NGV-Geonieuws 103 artikel 612

NGV-Geonieuws: elektronisch geologisch tijdschrift


15 Oktober 2005, jaargang 7 nr. 20 artikel 612

Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon
Geologisch Instituut, Adam Mickiewicz Universiteit, Poznan (Polen)

Dit artikel is onderdeel van NGV-Geonieuws uitgave 103! Op de huidige pagina is alleen artikel 612 te lezen.

<< Vorig artikel: 611 | Volgend artikel: 613 >>

612 Nederlandse 'geosites' worden verwaarloosd
Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon

Klik hier voor alle artikelen over Geomorfologie !     Klik hier om dit artikel af te drukken !

Door de privatisering van organisaties die op de een of andere manier met de bescherming van de abiotische natuur in Nederland te maken hadden (Rijks Geologische Dienst, Rijks Instituut voor Natuurbeheer) worden sommige plaatsen van groot aardwetenschappelijk belang in Nederland al meer dan 20 jaar niet in de gaten gehouden. Sommige 'geologische reservaten' zijn daardoor inmiddels verdwenen. Die harde kritiek uitte William Wimbledon tijdens de openingslezing van het 4e internationale symposium van ProGEO, dat medio september in Braga (Portugal) werd gehouden. ProGEO is een organisatie die zich, met afdelingen in vrijwel alle Europese landen, inspant om plaatsen van aardwetenschappelijke waarde erkend te krijgen als beschermd gebied.


Bedreigde sporen van Devonische tetrapoden in Ierland

Vooral gebrek aan geologische kennis leidt er toe dat er in heel Europa veel - vaak onvervangbare - aardwetenschappelijke verschijnselen verloren gaan. Het gaat daarbij niet alleen om plaatsen van zuiver wetenschappelijke waarde (bijv. de exacte plaats in een gesteentepakket waar de grens ligt tussen twee opeenvolgende geologische tijdvakken, of de vindplaats van unieke fossielen) maar ook om plaatsen met een grote educatieve waarde (bijv. riviererosie). Zowel op plaatselijk als op regionaal en landelijk niveau blijkt vaak onvoldoende kennis te bestaan over de wetenschappelijke en educatieve waarde van zulke zogeheten 'geosites'. Juist daarom is het van zulk groot belang dat overheden overgaan tot officiŽle bescherming, En dat ze het onderhoud (en liefst ook de voorlichting aan publiek en/of het wetenschappelijk onderzoek (mede) toewijzen aan een deskundige instantie, zoals een nationale geologische dienst. Waar dat niet gebeurt, kunnen de uitbreiding van steden, de aanleg van wegen en gewoon verwaarlozing (zoals in Nederland, waar de Rijks Geologische Dienst is opgegaan in TNO) onvervangbare schade aan deze 'geosites' toebrengen.


Breuken in onverharde sedimenten van slechte enkele eeuwen oud in de Noordoostpolder: niet meer terug te vinden

Zo zijn in een van de meest karakteristieke gebieden van Nederland (de Noordoostpolder) in de zeventiger jaren door het voormalige RIN enkele plaatsen tot een geologisch monument verheven omdat daar in de bodem verschijnselen te zien waren die van nergens anders ter wereld bekend zijn. De locaties van die plaatsen zijn door veronachtzaming inmiddels niet eens meer terug te vinden.

In Nederland betekent natuurbeheer nog steeds vrijwel uitsluitend 'beheer van de levende natuur'. Dat uit zich onder meer in voorschriften voor zandafgravingen: daar moet het gebied na afloop weer in de oorspronkelijke staat worden hersteld. Dat betekent in praktijk dat een oorspronkelijk bosgebied weer een nieuw bos moet worden, etc. Aan herstel van reliŽf, type ondergrond en opbouw van de bodem wordt daarentegen als regel geen enkele voorwaarde gesteld. Dat Nederland expliciet gebrekkig natuurbeheer wordt verweten tijdens de belangrijkste lezing van een symposium waar meer dan 150 deelnemers uit meer dan 30 landen hun ervaringen over de bescherming van de abiotische natuur uitwisselden, moet een teken aan de wand zijn. Zou het om planten of dieren gaan, dan zouden direct maatregelen worden getroffen. De abiotische natuur verdient dat ook.

Referenties:
  • Wimbledon, W.A.P. & Zarlenga, F., 2005. The common approaches to geoconservation in Europe, and the considerable differences. Abstracts IV International Symposium ProGEO on the conservation of the geological heritage (Braga, 2005), p. 2.


Copyright © NGV 1999-2017
webmaster@geologischevereniging.nl