NGV-Geonieuws 106 artikel 628

NGV-Geonieuws: elektronisch geologisch tijdschrift


1 December 2005, jaargang 7 nr. 23 artikel 628

Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon
Geologisch Instituut, Adam Mickiewicz Universiteit, Poznan (Polen)

Dit artikel is onderdeel van NGV-Geonieuws uitgave 106! Op de huidige pagina is alleen artikel 628 te lezen.

<< Vorig artikel: 627 | Volgend artikel: 629 >>

628 Grote klimaatveranderingen verstoren patroon van jaarringen
Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon

Klik hier voor alle artikelen over het Milieu ! Klik hier voor alle artikelen over (Paleo)Klimaat !     Klik hier om dit artikel af te drukken !

Jaarringen in bomen geven in het algemeen een goed beeld van de fluctuerende omstandigheden in het gebied waar ze groeien. Oude bomen vormen daarom een goed hulpmiddel bij de reconstructie van klimaatveranderingen. Dat is althans de algemeen aangehouden opvatting. Die zou echter wel eens onjuist kunnen zijn: al te grote plotselinge schommelingen blijken het patroon van jaarringen namelijk ingrijpend te kunnen beļnvloeden, waarbij regionaal grote verschillen kunnen optreden.


Bomen bij Lake Telaquana vertonen een 'te verwachten' groei van jaarringen

Een en ander blijkt uit een onderzoek dat door een Amerikaans/Duits team is uitgevoerd in Alaska. Ze onderzochten de jaarringen van vier sparren (Picea glauca) van vier plaatsen die op een 30 km lange lijn liggen in een nationaal park (het Lake Clark National Park and Preserve). Alle locaties lagen op 400-580 m boven zeeniveau, aan de westzijde van het Chigmit Gebergte, in een overgangszone tussen een zee- en een landklimaat. De bomen overlappen elkaar wat betreft hun ouderdom, en geven gezamenlijk een compleet beeld van 1769 tot 2003.


De bomen bij Fish Trap vertonen in hun jaarringen voor de helft versnelde groei (door gestegen temperatuur), voor de helft vertraagde groei (door toegenomen droogte)

In feite blijkt er in de eerste ruim 200 jaar niet zoveel in de omstandigheden te zijn veranderd. Vanaf 1950 echter, toen de temperaturen ter plaatse in de periode april-juli begonnen te stijgen (de gemiddelde jaartemperatuur steeg ter plaatse met 2 °C tussen 1947 en 2000), is dat echter niet meer het geval. Weliswaar vertonen twee van de vier sparren een patroon van jaarringen dat deze stijgende lente/zomertemperaturen doen verwachten, maar bij de twee andere sparren is dat niet het geval: een derde boom toont een patroon dat overeenkomt met een aanzienlijk sterkere stijging van de temperatuur, terwijl de vierde boom juist een patroon heeft dat wijst op een afnemende temperatuurstijging.


Alle bomen bij Twin Lake vertonen sinds 1950 dikkere jaarringen

De onderzoekers schrijven de van de verwachting afwijkende patronen toe aan processen die samenhangen met de geologisch gezien plotselinge klimaatverandering; het gaat daarbij niet alleen om de toename van de temperatuur, maar ook om daar waarschijnlijk oorzakelijk verband mee houdend processen zoals veranderingen in de neerslagpatronen. Vooral de hoeveelheid neerslag in augustus lijkt daarbij een belangrijke factor.

Het feit dat het patroon van jaarringen niet altijd (in dit onderzoek dus slechts in 50% van de gevallen) overeenkomt met wat op grond van de klimaatontwikkeling te verwachten is, betekent volgens de onderzoekers dat klimatologische reconstructies op basis van jaarringen veel complexer zijn dan eerder werd gedacht. Het klakkeloos 'vertalen' van jaarringen naar een paleoklimaat moet dan ook zeker worden vermeden.

Referenties:
  • Driscoll, W.W., Wiles, G.C., D'Arrigo, D. & Wilmking, M., 2005. Divergent tree growth response to recent climate warming, Lake Clark National Park and Preserve, Alaska. Geophysical Research Letters 32, doi:10.129/2005GL024258, 4 blz.

Foto's welwillend ter beschikking gesteld door Will Driscoll, Department of Geology, College of Wooster, Wooster, OH (Verenigde Staten van Amerika).


Copyright © NGV 1999-2017
webmaster@geologischevereniging.nl