NGV-Geonieuws 102 artikel 608

NGV-Geonieuws: elektronisch geologisch tijdschrift


1 Oktober 2005, jaargang 7 nr. 19 artikel 608

Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon
Geologisch Instituut, Adam Mickiewicz Universiteit, Poznan (Polen)

Dit artikel is onderdeel van NGV-Geonieuws uitgave 102! Op de huidige pagina is alleen artikel 608 te lezen.

<< Vorig artikel: 607 | Volgend artikel: 609 >>

608 Het menu van de Pleistocene megafauna
Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon

Klik hier voor alle artikelen over Paleontologie, Fossielen & Uitstervingen !     Klik hier om dit artikel af te drukken !

Aan het einde van de laatste ijstijd verdwenen zeer veel soorten van de toen bestaande megafauna, waarschijnlijk door een combinatie van een veranderend klimaat (en daardoor habitat) en bejaging door de mens. Restanten van de megafauna zijn niet echt schaars, maar goede vindplaatsen zijn zeldzaam. Een opmerkelijke vindplaats is onlangs ontdekt bij Harleyville, in de Amerikaanse staat South Carolina. De vindplaats heeft de naam 'Camelot' gekregen. De hier gevonden exemplaren van de megafauna dateren van ongeveer 400.000 jaar geleden, en zijn zeer gevarieerd. Het gaat onder meer om de sabeltandtijger (Smilodon fatalis), een wolf (Canis armbrusteri), een cheetah (Miracinonyx inexpectatus), kameelachtigen (Hemiauchenia macrocephala en Paleolama mirifica), een tapir (Tapirus veroensis), een hert (Odocoileus virginianus) een luiaard (Magalonyx jeffersoni) en een nog niet nader geïdentificeerde paardensoort (Equus sp.).


De vindplaats Camelot van veel megafauna

Van bijzonder belang in deze spectaculaire fauna zijn de talrijke goed geconserveerde tanden/kiezen. Die bieden, dankzij hun grote aantal, de mogelijkheid om via destructieve technieken (onder meer isotopenanalyse van koolstof en zuurstof) zowel hun leefmilieu als hun dieet te reconstrueren. De analyse van tanden en kiezen is geen routinewerk. Dat komt onder meer doordat er diagenetische veranderingen kunnen optreden. Daar staat tegenover dat het tandglazuur zeer specifieke informatie kan opleveren, doordat tanden (en dus ook het tandglazuur) in de lengte aangroeien. Daardoor is het bij zeer minutieuze monstername zelfs mogelijk om de afwisseling van klimaat en dieet per seizoen te reconstrueren. Omdat tanden en kiezen paleontologisch zeer interessant zijn, en omdat tanden en kiezen van de megafauna van andere vindplaatsen betrekkelijk schaars zijn en daarom vrijwel nooit aan destructief onderzoek mochten worden onderworpen, zijn dergelijke gegevens zeer schaars.


Kaak van een Tapir, van de vindplaats Camelot

Het zou te ver voeren om hier al deze gegevens voor de diverse dieren van de Camelot-fauna weer te geven, maar enkele algemene conclusies zijn toch wel het vermelden waard. Zo blijken de paarden vooral graslanden en savannes te hebben begraasd. Daarentegen fourageerden de 'kameel' P. mirifica, de tapir en het hert diep in bossen die bomen bevatten met een hoge kronen. De 'kameel' H. macrocephala prefereerde kennelijk meer open bossen, met mogelijk een afwisseling van grazen in de zomer en meer ander voedsel in de winter. De luiaard zwierf door bossen en voedde zich met bladeren, twijgen en misschien ook noten. De diverse herbivoren bewoonden dus uiteenlopende habitats.

De carnivoren (vleeseters) zochten hun prooidieren bij vooral onder de herbivoren in de bossen. De sabeltandtijger jaagde echter bij voorkeur - misschien zelfs uitsluitend - in het grensgebied tussen de bossen en de graslanden. De wolf drong dieper in het bos door, en vond zijn prooidieren zowel in het dichte als in het meer open bos, maar ook op de graslanden; hij ving overigens niet alleen prooi, maar was ook een aaseter. De cheetah uit de Camelot-fauna joeg zijn prooi op, soms over lange afstanden; dat deed hij vooral op open, met gras begroeide vlaktes.

Al met al kan worden vastgesteld dat zowel het leefmilieu als het menu van de Camelot-megafauna grote overeenkomst vertoonde met dat van hun huidige opvolgers.

Referenties:
  • Kohn, M.J., McKay, M.P. & Knight, J.L., 2005. Dining in the Pleistocene - who’s on the menu? Geology 33, p. 649-652.

Foto’s: Paul R. Murdoch Jr.


Copyright © NGV 1999-2017
webmaster@geologischevereniging.nl