NGV-Geonieuws 104 artikel 620

NGV-Geonieuws: elektronisch geologisch tijdschrift


1 November 2005, jaargang 7 nr. 21 artikel 620

Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon
Geologisch Instituut, Adam Mickiewicz Universiteit, Poznan (Polen)

Dit artikel is onderdeel van NGV-Geonieuws uitgave 104! Op de huidige pagina is alleen artikel 620 te lezen.

<< Vorig artikel: 619 | Volgend artikel: 621 >>

620 Groei van barchanen leidt vanzelf tot nieuwe generatie barchanen
Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon

Klik hier voor alle artikelen over Geomorfologie ! Klik hier voor alle artikelen over Sedimentologie !     Klik hier om dit artikel af te drukken !

Bij constante windrichting ontwikkelen zich in zandwoestijnen (en op andere plaatsen met veel zand en een harde ondergrond) barchanen. Dat zijn duinen met de vorm van een maansikkel, met de 'staarten' naar de richting vanwaar de wind komt. Deze barchanen bewegen zich langzaam voorwaarts over hun ondergrond. Dat gaat zo langzaam dat de processen die aan die beweging ten grondslag liggen niet goed worden begrepen. Transport van zandkorrels door de wind, maar ook de luchtstromen spelen daarbij echter zeker een belangrijke rol.


Ontwikeling van een veld met barchanen. De gele lijnen op de luchtfoto tonen de positie van barchanen 350 maanden eerder


Mega-barchaan bij Sidi-Aghfinir van 40 m hoog en 600 m breed, met een onregelmatig oppervlak door instabiliteit


Een jarenlange studie van duingebieden in het Marokkaanse deel van de Sahara, in combinatie met het opstellen en toepassen van modellen, heeft nu wat meer duidelijk gemaakt over de beweging van de barchanen. Het blijkt dat ze fundamenteel onstabiel zijn, en dat ze zich niet - zoals tot nu toe werd aangenomen - als op zichzelf staande 'golven' (regelmatige onregelmatigheden in het zandoppervlak) voortbewegen.


De 'Grande Blonde', een duin van 7 m hoog en 100 m lang en breed, met een vrijwel perfecte barchaanvorm

Grote duinen bevatten meer materiaal dan kleine; dat betekent dat, als per tijdseenheid een bepaalde hoeveelheid zand door de wind kan worden verplaatst, een groot duin langzamer voortbeweegt dan een klein duin. Kleine duinen halen dus grotere in. Dat grotere duin slokt daarbij - althans volgens de eerdere aannames - het kleinere duin als het ware op, wordt daardoor nog groter, loopt dus nog langzamer, wordt daardoor nog meer ingehaald door kleinere duinen, etc. Dat zou op den duur leiden tot duinen die zo groot zijn dat ze zich niet meer merkbaar voortbewegen.

Dat beeld blijkt nu onjuist. De onderzoekers merkten namelijk dat zowel bij veranderingen van de windrichting als bij het samenkomen van een grote en een kleine barchaan instabiliteit van de barchanen optreedt. Daardoor ontstaan er op het oppervlak van de grote barchaan onregelmatige vormen, die klein zijn t.o.v. van de 'moederbarchaan' en zich dus sneller voortbewegen. Wanneer dit gebeurt aan de uiteinden van een barchaan, dan kunnen die uiteinden daardoor loskomen van de grote barchaan, en als (kleine) zelfstandige barchaan verder gaan. Zo ontstaan er telkens nieuwe generaties van kleine barchanen, waardoor voorkomen wordt dat op den duur nog slechts een paar megabarchanen in een zandwoestijn overblijven. Dergelijke megabarchanen (zoals die bij Sidi-Aghfinir) zijn dan ook betrekkelijk zeldzaam.

Referenties:
  • Elbelrhiti, H., Claudin, Ph. & Andreotti, B., 2005. Field evidence for surface-wave-induced instability of sand dunes. Nature 437, p. 720-723.

Foto's welwillend ter beschikking gesteld door Bruno Andreotti, Laboratoire de Physique et Mécanique des Milieux Hétérogènes, Parijs (Frankrijk).


Copyright © NGV 1999-2017
webmaster@geologischevereniging.nl