NGV-Geonieuws 105 artikel 621

NGV-Geonieuws: elektronisch geologisch tijdschrift


15 November 2005, jaargang 7 nr. 22 artikel 621

Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon
Geologisch Instituut, Adam Mickiewicz Universiteit, Poznan (Polen)

Dit artikel is onderdeel van NGV-Geonieuws uitgave 105! Op de huidige pagina is alleen artikel 621 te lezen.

<< Vorig artikel: 620 | Volgend artikel: 622 >>

621 Bloed uit het Mioceen
Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon

Klik hier voor alle artikelen over Biologie & Evolutie ! Klik hier voor alle artikelen over Paleontologie, Fossielen & Uitstervingen !     Klik hier om dit artikel af te drukken !

De Filistatidae, een familie van de spinnen, komen wereldwijd voor in tropische en warme streken. Dit jaar werd het eerste fossiele exemplaar beschreven, dat Misionella didicostae werd genoemd. Het werd in de Dominicaanse Republiek aangetroffen in barnsteen uit het Mioceen, in een formatie die is gedateerd als 15-20 miljoen jaar oud. Kort na de eerste vondst werd een tweede exemplaar van deze soort aangetroffen, eveneens in Miocene barnsteen uit hetzelfde land, maar in een museumcollectie.

Het bijzondere van beide exemplaren is dat ze de ongelijke strijd met de kleverige hars waaruit later de barnsteen ontstond, niet ongehavend hebben doorstaan. Ze vertonen namelijk breuken van de poten, en bij het breken is er bloed vrijgekomen dat als druppels aan hun poten is gefossiliseerd. Dat is een uitzonderlijke gebeurtenis, want fossiel bloed is buitengewoon zeldzaam.


De Miocene spin met bloeddruppels (o.a. aan de een na onderste poot)

Het is niet uitgesloten dat het bloed 'fossiel' DNA zal opleveren dat niet is verontreinigd met het DNA van recente microorganismen. Dergelijke verontreinigingen zijn bijna altijd aanwezig wanneer bloed uit fossiele weefsels wordt geÔsoleerd. Ook komen in weefsels al van oorsprong vaak microben voor, waarvan het DNA in het gefossiliseerde materiaal gewoonlijk niet te isoleren is van het DNA van de gastheer. Bij bloed speelt dat in het algemeen geen rol.

Ook om een andere reden zijn de twee exemplaren van de Miocene spin van belang. Ze wijzen er namelijk op dat het beeld dat we hebben van de wijze waarop fossielen werden ingevangen in hars (het latere barnsteen) niet juist is. Het huidige idee daarover is dat dieren zoals spinnen met hun poten in de kleverige hars terechtkomen en hun poten daar niet meer uit kunnen lostrekken, waarna ze bij voortgaande harsvorming geleidelijk steeds verder in de hars worden ingebed totdat ze er volledig door zijn omgeven. Volgens de onderzoeker van de spinnen kan dat beeld echter niet juist zijn, want dan zouden de bloeddruppels die nu nog aangehecht aan de poten zitten, door de hars zelf van die poten moeten zijn 'afgewassen'. Juist omdat die bloeddruppels aan de poten nog zo fraai intact bewaard zijn gebleven, meent hij dat de spin zijn poten plotseling moet hebben gebroken en dat hij ook plotseling in zijn geheel moet zijn ingebed door een stroom van goed vloeibare hars. Langzame overspoeling zou hebben geleid tot uitdroging van het bloed.

Deze visie wordt gedeeld door een andere deskundige, George Poinar (Oregon State University), die eveneens meent dat de spin door een relatief kalme stroom van hars snel moet zijn ingebed. Volgens hem kunnen in een dergelijke harsstroom inderdaad uitzonderlijke zaken zoals bloed worden gefossiliseerd.

Referenties:
  • Penney, D., 2005a. Fossil blood droplets in Miocene Dominican amber yield clues to speed and direction of resin secretion. Palaeontology 48, p. 925-927.
  • Penney, D., 2005b. First fossil Filistatidae: a new species of Misionella in Miocene amber from the Dominican Republic. The Journal of Arachnology 33, p. 93-100.

Foto welwillend ter beschikking gesteld door David Penney, School of Earth, Atmospheric an Environmental Sciences, University of Manchester, Manchester (Groot-BrittanniŽ).


Copyright © NGV 1999-2017
webmaster@geologischevereniging.nl