NGV-Geonieuws 102 artikel 606

NGV-Geonieuws: elektronisch geologisch tijdschrift


1 Oktober 2005, jaargang 7 nr. 19 artikel 606

Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon
Geologisch Instituut, Adam Mickiewicz Universiteit, Poznan (Polen)

Dit artikel is onderdeel van NGV-Geonieuws uitgave 102! Op de huidige pagina is alleen artikel 606 te lezen.

<< Vorig artikel: 605 | Volgend artikel: 607 >>

606 Op zoek naar 'fossiele' ozongaten
Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon

Klik hier voor alle artikelen over Biologie & Evolutie ! Klik hier voor alle artikelen over Paleontologie, Fossielen & Uitstervingen !     Klik hier om dit artikel af te drukken !

De grootte van het 'ozongat' boven Antarctica, in feite een plaats in de hoge atmosfeer waar de concentratie ozon (O3) lager is dan in de rest van de atmosfeer, fluctueert voortdurend, met de seizoenen. In de afgelopen decennia is het ozongat echter gegroeid. Dat heeft (omdat ozon de schadelijke ultraviolette straling type B - UVB - voor een belangrijk deel tegenhoudt) geleid tot maatregelen zoals het verbieden van sommige stoffen (onder meer chloorfluorkoolwaterstoffen, CFKs) als drijfgas in spuitbussen, omdat verondersteld wordt dat CFKs in de atmosfeer ozon aantasten. Die maatregelen lijken succes te hebben, want de grootte van het ozongat lijkt niet of nauwelijks meer toe te nemen.

Overigens is nog steeds niet bekend of de toename van de atmosferische ozonconcentratie werkelijk het gevolg was van menselijke activiteit, of dat het gaat om een verschijnsel dat zich ook in het verleden van de aarde op gelijke (of wellicht zelfs grotere) schaal heeft voorgedaan. De vroegere ('fossiele') ozongaten hebben geen directe sporen achtergelaten. De luchtbelletjes die in oude ijspakketten voorkomen, en die onder meer inzicht geven in de vroegere concentratie van het broeikasgas koolzuur (CO2), kunnen hierbij niet helpen, want die luchtbelletjes bevatten alleen lucht uit de lage atmosfeer, terwijl het ozongat op grote hoogte voorkomt (in de stratosfeer). Bovendien kunnen ook de ijspakketten waaruit luchtbelletjes kunnen worden verzameld, maar beperkte informatie geven, namelijk over de laatste paar honderdduizend jaar. Ouder ijs is er gewoon niet.


Een wolfsklauw (Lypodium annotinum)

Toch lijkt er nu een methode gevonden te zijn om 'fossiele' ozongaten op te sporen. Die methode werd gepresenteerd op een in augustus gehouden geologisch congres. Een aantal Engelse onderzoekers realiseerde zich dat de ozonconcentratie bepalend is voor de hoeveelheid UVB-straling die het aardoppervlak bereikt. Dat zou invloed op onder meer planten moeten hebben. Zo stelden ze vast dat de sporen van een wolfsklauwsoort (Lycopodium magellanicum) van het eiland South Georgia (in het zuidwesten van de Atlantische Oceaan) een stof bevatten (sporopollenine) waarvan de concentratie blijkt samen te hangen met de historisch bekende fluctuaties van de ozon in de stratosfeer. Die relatie is niet onlogisch, want de stof sporopollenine vormt een pigment dat tegen UVB-straling beschermt. Een afname van 14% ozon in de hele luchtkolom blijkt in deze plant te leiden tot een (lineaire) verdrievoudiging van de hoeveelheid sporopollenine.


Sporen van de wolfklauw

Sporen zijn in grote hoeveelheden bewaard gebleven in afzettingsgesteenten. Omdat sporopollenine een stof is die ook goed in fossiele sporen is te herkennen, is het dus in principe mogelijk om - als er in het geologische verleden planten waren die net zo op UVB-straling reageerden als Lycopodium - de fluctuaties in UVB-straling (en daarmee het eventuele optreden van ozongaten) in het geologische verleden te reconstrueren.

De onderzoekers hebben zich voorgenomen om eerst die fluctuatie rondom de grens Perm/Trias te gaan onderzoeken. Er wordt namelijk wel gedacht dat de grootschalige basaltuitvloeiingen van toen in India (Deccan Traps) het ozongehalte in de stratosfeer moeten hebben aangetast. In ieder geval zal dergelijk onderzoek duidelijk kunnen maken in hoeverre de huidige ontwikkeling van het ozongat al dan niet valt binnen de natuurlijke fluctuaties.

Referenties:
  • Lomax, B., Beerling, D., Callaghan, T., Fraser, W., Harfoot, M., Pyle, J., Self, S., Sephton, M. & Wellman, Ch., 2005. The Siberian traps, stratospheric ozone, UV-B flux and mutagenesis. Geological Society of America Program and Abstracts 'Earth System Processes 2' (Calgary, 2005) 37-3, 1 pp.

Fotos welwillend ter beschikking gesteld door Barry Lomax, Department of Animal and Plant Sciences, University of Sheffield, Sheffield (Groot-Brittanni)


Copyright NGV 1999-2017
webmaster@geologischevereniging.nl