NGV-Geonieuws 97 artikel 586

NGV-Geonieuws: elektronisch geologisch tijdschrift


15 Juli 2005, jaargang 7 nr. 14 artikel 586

Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon
Geologisch Instituut, Adam Mickiewicz Universiteit, Poznan (Polen)

Dit artikel is onderdeel van NGV-Geonieuws uitgave 97! Op de huidige pagina is alleen artikel 586 te lezen.

<< Vorig artikel: 585 | Volgend artikel: 587 >>

586 Gravend zoogdier van 150 miljoen jaar geleden had merkwaardige eigenschappen
Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon

Klik hier voor alle artikelen over Paleontologie, Fossielen & Uitstervingen !     Klik hier om dit artikel af te drukken !

Nieuwe zoogdieren worden maar zelden aangetroffen. Dat geldt zowel voor recente als voor fossiele zoogdieren. Dat er relatief weinig fossiele zoogdieren bekend zijn, hangt nauw samen met het leven van de meeste zoogdieren op het land. De kans dat ze daar in een herkenbare vorm fossiliseren is klein (vaak worden ze als prooi gejaagd, en anders vallen ze gewoonlijk ten prooi aan aaseters). Als ze al de kans krijgen om te fossiliseren, dan wordt het gesteentepakket waarin ze zijn opgenomen vaak weer door erosie aangetast (continentale gebieden staan nu eenmaal bijna altijd bloot aan sterke erosie). Als gevolg daarvan is relatief weinig bekend over de ontwikkeling van de zoogdieren, wat misschien wel het duidelijkst tot uiting komt in de talrijke discussies over de evolutie van de mens.


Reconstructie van Fruitafossor windscheffeli
Tekening Mark A. Klinger

De vondst van een nieuwe fossiele zoogdiersoort leidt dan ook bijna altijd tot grote opwinding, want de meeste vondsten leiden tot nieuwe inzichten in de evolutie van de zoogdieren, en vaak blijken fossiele zoogdieren tot dan toe onvermoede kenmerken te hebben. Dat geldt zeker ook voor de vondst van een nieuw zoogdier uit het Laat-Jura (ca. 150 miljoen jaar geleden).


De Morrison Formatie op de vindplaats van het fossiel

Het zoogdier werd in 1998 gevonden in de Morrison Formatie even buiten het plaatsje Fruita in de Amerikaanse staat Colorado. Het skelet valt op door de sterke ontwikkeling van de voorpoten, die zonder twijfel moeten zijn gebruikt om te graven (het dier kreeg vanwege deze massieve 'armen' de koosnaam 'Popeye'). Zijn bouw wijkt echter duidelijk af, vooral in de schouderpartij, van de huidige mollen. Die lijkt veel meer op de schouderpartij van primitieve eierleggende zoogdieren zoals het vogelbekdier.

De graafcapaciteiten van zulke vroege zoogdieren waren onbekend. Volgens Dr. Luo gebruikte het dier zijn massieve armen en klauwen waarschijnlijk om ondergrondse termietenkolonies (en ongewervelde dieren zoals wormen) op te graven. Dat hij ook planten kon eten moest hem in leven houden als hij onvoldoende prooidieren kon vinden. Deze aanpassing komt bij zoogdieren vaker voor, maar werd nooit eerder bij zo’n oud fossiel aangetroffen, en ook in de 100 miljoen jaar daarna (nog) niet.

In diverse opzichten lijkt het dier op 'merkwaardige' huidige dieren. Dat geldt bijvoorbeeld voor zijn kiezen, die waarschijnlijk gedurende het hele leven continu bleven doorgroeien (en afslijten), zoals dat ook bij het gordeldier het geval is. Het gordeldier eet vooral insecten, kleine ongewervelde dieren en - soms - planten. Aangenomen mag worden dat het fossiele dier een vergelijkbaar dieet heeft gehad. Een tweede overeenkomst met het gordeldier is de extra verbinding die tussen de wervels bestaat. Deze was tot nu toe alleen bekend van het gordeldier en diens naaste verwanten: luiaards en miereneters. Voor het eerst is deze verbinding nu ook bij een fossiel zoogdier aangetroffen, wat de kijk op zoogdierevolutie sterk kan veranderen.

De nieuwe vondst is Fruitafossor windscheffeli gedoopt. De geslachtsnaam Fruitafossor is opgebouwd uit de naam van de plaats (Fruita) waar het skelet werd aangetroffen en het Latijnse woord fossor (graver). De soortnaam is gekozen ter ere van Wally Windscheffel, een vrijwillige medewerker van het Carnegie Museum, die het fossiel ontdekte. Het dier was ongeveer 15 cm groot en moet ongeveer 30 gram hebben gewogen.

Referenties:
  • Luo, Z.-X. & Wible, J.R., 2005. A Late Jurassic digging mammal and early mammal diversification. Science 308, p. 103-107.

Foto’s welwillend ter beschikking gesteld door Zhe-Xi Luo, Carnegie Museum of Natural History, Pittsburgh (Verenigde Staten van Amerika).


Copyright © NGV 1999-2017
webmaster@geologischevereniging.nl