NGV-Geonieuws 104 artikel 618

NGV-Geonieuws: elektronisch geologisch tijdschrift


1 November 2005, jaargang 7 nr. 21 artikel 618

Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon
Geologisch Instituut, Adam Mickiewicz Universiteit, Poznan (Polen)

Dit artikel is onderdeel van NGV-Geonieuws uitgave 104! Op de huidige pagina is alleen artikel 618 te lezen.

<< Vorig artikel: 617 | Volgend artikel: 619 >>

618 Oudste fossielen toch geen fossielen
Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon

Klik hier voor alle artikelen over Biologie & Evolutie ! Klik hier voor alle artikelen over Paleontologie, Fossielen & Uitstervingen !     Klik hier om dit artikel af te drukken !

De onenigheid over de al dan niet biologische oorsprong van structuren in zeer oude gesteenten blijft doorgaan. De oudste structuren die door sommigen worden beschouwd als fossiele restanten zijn gevonden in vuursteenbanden, de Apex chert, in AustraliŽ. Deze gesteenten, die behoren tot de Warrawoona Groep, zijn omstreeks 3,465 miljard jaar oud. Onderzoekers hebben hierin, op basis van de vorm, elf soorten van primitieve microorganismen onderscheiden.


Structuur ('augurk') die eerder beschreven werd als Archeoscillatoriopsis maxima


Vergelijkbare structuur ('broek') als de 'augurk' maar veel groter (0,036 mm)


Deze door sommigen als microfossielen bestempelde structuren zijn afkomstig uit het bovenste deel van een vuursteenpakket dat gerelateerd is aan breuken die ontstonden tijdens sedimentatie. Glasachtig materiaal kwam locaal explosief vrij uit deze (en andere) gangen gedurende vroege fasen van vulkanisme, en hierop werden zwarte en witte vuursteenpakketten hydrothermaal (d.w.z. uit heet water neergeslagen) afgezet. Deze vuursteenpakketten, die rijk zijn aan bariumsulfaat, drongen zelf weer de gangen binnen waaruit hun materiaal afkomstig was, waarbij ze onder, boven en tussen eerder gevormde soortgelijke vuursteenpakketten terechtkwamen. In volgende vulkanische fasen vonden identieke processen plaats. Het gevolg is een buitengewoon complex stelsel van vuursteengangen, waarin de 'microfossielen' voorkomen.


Structuur ('slinger') vlakbij een vergelijkbare maar veel kleinere structuur die eerder werd beschreven als Eoleptonema apex

Nieuw onderzoek met uiteenlopende technieken lijkt er nu op te wijzen dat de 'microfossielen' geen biologische oorsprong hebben, maar gevormd zijn door chemische processen, die koolstofhoudend materiaal verplaatsen, vooral gedurende een fase waarin amorf (niet-kristallijn) silica door rekristallisatie werd omgezet in silica met een structuur van straalvormige bolletjes (sferulieten).

Het zou te ver voeren alle structuren hier te tonen en alle argumenten te noemen van de onderzoekers die beweren dat het niet om biogene structuren gaat. Het is wellicht echter toch interessant om een paar voorbeelden te geven. In 1993 werd een 0,06 mm lange structuur (de 'augurk') beschouwd als een nieuwe soort microfossiel: Archaeoscillatoriopsis maxima. Deze werd toen vergeleken met de huidige cyanobacteriŽn (blauwwieren). Volgens het nieuwe onderzoek gaat het om een sferulietische reactierand die ontstond bij de rekristallisatie van hydrothermaal gevormd koolstofhoudend glas. Een structuur (de 'laars') die erg op de vorige lijkt maar die gevorkt is, moet eenzelfde oorsprong hebben. Dat het in dit geval om een fossiel zou gaan dat vergeleken kan worden met cyanobacteriŽn, is alleen al onwaarschijnlijk vanwege zijn grootte (ca. 0,08 mm). Dat is aanzienlijk meer dan het formaat van de eerder als fossiel omschreven microstructuren. Een derde structuur (de 'slinger') blijkt bij een groot overzicht te bestaan uit veelhoekige reactieranden van grafiet rondom een serie kristallen. Eerder werd een deel van deze structuur apart beschouwd zonder zijn context; toen werd hij voor een nieuw soort microfossiel aangezien (Eoleptonema apex), dat te vergelijken zou zijn met bepaalde recente bacteriŽn. Alleen het overzichtsbeeld maakt duidelijk dat daarvan geen sprake kan zijn.

Met deze waarnemingen is het laatste woord over de 'oudste fossielen' zeker nog niet gezegd. Mochten de nieuwe bevindingen niettemin juist blijken te zijn, dan wordt de oorsprong van het leven op aarde, voor zover herkenbaar als duidelijk fossiel materiaal, ongeveer een miljard jaar verschoven. Er zijn echter nog meer zeer oude structuren met koolstof die door sommigen als biogeen van oorsprong worden beschouwd.

Referenties:
  • Brasier, M.D., Green, O.R., Lindsay, J.F., McLoughlin, N., Steele, A. & Stoakes, C., 2005. Critical testing of Earth(s oldest putative fossil assemblage from the ~3.5 Ga Apex chert, Chinaman Creek, Western Australia. Precambrian Research 140, p. 55-102.

Foto's welwillend ter beschikking gesteld door Owen Green, Earth Sciences Department, University of Oxford, Oxford (Groot-BrittanniŽ).


Copyright © NGV 1999-2017
webmaster@geologischevereniging.nl