NGV-Geonieuws 101 artikel 601

NGV-Geonieuws: elektronisch geologisch tijdschrift


15 September 2005, jaargang 7 nr. 18 artikel 601

Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon
Geologisch Instituut, Adam Mickiewicz Universiteit, Poznan (Polen)

Dit artikel is onderdeel van NGV-Geonieuws uitgave 101! Op de huidige pagina is alleen artikel 601 te lezen.

<< Vorig artikel: 600 | Volgend artikel: 602 >>

601 Inslagen van hemellichamen te merken aan andere kant van de aarde
Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon

Klik hier voor alle artikelen over Astronomie ! Klik hier voor alle artikelen over het Inwendige van de Aarde ! Klik hier voor alle artikelen over Vulkanologie !     Klik hier om dit artikel af te drukken !

Op aarde komen 45 'hotspots' voor: plaatsen waar een grote warmtestroom vanuit het inwendige der aarde aanwezig is, soms gepaard met vulkanisme (in veel gevallen grootschalige basaltuitvloeiingen, in andere gevallen samenhangend met magma dat - vanaf grote diepte, namelijk vanuit de bovenste aardmantel - ver is opgestegen maar (nog?) niet tot vulkanische uitbarstingen heeft geleid. Van de 45 'primaire' (= meest geprononceerde) hotspots blijkt de helft (22) in 'paren' voor te komen, maar dan wel in bijzondere paren, n.l. op plaatsen recht tegenover elkaar op aarde. Daarbij moet overigens wel een correctie voor de verschuiving van de continenten worden toegepast, maar als de ouderdommen worden verrekend met de sinds het ontstaan afgelegde weg door continentverschuiving, blijken deze paren duidelijk op te treden. Dat het om echte paren gaat blijkt ook uit hun gelijke ouderdom, die maximaal 10 miljoen jaar verschilt.


Locaties van primaire hotspots (ronde zwarte punten), secundaire hotspots (driehoeken) en grote magmatische provincies (geel)

Dit kan geen toeval zijn: statistische berekeningen wijzen uit dat er een kans is van minder dan 1% dat het om toeval gaat. Daarbij komt nog een opmerkelijk feit: bij alle paren gaat het in tenminste een van de twee betrokken hotspots om een locatie in zee; bij de tegenoverliggende locatie is sprake van grote basaltuitvloeiingen of ander continentaal vulkanisme. Waar het gaat om paren hotspots die beide op een continent zijn gelegen, gaat het daarentegen nooit om dergelijke grote basaltuitvloeiingen op beide plaatsen.


De gepaarde primaire (rond) en secondaire (driehoeken) hotspots. Zwarte hotspots hebben een continentale 'partner', blauwe een oceanische

Jon Hagstrum heeft hiervoor een even interessante als intrigerende verklaring voor gevonden. Hotspots ontstaan in het algemeen door het abnormaal opsmelten van gesteentemassa van de aardmantel, vaak aan de ondergrens. Dat kan door 'willekeurige' oorzaken gebeuren; in die gevallen ontstaan hotspots die geen 'partner' hebben aan de tegenovergestelde zijde van de aarde. De reden voor het opsmelten van delen in de aardkorst zou kunnen zijn dat de aarde ter plaatse is getroffen door een groot hemellichaam, zoals dat gebeurde op de K/T-grens. Bij zoín inslag ontstaan grote schokgolven, die tot diep in de aarde doordringen. Genoeg om door hun energie delen van de aardmantel te laten opsmelten. Doordat het gesmolten mantelmateriaal, door zijn hogere temperatuur, uitzet, is het lichter dan het omringende (vaste) materiaal, waardoor het opstijgt; in feite hetzelfde proces als bij zoutdiapirisme.

Wanneer zoín inslag in de diepzee plaatsvindt, heeft de seismische schokgolf (door het verschil in oceanische korst en continentale korst) een veel groter effect. Daardoor raakt de schokgolf niet uitgewerkt in de aardmantel onder de plaats van inslag, zoals bij een inslag te land, maar werkt hij door naar de lithosfeer en asthenosfeer aan de andere zijde van de aarde. Daar ontstaat dus ook een hotspot, en als die tegenoverliggende plaats op een continent is gesitueerd, kunnen door grote basaltuitvloeiingen optreden.

Hagstrum voert zelf een methode aan om zijn hypothese te testen. Als oceanische hotspots die deel uitmaken van een paar werkelijk zijn veroorzaakt door de inslag van een hemellichaam (van tenminste 10 km in doorsnede, wat het veronderstelde formaat was van het hemellichaam dat op de K/T-grens insloeg) dan moeten bij die inslag gigantische tsunamiís zijn ontstaan, die hun sporen in de kustgebieden van dat moment moeten hebben achtergelaten. Ook zou een dergelijke inslag met min of meer geprononceerde massauitstervingen gepaard kunnen zijn gegaan. Daarnaar kan dus nu onderzoek worden gestart.

Referenties:
  • Hagstrum, J.T., 2005. Antipodal hotspots and bipolar catastrophes: were oceanic large-body impacts the cause? Earth and Planetary Science Letters 236, p. 13-27.

Figuren welwillend ter beschikking gesteld door Jon Hagstrum, U.S. Geological Survey, Menlo Park, CA (Verenigde Staten van Amerika).


Copyright © NGV 1999-2017
webmaster@geologischevereniging.nl