NGV-Geonieuws 107 artikel 632

NGV-Geonieuws: elektronisch geologisch tijdschrift


15 December 2005, jaargang 7 nr. 24 artikel 632

Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon
Geologisch Instituut, Adam Mickiewicz Universiteit, Poznan (Polen)

Dit artikel is onderdeel van NGV-Geonieuws uitgave 107! Op de huidige pagina is alleen artikel 632 te lezen.

<< Vorig artikel: 631 | Volgend artikel: 633 >>

632 IJskap op Groenland smelt aan randen, maar groeit in totaliteit
Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon

Klik hier voor alle artikelen over Glaciologie ! Klik hier voor alle artikelen over (Paleo)Klimaat !     Klik hier om dit artikel af te drukken !

De berichten met betrekking tot smeltende ijskappen als gevolg van het mondiale broeikaseffect moeten genuanceerder worden beoordeeld dan gewoonlijk gebeurt door politici en milieuorganisaties zoals Greenpeace. Vaak wordt voorgesteld alsof de opwarming het afsmelten van ijskappen veroorzaakt, waardoor een zeespiegelstijging kan optreden die alle kustgebieden bedreigt. Daarbij zijn slechts twee (zeer grote) ijskappen van belang: die op Antarctica en op Groenland. Over de gevolgen van een zeespiegelstijging ten gevolge van het afsmelten van de ijskap op Antarctica bestaan veel onduidelijkheden vanwege verschillende modellen die het effect op de ijsshelf rond Antarctica voorspellen. Bij Groenland lijkt dat duidelijker te liggen: de ijskap smelt over grote delen langs de randen af, en het smeltwater komt direct in zee terecht.


IJsbedekking op de hoogste top boven de poolcirkel, de Gunnbjornsfjeld (3694 m)

Dat betekent echter niet zonder meer dat de zeespiegel stijgt. Dat hangt namelijk af van de massabalans van het ijs op Groenland. Zo’n massabalans, die het nettoeffect weergeeft van afsmeltend ijs en enerzijds en aangroei door sneeuwval anderzijds, is niet gemakkelijk en er is lang en heftig gediscussieerd over die balans. Een team onder leiding van Ola Johannessen heeft nu duidelijkheid geschapen. Daartoe werden hoogteveranderingen van de Groenlandse ijskap gemeten met de Europese Remote Sensing (ERS) satellieten ERS-1 en ERS-2. De metingen omvatten de periode 1992-2003, en betreffen in totaal zo’n 45 miljoen meetpunten. Daarmee is een beeld verkregen dat betrouwbaar genoeg is om de ontwikkeling van de ijskap vast te stellen.


De Cone (officieel de Qaqqaq Johnson) met daarachter de Christian IV gletsjer)

Bepaald niet verrassend is dat de metingen uitwijzen dat de ijskap - zowel in het noorden als het zuiden van Groenland - dunner wordt, vooral waar het ijs tot vlakbij de kust komt. Het ijs blijkt plaatselijk gedurende de meetperiode tot maximaal iets meer dan gemiddeld 30 cm per jaar dunner te zijn geworden. Daar staat echter de (meer verrassende) vondst tegenover dat het ijs in het meer centrale deel van de ijskap dikker is geworden, gemiddeld maximaal eveneens iets meer dan 30 cm per jaar.

Dit betekent niet dat afsmelten en aangroei elkaar in evenwicht houden: het binnenland is namelijk veel groter dan de kustzone. Wanneer voor alle meetpunten een gemiddelde wordt genomen, dan blijkt dat gedurende de periode 1992-2003 de absolute hoogte van de ijskap met 5,4 cm per is gestegen (hierbij wordt een foutenmarge van 2 mm meer of minder aangegeven door de onderzoekers. Deze 5,4 cm moet echter weer worden gecompenseerd voor de opheffing die Groenland nog steeds ondergaat als reactie op het verdwijnen van de grote ijskappen op het noordelijk halfrond na de laatste ijstijd. Die opheffing bedraagt ca. 4 mm per jaar, zodat de nettoaangroei van de ijskap gemiddeld 5 cm per jaar bedraagt. De ijskap neemt dus sterk in volume toe, ondanks de afsmelting langs de randen!

Overigens mogen daaruit geen verstrekkende conclusies worden getrokken volgens de onderzoekers, omdat de aangroei vooral plaatsvindt gedurende de winter onder invloed van de zogeheten North Atlantic Oscillation, die zelf variabel is. Alleen metingen over een nog aanzienlijk langere tijd kunnen dus uitwijzen of de aangroei van de Groenlandse ijskap een min of meer permanent verschijnsel is.

Referenties:
  • Johannesen, O.M., Khvorostovsky, K., Milers, M.W. & Bobylev, L.P., 2005. Recent ice-sheet growth in the interior of Greenland. Science 310, p. 1013-1016.

Foto’s © Petter Bjørstad, Applied and Computational Mathematics Group. University of Bergen, Bergen, Noorwegen; zie ook zijn website: www.ii.uib.no/~petter/mountains/east-greenland.html) met toestemming welwillend ter beschikking gesteld door Cathrine Myrmehl, Nansen Environmental and Remote Sensing Center, Bergen (Noorwegen).


Copyright © NGV 1999-2017
webmaster@geologischevereniging.nl