NGV-Geonieuws 98 artikel 594

NGV-Geonieuws: elektronisch geologisch tijdschrift


1 Augustus 2005, jaargang 7 nr. 15 artikel 594

Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon
Geologisch Instituut, Adam Mickiewicz Universiteit, Poznan (Polen)

Dit artikel is onderdeel van NGV-Geonieuws uitgave 98! Op de huidige pagina is alleen artikel 594 te lezen.

<< Vorig artikel: 593 | Volgend artikel: 595 >>

594 Permo-Carbonische ijstijd suggereert resistentie van huidige leven in zee
Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon

Klik hier voor alle artikelen over Glaciologie !     Klik hier om dit artikel af te drukken !

Het huidige leven in zee zou wel eens relatief goed bestand kunnen zijn tegen factoren die normaliter tot uitsterving zouden leiden. Dat is de opzienbarende conclusie van een onderzoek - door een promovendus van de Johns Hopkins Universiteit in Baltimore (Verenigde Staten) - naar het uitsterven van diergroepen tijdens het voorlaatste ijstijdvak: zo'n 330-290 miljoen jaar geleden, op het einde van het Paleozo´cum.


De carbonische ijstijd heeft ook in Zuid-Afrika zijn sporen nagelaten

De promovendus, Matthew Powell, analyseerde de mate waarin in zee levende brachiopoden (schelpdieren met kleppen van ongelijke grootte, zoals oesters) evolueerden en uitstierven tijdens de Permo-Carbonische ijstijd, toen landijs gebieden bedekte tot op 35 graden van de evenaar. Tijdens die ijstijd, die dus veel uitgesprokener was dan het Pleistocene ijstijdvak dat tweemiljoen jaar geleden begon (maar dat - met afwisselingen van ijstijden en interglacialen - ook nog best enkele tientallen miljoenen jaren zou kunnen duren), stierven opvallend weinig mariene brachiopoden uit.


Een tot steen verworden keileem uit het Carboon van Zuid-A|frika

Powell voerde zijn analyse uit door een database op te bouwen waarin, voor gebieden op uiteenlopende breedtegraden, de patronen van evolutie en uitsterving gedurende het einde van het Paleozo´cum duidelijk worden. Het is de eerste keer dat er voor een geologisch tijdsinterval een dergelijke database tot stand is gebracht waarmee deze patronen van macroevolutie (evolutie op een taxonomisch niveau boven dat van geslachten) in beeld worden gebracht.

Uit de database blijkt dat vooral groepen brachiopoden die voornamelijk dichtbij de evenaar leefden, uitstierven, en dat ze in slechts relatief geringe aantallen werden opgevolgd door nieuwe groepen brachiopoden. Het verdwijnen van de meeste groepen die min of meer aan de evenaar gebonden waren, bood groepen waarvoor een warme zee niet nodig was, volop kans. De groepen die het minst aan een bepaalde breedtegraad waren gebonden, bleken het meest succesrijk.

Volgens Powell is dit patroon te verklaren doordat de brachiopoden die aan een smalle geografische breedtezone (bijv. de tropen) waren gebonden, het meest te lijden hadden van de extreme minimum- en maximumtemperaturen die op het einde van het Paleozo´cum optraden. De brachiopoden die slecht waren aangepast aan dergelijke sterke temperatuurschommelingen, stierven volgens Powell uit, al sluit hij niet uit dat de afwisseling van ijstijden en interglacialen samenhangende zeespiegelfluctuaties (die leidden tot vernietiging van bestaande leefgebieden) ook een rol hebben gespeeld.

Het ziet ernaar uit dat de meeste 'gevoelige' soorten al aan het begin van het ijstijdvak waren uitgestorven, en dat de soorten die zich gemakkelijk aan wisselende omstandigheden konden aanpassen, ook langdurig tijdens het ijstijdvak overleefden. Dat kan er volgens Powell op wijzen, zeker als de bevindingen voor brachiopoden ook opgaan voor andere diersoorten, dat het huidige zeeleven (dat al tweemiljoen jaar blootgesteld is aan een afwisseling van ijstijden en glacialen) relatief goed bestand is tegen uitsterven vanwege goede aanpassingsmogelijkheden aan veranderende omstandigheden. In hoeverre de veranderingen die worden veroorzaakt door menselijke activiteiten ook snel genoeg tot aanpassing van diergroepen kunnen leiden, weet Powell natuurlijk ook niet. Bezorgdheid over de invloed van de mens op het mariene milieu vindt hij dan ook alleszins op zijn plaats.

Referenties:
  • Powell, M.C., 2005. Climatic basis for sluggish macroevolution during the late Paleozoic ice age. Geology 33, p. 381-384


Copyright ę NGV 1999-2017
webmaster@geologischevereniging.nl