel: 579 >>

578 Waarom de Alpengletsjers groeiden toen het warmer werd na de Kleine IJstijd
Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon

Klik hier voor alle artikelen over Glaciologie !     Klik hier om dit artikel af te drukken !

Momenteel zien we bijna overal ter wereld dat gebergtegletsjers kleiner worden. Dat wordt toegeschreven aan de temperatuur van de atmosfeer, die op aarde is gestegen sinds het begin van de industriële revolutie. Er was overigens al langer sprake van krimpende gletsjers, en wel sinds het einde van de zogeheten Kleine IJstijd, die van ongeveer de vijftiende tot de negentiende eeuw duurde (de zeventiende eeuwse schilderijen van Hollandse 'ijspret' zijn daarvan een bekend gevolg). Het merkwaardige is echter dat, toen aan het einde van de Kleine IJstijd de temperatuur begon te stijgen, de gletsjers in de Alpen aangroeiden. Dat verschijnsel wordt wel de 'paradox van het einde van de Kleine IJstijd' genoemd, en een goede verklaring ervoor bestond niet.



Er is overigens veel meer onduidelijk omtrent de Kleine IJstijd, hoewel uit die tijd - althans in Europa - nauwkeurige waarnemingen bekend zijn. Zo is, ondanks de talrijke historische bronnen, nog steeds niet goed bekend wanneer deze koude periode begon en wanneer hij eindigde: dat lijkt van plaats tot plaats sterk te kunnen verschillen. Bovendien lijkt de afkoeling op het noordelijk halfrond minimaal te zijn geweest: naar schatting was de temperatuurdaling ten opzichte van de voorafgaande vier eeuwen niet meer dan zo’n 0,2 °C. Dat is onvoldoende om het regelmatig dichtvriezen - gedurende talrijke wintermaanden - van meren en rivieren in Nederland te verklaren, en evenmin kan daarmee de sterke groei van de Alpengletsjers worden verklaard.


De St. Sorlin-Gletsjer nam flink in omvang af door de temperatuurstijging tussen 1904 (boven) en 2001 (onder)

Voor de Alpen komt daar nog eens bij dat de temperatuur in de Alpen pas in het begin van de twintigste eeuw weer begon te stijgen, duidelijk tientallen jaren nadat dat bijna overal elders het geval was. Niettemin begonnen de Alpengletsjers zich al in het midden van de negentiende eeuw terug te trekken. Kennelijk was er in de Alpen langdurig sprake van afwijkende klimaatomstandigheden.

Het merkwaardigste is echter de uitbreiding van de Alpengletsjers op het einde van de Kleine IJstijd, tussen 1760 en 1830. Dat probleem is nu door enkele medewerkers van het Glaciologisch en Geofysisch Laboratorium voor het Milieu in Saint Martin d’Hères (Frankrijk) aangepakt. Ze bepaalden daartoe de fluctuaties in de massabalans van gletsjers in de diverse Alpenlanden, waarbij gegevens in detail werden uitgewerkt voor de Argentière, de Sarennes en de Saint Sorlin gletsjers. Het blijkt dat, als rekening wordt gehouden met locatiespecifieke omstandigheden, de fluctuaties in de massabalans van de gletsjers gedurende de onderzochte halve eeuw zeer goed overeenstemmen, wat wijst op een gemeenschappelijke klimatologische achtergrond voor deze fluctuaties.

Met het oog daarop zijn de neerslaggegevens en de temperatuurschommelingen precies nagegaan, rekening houdend met veranderingen in het ijsoppervlak van de gletsjers; deze gegevens zijn modelmatig verwerkt. Daaruit blijkt dat in de onderzochte periode de zomertemperatuur inderdaad steeg, terwijl de gletsjers aangroeiden. Dat blijkt te wijten te zijn aan een toename van de neerslag met ten minste 25% tijdens het winterseizoen; deze extra sneeuwval was groter dan de extra afsmelting die de temperatuurstijging veroorzaakte. Dat resulteerde in de (tijdelijke) netto-aangroei van de Alpengletsjers.

Referenties:
  • Vincent, Chr., Meur, E. le & Six, D., 2005. Solving the paradox of the end of the Little Ice Age in the Alps. Geophysical Research Letters 32, doi:10.1029/2005GL022552, 4 pp.

Foto 1904: Paul Helbronner.
Foto 2001: M. Gidon. illustratiesuggestie: zie bijgevoegde twee elektronische figuren (alpen-St.Sorlin).


Copyright © NGV 1999-2017
webmaster@geologischevereniging.nl