NGV-Geonieuws 96 artikel 585

NGV-Geonieuws: elektronisch geologisch tijdschrift


1 Juli 2005, jaargang 7 nr. 13 artikel 585

Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon
Geologisch Instituut, Adam Mickiewicz Universiteit, Poznan (Polen)

Dit artikel is onderdeel van NGV-Geonieuws uitgave 96! Op de huidige pagina is alleen artikel 585 te lezen.

<< Vorig artikel: 584 | Volgend artikel: 586 >>

585 Stalagmiet toont verband aan tussen moesson en zonneactiviteit
Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon

Klik hier voor alle artikelen over Astronomie ! Klik hier voor alle artikelen over (Paleo)Klimaat !     Klik hier om dit artikel af te drukken !

Het wordt steeds duidelijker dat variaties in de zonneactiviteit grote invloed hebben op ons klimaat: een veel grotere invloed dan tot voor kort werd aangenomen. Wel werd al lang aan een zeker verband gedacht, maar het bleek uiterst moeilijk om daarvoor harde bewijzen te leveren, en de achterliggende oorzaak voor zo'n verband bleek al helemaal moeilijk vast te stellen. Historische waarnemingen bleken onvoldoende eenduidig, totdat de schat aan informatie die via satellieten kon worden vergaard uitkomst bood.


Doorsnede door de stalagmiet die 9000 jaar invloed van zonneactiviteit op moessons aantoont


De stalagmieten zijn vaak veel groter dan de onderzoekers


Mede dankzij die satellietwaarnemingen is inmiddels duidelijk geworden dat de zonneactiviteit op ten minste n aspect van het klimaat direct invloed uitoefent: de moessonwinden die in de tropen veel regen vanuit zee brengen. Hoewel het oorzakelijk verband nog steeds onduidelijk is, stapelen de bewijzen ervoor zich op. Onlangs werd een stalagmiet uit de Dongge Grot in Zuid-China in dat kader geanalyseerd. De meterlange stalagmiet werd gedurende de laatste 9000 jaar gevormd, en is opgebouwd uit carbonaatlaagjes van ca 0,1 mm dik, die als een soort jaarringen zijn te beschouwen. De verhouding tussen de zuurstofisotopen in deze laagjes weerspiegelt diezelfde verhouding in de regen; hoe groter het relatieve aandeel is van lichte zuurstofisotopen, hoe natter de zomermoesson was. Op deze basis konden de onderzoekers het neerslagpatroon van de afgelopen 9000 jaar bepalen.


Een kijkje in de Dongge Grot

Ze vonden daarbij cycli van gemiddeld 558, 206 en 159 jaar (gesuperponeerd op allerlei kleine schommelingen). Opvallend is dat dezelfde cycli zijn terug te vinden in de C-14 concentraties in de groeiringen van bomen. Die fluctuaties in C-14 in planten wordt algemeen toegeschreven aan fluctuaties in de non-activiteit. Dat wijst er dus wel heel sterk op dat ook de neerslaghoeveelheid gedurende de zomermoesson in Oost-Azi door de nonactiviteit wordt bepaald.

Opvallend is ook dat de Aziatische moesson eenzelfde patroon in intensiteit vertoont als het klimaat in het noordelijk deel van de Atlantische Oceaan, dat kan worden gereconstrueerd op basis van de hoeveelheid stenen en gruis die via naar het zuiden drijvende ijsbergen afkomstig van de noordelijke ijskap op de oceaanbodem terechtkwamen. Ook de fluctuaties die blijken uit ijskernen op Groenland geven eenzelfde patroon aan. De onderzoekers opperen dat een en ander het gevolg kan zijn van veranderingen in het circulatiepatroon van zeestromen in het noordelijk deel van de Atlantische Oceaan; die zouden het patroon en de regenhoeveelheid in de Aziatische moesson hebben benvloed.

Referenties:
  • Kerr, R.A., 2005. Changes in the sun may sway the tropical monsoon. Science 308, p. 787.
  • Wang, Y., Cheng, H., Edwards, R.L., He, Y., Kong, X., An, Z., Wu, J., Kelly, M.J., Dykoski, C.A. & Li, X., 2005. The Holocene Asian monsoon: links to solar changes and North Atlantic climate. Science 308, p. 854-857.

Foto's welwillend ter beschikking gesteld door Hai Cheng, Department of Geology and Geophysics, Nanjing (China).


Copyright NGV 1999-2017
webmaster@geologischevereniging.nl