NGV-Geonieuws 104 artikel 617

NGV-Geonieuws: elektronisch geologisch tijdschrift


1 November 2005, jaargang 7 nr. 21 artikel 617

Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon
Geologisch Instituut, Adam Mickiewicz Universiteit, Poznan (Polen)

Dit artikel is onderdeel van NGV-Geonieuws uitgave 104! Op de huidige pagina is alleen artikel 617 te lezen.

<< Vorig artikel: 616 | Volgend artikel: 618 >>

617 Hoe het oudste gewervelde landdier zich voortbewoog
Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon

Klik hier voor alle artikelen over Paleontologie, Fossielen & Uitstervingen !     Klik hier om dit artikel af te drukken !

Zo'n 360 miljoen jaar geleden werd het land door de gewervelde dieren veroverd. Het oudste fossiel dat we kennen van deze belangrijke evolutionaire stap komt uit het Boven-Devoon van Groenland. Het gaat om een amfibie Ichthyostega) die nog tal van visachtige kenmerken vertoonde, maar die wel een heup, een schouderpartij en ledematen bezat die hem in staat stelden om het lichaam te dragen en zich over het land voort te bewegen.

Dat voortbewegen moet overigens anders gegaan zijn dan nu bij de gewervelde dieren. Dat concluderen onderzoekers die de oorspronkelijke fossielen resten van Ichthyostega opnieuw hebben onderzocht, maar die ook nieuwe vondsten bij hun analyse hebben meegenomen. Ze komen daarbij tot een ander beeld dan eerdere onderzoekers (1955) deden. Dat hangt vooral samen met details die ze opmerkten aan het gedeelte van het skelet in de axiale zone (dus met betrekking tot de ruggengraat en de directe omgeving daarvan.


Nieuwe (boven) en oude (onder) reconstructie van het skelet van Ichthyostega

Bij de oorspronkelijke reconstructie (op basis van deels afgebroken wervels) bestond de wervelkolom uit min of meer gelijke wervels. Dat blijkt echter onjuist te zijn: bij de nieuwe analyse worden in de wervelkolom vier delen onderscheiden, die elk hun eigen typen wervels bevatten. Die wervels stonden bovendien niet alle op dezelfde wijze gericht, maar hellen in sommige gevallen naar voren, in andere naar achteren. Dat moet de aangehechte spieren de mogelijkheid hebben geboden om een maximale trekkracht te ontwikkelen.


Reconstructie van Ichthyostega

De wijze van voortbewegen kan, op basis van deze bevindingen, in combinatie met een nieuwe interpretatie van de stand van de poten, het beste worden vergeleken met de wijze waarop sommige rupsen zich voortbewegen: Ichthyostega verplaatste waarschijnlijk eerst zijn beide voorpoten naar voren, daarna de beide achterpoten. De kromming die daarbij in het lichaam optrad bood vervolgens weer de mogelijkheid om beide voorpoten naar voren te verplaatsen, etc. Het zou momenteel een zeer kwetsbare vorm van voortbewegen zijn, maar de omstreeks een meter lange Ichthyostega had gedurende het Laat-Devoon, als mogelijk eerste gewervelde op het land, geen natuurlijke vijanden waarvoor hij moest kunnen vluchten.

Een belangrijk verschil tussen vissen en Ichthyostega was dat de laatste zwaar ontwikkelde ribben had, waarschijnlijk om te voorkomen dat de longen beschadigd zouden worden wanneer het dier uit het water op het land kroop. Die zware ribben belemmerden echter het zijdelings heen en weer gaan van het lichaam, dat zo kenmerkend is voor vissen bij het zwemmen. Ichthyostega moest echter ook zwemmen. Om daarbij het nadeel van het minder beweeglijke bovenlichaam op te vangen, had hij een breed uiteinde aan zijn staart.

Referenties:
  • Ahlberg, P.E., Clack, J.A. & Blom, H., 2005. The axial skeleton of the Devonian tetrapod Ichthyostega. Nature 437, p. 137-140.
  • Carroll, R.L., 2005. Between water and land. Nature 437, p. 38-39.

Figuren welwillend ter beschikking gesteld door Per Erik Ahlberg, Department of Physiology and Developmental Biology, Uppsala University, Uppsale (Zweden).


Copyright NGV 1999-2017
webmaster@geologischevereniging.nl