NGV-Geonieuws 104 artikel 616

NGV-Geonieuws: elektronisch geologisch tijdschrift


1 November 2005, jaargang 7 nr. 21 artikel 616

Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon
Geologisch Instituut, Adam Mickiewicz Universiteit, Poznan (Polen)

Dit artikel is onderdeel van NGV-Geonieuws uitgave 104! Op de huidige pagina is alleen artikel 616 te lezen.

<< Vorig artikel: 615 | Volgend artikel: 617 >>

616 Supernova mogelijk oorzaak van uitsterven mammoeten
Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon

Klik hier voor alle artikelen over Astronomie ! Klik hier voor alle artikelen over Paleontologie, Fossielen & Uitstervingen !     Klik hier om dit artikel af te drukken !

Over het uitsterven van de grote Pleistocene zoogdieren (zoals de mammoet, die in Amerika ca. 13.000 jaar geleden uitstierf) bestaan tal van theorieŽn. Overbejaging door de prehistorische mens en gebrek aan aanpassing aan de veranderende klimaatomstandigheden op het einde van de laatste ijstijd worden door de meeste onderzoekers als het waarschijnlijkst beschouwd. Op de 2e Internationale Conferentie 'The World of Elephants', die eind september in Hot Springs (Verenigde Staten) werd gehouden, werd echter een geheel nieuwe mogelijke oorzaak genoemd. Uit onderzoek van de kernfysicus Richard Firestone en de geoloog Allen West blijkt namelijk dat de slagtanden van de mammoeten een merkwaardig verschijnsel vertonen.


Inslagen in een mammoetslagtand van 36.000 (plus of min 2300) jaar oud uit Alaska

De slagtanden van mammoeten die 34.000 jaar geleden leefden, blijken kleine 'inslagkraters' te vertonen die veroorzaakt zijn door zeer kleine ijzerrijke deeltjes die de aarde vanuit de ruimte moeten hebben bereikt, naar schatting met een snelheid van zoín 10.000 km per seconde. Dergelijke deeltjes kunnen slechts op weinig manieren zijn ontstaan (uit proefnemingen blijkt dat lagere snelheden geen sporen in de harde slagtanden veroorzaken). Het meest waarschijnlijk is dat ze afkomstig zijn van een supernova, een ontploffende ster. De supernova zou waarschijnlijk zoín 7000 jaar eerder zichtbaar moeten zijn geweest, maar de ontploffende ster zou op een afstand van zoín 250 lichtjaren van de aarde hebben gestaan.


Zeven inslagen in een klein stukje slagtand (ongedateerd) uit SiberiŽ; Eťn van de inslagen (vergroot in inzet) schampte de slagtand

De ijzerrijke deeltjes zouden de aarde hebben bereikt met de eerste schokgolf die de supernova had veroorzaakt. Bij de ontploffing zouden tal van brokstukken zijn gevormd, en zulke brokstukken zouden in de ruimte zijn samengeklonterd tot een soort kometen met een geringe dichtheid. Een van die kometen, met een doorsnede van ongeveer 10 km, zou 13.000 jaar geleden Noord-Amerika hebben getroffen. Die inslag zou het einde hebben betekend van veel van de grote zoogdieren op dat continent.

Op tal van archeologische vindplaatsen in Noord-Amerika (in ver uiteen gelegen gebieden zoals Canada, Michigan, Arizona, New Mexico en Noord- en Zuid-Carolina) hebben de onderzoekers sporen van de inslag gevonden. Merkwaardig genoeg stopte de menselijke activiteit (de zogeheten Clovis cultuur) op die plaatsen ook op dat moment. De sporen van de inslag op deze archeologische vindplaatsen bestaan onder meer uit magnetische bolletjes die vooral bestaan uit titaan, ijzer, mangaan, vanadium, thorium, uranium en zeldzame aardmetalen; deze samenstelling komt sterk overeen met die van stollingsgesteenten die de astronauten op de maan aantroffen en die ook is gevonden bij meteorieten die afkomstig zijn van de maan en die ongeveer 10.000 jaar geleden in het Midden-Oosten terechtkwamen. Dat wijst er volgens de onderzoekers op dat het hele zonnestelsel toen werd gebombardeerd door fragmenten van identiek materiaal, dat zij dus toeschrijven aan een supernova explosie die 41.000 jaar geleden moet hebben plaatsgevonden.

Referenties:
  • Firestone, R.B., West, A. et al., 2005. Evidence for the extinction of mammoths by an extra terrestrial impact event. Presentation at the 2nd International Conference 'The world of Elephants' (Hot Springs, 2005).

Fotoís ter beschikking gesteld door Dan Krotz, Communications Department, Lawerence Berkeley National Lab, Berkeley, CA (Verenigde Staten van Amerika).


Copyright © NGV 1999-2017
webmaster@geologischevereniging.nl