NGV-Geonieuws 109 artikel 642

NGV-Geonieuws: elektronisch geologisch tijdschrift


15 Januari 2006, jaargang 8 nr. 2 artikel 642

Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon
Geologisch Instituut, Adam Mickiewicz Universiteit, Poznan (Polen)

Dit artikel is onderdeel van NGV-Geonieuws uitgave 109! Op de huidige pagina is alleen artikel 642 te lezen.

<< Vorig artikel: 641 | Volgend artikel: 643 >>

642 In Carboon liep schorpioen rond van ruim anderhalve meter lang
Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon

Klik hier voor alle artikelen over Paleontologie, Fossielen & Uitstervingen ! Klik hier voor alle artikelen over Sedimentologie !     Klik hier om dit artikel af te drukken !

In Schotland is, in Vroeg-Carbonische gesteenten van ca. 330 miljoen jaar geleden, het spoor gevonden dat een dier heeft achtergelaten. Het bijzondere van het spoor is dat er veel details uit zijn af te lezen. Zo moet het gaan om een arthropode (geleedpotig dier) die op zes poten liep, en dat met zijn staart over de bodem schuurde. Sporen van arthropoden zijn vaker gevonden, maar het gaat in dit geval om een uitzonderlijk groot dier: het moet ca. 1,6 m lang zijn geweest en ongeveer een meter breed. Daarmee gaat het waarschijnlijk om het grootste fossiele spoor van een arthropode dat ooit is aangetroffen.


Het spoor van de schorpioen (hamer met zwarte steel op gele laag onderaan is 30 cm)

Een ander bijzonder aspect is dat de afzetting waarin het spoor is aangetroffen, niet in zee maar op het land is gevormd. Daarmee is het gelijk ook het eerste spoor van een dergelijk organisme dat aantoont dat deze reusachtige dieren al (tijdelijk) op het land konden verblijven in een periode dat de eerste tetrapoden nog maar net begonnen waren met hun overstap uit zee naar het land.


Reconstructie (rechteraanzicht) van de schorpioen

Het spoor is zo duidelijk dat kan worden vastgesteld dat het om een schorpioen ging. Zelf het geslacht (genus) kan worden bepaald: het gaat om een soort van het geslacht Hibbertopterus, een geslacht dat behoorde tot de Eurypterida (waterschorpioenen). Die determinatie was mogelijk omdat er uit de desbetreffende gesteenten weliswaar ook diverse andere groepen arthropoden bekend zijn, maar alleen de eurypteriden kunnen een dergelijk spoor hebben achtergelaten. Van Hibbertopterus zijn al sinds 1831 diverse fossiele fragmenten bekend uit het Schotse Onder-Carboon. Daarbij is interessant dat de grootte van het dier, zoals die uit het spoor kan worden afgeleid, overeenstemt met sommige fragmenten van het koppantser, dat 65 cm breed moet zijn geweest.

Het spoor, dat werd aangetroffen (in feite als een opvulling) aan de onderzijde van een hellend laagpakket, is 6 m lang en 90-98 cm breed. Het vertoont, naast het sleepspoor van de staart, de indrukken van drie paar poten die een ongelijke lengte hadden. De 'voetstappen' liggen gemiddeld 27 cm uit elkaar, wat aangeeft dat het dier zich (op het land) uiterst langzaam voortbewoog. Dat kon het dier zich waarschijnlijk ook permitteren omdat er nog weinig of geen landdieren tot ontwikkeling waren gekomen die met succes op een dier van dergelijke afmetingen zouden kunnen jagen.

Referenties:
  • Whyte, M.A., 2005. A gigantic fossil arthropod trackway. Nature 438, p. 576.

Figuren welwillend ter beschikking gesteld door Martin Whyte, Department of Geography, University of Sheffield, Sheffield (Engeland).


Copyright NGV 1999-2017
webmaster@geologischevereniging.nl