NGV-Geonieuws 97 artikel 589

NGV-Geonieuws: elektronisch geologisch tijdschrift


15 Juli 2005, jaargang 7 nr. 14 artikel 589

Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon
Geologisch Instituut, Adam Mickiewicz Universiteit, Poznan (Polen)

Dit artikel is onderdeel van NGV-Geonieuws uitgave 97! Op de huidige pagina is alleen artikel 589 te lezen.

<< Vorig artikel: 588 | Volgend artikel: 590 >>

589 Vulkanische aslaag blijft na eeuw nog enorme hoeveelheid warmte afgeven
Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon

Klik hier voor alle artikelen over Vulkanologie !     Klik hier om dit artikel af te drukken !

Op 6-8 juni 1912 barstte de Novarupte uit, een vulkaan op het langgerekte schiereiland aan de zuidkant van Alaska. Met as beladen gloedwolken trokken door de nabij gelegen glaciale dalen en lieten daar hun spoor achter in de vorm van ignimbrieten, de asachtige, soms ook glasachtige, afzettingen van een gloedwolk die ook wel (verwarrend) als tuf worden beschreven. Na deze gebeurtenis konden in de nabij gelegen dalen duizenden fumarolen (stomende heetwaterbronnen) worden waargenomen. Die gaven het dalsysteem zijn naam: Valley of Ten Thousand Smokes (Dal van de 10.000 Rookpluimen). Pas zon 70 jaar na de uitbarsting waren de meeste fumarolen niet langer actief, maar wel werden in 1987 in een 15 m diepe insnijding in het midden van het dal, over een afstand van 300 m, nog hete bronnen aangetroffen. Het uitstromende water had een temperatuur van 20-30 C; chemische thermometers gaven aan dat dit water afkomstig moest zijn uit een 'reservoir' met temperaturen van 30-60 C. Dat wees erop dat de aslaag nog steeds warmte afgaf. Die warmteafgifte wordt nu geschat op 250 MW, dat is ongeveer gelijk aan enkele procenten van het totale elektriciteitsverbruik in Nederland.


De Novarupta, die in 1912 uitbarstte
Metingen gedurende een aantal jaren gaven een geleidelijke (zeer langzame) afname van de temperatuur te zien. Ook de chemie van het water bleek langzaam te veranderen. Op basis van de metingen kon Noor Hogeweg van de Universiteit van Utrecht, samen met drie collegas van de Amerikaanse Geologische Dienst, een model opstellen dat aangeeft welke temperatuurgeschiedenis het gebied sinds de uitbarsting van de Novarupta heeft gehad.


De Valley of Ten Thousand Smokes

Op basis van eerder onderzoek is aangenomen dat bij de uitbarsting in 1912 6-7 km3 van het uitgestoten magma niet als lava uitstroomde maar anderszins (in de vorm van gloedwolken of in de lucht uitgestoten materiaal) met een temperatuur van ca. 700 C uiteindelijk terechtkwam in de ignimbriet. De warmte-inhoud van het gehele pakket moet dan aanvankelijk zon 1019J hebben bedragen. In het begin moet het pakket snel veel warmte hebben afgegeven, vooral via water dat het pakket binnenstroomde en weer in de vorm van stoom verliet; in 1919 moet het warmteverlies in de orde van grootte van 20.000 MW zijn geweest. Als de warmteafgifte continue op dat niveau zou zijn gebleven, zou alle warmte in 15 jaar aan de omgeving zijn afgestaan. Die warmteafgifte nam in de jaren daarna echter snel af.

De afkoeling van het pakket gaat nog steeds door; de onderzoekers hebben uitgerekend dat de huidige warmte-inhoud van het pakket nog altijd zon 90% (1018J) van de oorspronkelijke waarde is. De afgifte van die warmte neemt nog steeds af, maar dat gebeurt langzaam. Daardoor zal een warmteafgifte van minder dan 100 MW nog vele tientallen jaren voortduren.

Referenties:
  • Hogeweg, N., Keith, T.E.C., Colvard, E.M. & Ingebritsen, S.E., 2005. Ongoing hydrothermal heat loss from the 1912 ash-flow sheet, Valley of Ten Thousand Smokes, Alaska. Journal of Volcanology and Geothermal Research 143, p. 279-291.

Foto van de Valley of Ten Thousand Smokes: United States Geological Survey.


Copyright NGV 1999-2017
webmaster@geologischevereniging.nl