NGV-Geonieuws 96 artikel 581

NGV-Geonieuws: elektronisch geologisch tijdschrift


1 Juli 2005, jaargang 7 nr. 13 artikel 581

Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon
Geologisch Instituut, Adam Mickiewicz Universiteit, Poznan (Polen)

Dit artikel is onderdeel van NGV-Geonieuws uitgave 96! Op de huidige pagina is alleen artikel 581 te lezen.

<< Vorig artikel: 580 | Volgend artikel: 582 >>

581 Ouderdom aardolie kan nu radiometrisch worden bepaald
Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon

Klik hier voor alle artikelen over Dateringen ! Klik hier voor alle artikelen over Olie, Gas & Mijnbouw !     Klik hier om dit artikel af te drukken !

De speurtocht naar aardolie wordt steeds lastiger: om nieuwe olievelden te vinden is steeds meer inzicht nodig in de ontstaanswijze en in de processen die bij de vorming van die velden een rol spelen. Een van die processen is de migratie van olie uit het oliemoedergesteente naar het reservoirgesteente. Wanneer die migratie optrad, was gewoonlijk niet vast te stellen. Daarmee kon ook de vraag uit welk gesteente de olie oorspronkelijk afkomstig was, gewoonlijk niet worden beantwoord. Een nieuwe aanpak van dit probleem door twee jonge medewerkers van de Universiteit van Alberta, David Selby en Robert Creaser, maakt het nu mogelijk om het tijdstip van migratie vast te stellen.


Mijn in de Athabasca Teerzanden

In de aardkorst komen de elementen rhenium (Re) en osmium (Os) in uiterst geringe hoeveelheden voor. Ze worden echter in een iets hogere concentratie opgenomen in organische verbindingen wanneer die worden afgezet in een sterk reducerend milieu dat rijk is aan organisch materiaal. De verhouding tussen de isotopen Re-187 en Os-188 verandert in de loop der tijd, door de verschillende halfwaardetijden van deze isotopen. Tegelijkertijd verandert de verhouding tussen de isotopen Os-187 en Os-188. Door beide verhoudingen te bepalen kan de ouderdom van het bemonsterde materiaal worden vastgesteld, waarmee ook de oorspronkelijke verhouding tussen de isotopen Os-187 en Os-188 kan worden vastgesteld. Die verhouding geeft aan wanneer het bemonsterde materiaal voor het laatst mobiel was. Zo wordt dus het tijdstip van migratie (van bijv, aardolie) gedateerd.


Boorkernen uit meersedimenten met veel koolwaterstoffen

De onderzoekers hebben een dergelijke analyse uitgevoerd voor de teerzanden in Canada, die extreem grote hoeveelheden koolwaterstoffen (in de vorm van zeer dikke olie) bevatten. Ze komen tot de conclusie dat de 'teer' in deze zogeheten Athabasca tarsands 112 (plus of min 5,3) miljoen jaar geleden moet zijn ontstaan. Deze ouderdom is veel hoger dan tot nu toe werd aangenomen (ca. 60 miljoen jaar). Ook konden ze vaststellen dat de koolwaterstoffen uit eenzelfde moedergesteente afkomstig zijn (het zou gaan om een moedergesteente van ca. 200 miljoen jaar oud); ook dat is in tegenstelling tot de talrijke bronnen die tot nu toe werden aangenomen.

De nieuwe dateringsmethode is niet alleen van groot commercieel belang omdat iedere extra informatie kan bijdragen aan minder (kostbare) proefboringen, maar ook van wetenschappelijk belang, omdat oliemigratie iets vertelt over de toestand van de bovenste aardkorst.

Referenties:
  • Schaefer, B.F., 2005. When do rocks become oil? Science 308, p. 1267-1268.
  • Selby, D. & Creaser, R.A., 2005. Direct radiometric dating of hydrocarbon deposits using rhenium-osmium isotopes. Science 308, p. 1293-1295.

Foto’s welwillend ter beschikking gesteld door David Selby, Department of Earth and Atmospheric Science, University of Alberta, Edmonton (Canada).


Copyright © NGV 1999-2017
webmaster@geologischevereniging.nl