NGV-Geonieuws 108 artikel 640

NGV-Geonieuws: elektronisch geologisch tijdschrift


1 Januari 2006, jaargang 8 nr. 1 artikel 640

Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon
Geologisch Instituut, Adam Mickiewicz Universiteit, Poznan (Polen)

Dit artikel is onderdeel van NGV-Geonieuws uitgave 108! Op de huidige pagina is alleen artikel 640 te lezen.

<< Vorig artikel: 639 | Volgend artikel: 641 >>

640 In Vroeg-Krijt bestonden waarschijnlijk ijskappen op de polen
Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon

Klik hier voor alle artikelen over Glaciologie ! Klik hier voor alle artikelen over Oceanografie ! Klik hier voor alle artikelen over (Paleo)Klimaat ! Klik hier voor alle artikelen over Paleontologie, Fossielen & Uitstervingen !     Klik hier om dit artikel af te drukken !

Het Laat-Krijt was warm: zo'n 100-88 miljoen jaar geleden had het oppervlaktewater in de poolzeeën zelfs een temperatuur van zo'n 20 °C; het Laat-Krijt wordt dan ook wel voorgespiegeld als een tijdvak dat veel overkomst vertoont met wat de aarde te wachten staat als de huidige opwarming doorgaat. Er kwamen in het Krijt ook koudere intervallen voor, vooral in het Vroeg-Krijt. Over de precieze temperatuurverdeling over de aarde gedurende het Krijt is echter niet echt veel bekend: de gegevens waren - afgezien van wat uit gereconstrueerde flora en fauna naar voren kwam - vooral afkomstig van de isotopenverhoudingen in de schaaltjes van microfossielen die in de oppervlaktewateren van de oceanen leefden. Die schaaltjes werden echter zo langzaam opgebouwd, dat daaruit nauwelijks gegevens zijn te destilleren over de temperatuurfluctuaties binnen een jaar.


Karakteristieke rudist


Dergelijke schelpen groeiden in het Krijt met 4 cm per jaar


Onderzoek van een soort merkwaardige - inmiddels uitgestorven - tweekleppige schelpen (rudisten) blijkt nu veel van die temperatuurfluctuaties te onthullen. De rudisten, die in warme, ondiepe oceanen op lage breedte leefden, groeiden namelijk zo snel (soms wel 4 cm per jaar) dat de opbouw van de schelpen, via de verhouding tussen de zuurstofisotopen, de seizoensvariaties weerspiegelt. De belangrijkste conclusie die de onderzoekers - onder wie Joris Graaf van de Vrije Universiteit in Amsterdam - trekken op basis van hun analyse, die rudisten vanaf de Middellandse Zee tot aan de Caraïben omvatte, enkele interessante conclusies.


Associatie van de rudisten Vaccinites en Torreites met koralen en stromatoporoïden

Een van die conclusies is dat de maximale temperatuur van het oppervlaktewater in tropische oceanen gedurende warme tijdsintervallen van het Krijt maar weinig hoger was dan nu. De temperatuurfluctuaties per jaar waren toen echter veel geringer dan nu, waardoor de minimumtemperaturen veel hoger waren dan nu. Daar staat tegenover dat gedurende koudere intervallen de temperatuurfluctuaties veel groter waren dan nu.


Temperatuur van het oceanische oppervlaktewater, zoals afgeleid uit de verhouding tussen zuurstofisotopen, tijdens het koude Vroeg-Krijt (rechts) en het warme Laat-Krijt (links)

Deze temperatuurkarakteristieken wijzen op verschillen in de oceanische circulatiepatronen gedurende warmere en koudere intervallen. Die circulatiepatronen bepalen in grote mate hoeveel warmte er vanuit de tropen naar de poolgebieden wordt overgebracht. Dat heeft, op zijn beurt, weer grote invloed op het mogelijke ontstaan (en de instandhouding) van ijskappen rondom de polen. De onderzoekers komen op grond van hun waarnemingen tot de conclusie dat er gedurende de koudere intervallen van het Krijt ijskappen op de polen aanwezig moeten kunnen zijn geweest.

Referenties:
  • Steuber, Th., Rauch, M., Masse, J.P., Graaf, J. & Malkoc, M., 2005. Low-latitude seasonality of Cretaceous temperatures in warm and cold episodes. Nature 437, p. 1341-1344.

Foto's welwillend ter beschikking gesteld door Thomas Steuber, Institut für Geologie, Mineralogie und Geophysik, Ruhr-Universität, Bochum (Duitsland).


Copyright © NGV 1999-2017
webmaster@geologischevereniging.nl