NGV-Geonieuws 109 artikel 644

NGV-Geonieuws: elektronisch geologisch tijdschrift


15 Januari 2006, jaargang 8 nr. 1 artikel 644

Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon
Geologisch Instituut, Adam Mickiewicz Universiteit, Poznan (Polen)

Dit artikel is onderdeel van NGV-Geonieuws uitgave 109! Op de huidige pagina is alleen artikel 644 te lezen.

<< Vorig artikel: 643 | Volgend artikel: 645 >>

644 Minuscuul fossiel kiesje wijst op landbrug over Atlantische Oceaan in Krijt
Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon

Klik hier voor alle artikelen over Paleontologie, Fossielen & Uitstervingen !     Klik hier om dit artikel af te drukken !

In het Krijt van ENCI kalksteengroeve bij Maastricht is door twee amateurfossielenverzamelaars, Roland Meuris en Frans Smet, een kiesje ontdekt dat, ondanks zijn minuscule afmetingen (1,85 bij 1,36 mm), grote gevolgen kan hebben voor het beeld dat we hebben van het Laat-Krijt. Het gaat namelijk om een rechterbovenkies van een opossumachtig zoogdiertje. De opossum is een buideldier, en tot nu toe waren er uit Europa geen buideldieren uit het Mesozoïcum bekend.


Opnamen van het tandje met een elektronenmicroscoop

De vondst bekent dat buideldieren al minstens 10 miljoen jaar eerder Europa hebben bereikt dan tot nu toe werd aangenomen. Dat zou vanuit Amerika gebeurd moeten zijn (de opossumachtige buideldieren ontstonden naar alle waarschijnlijkheid in de loop van het Krijt in Noord-Amerika), grotendeels via een landbrug. Dit betekent dat er al veel eerder een dergelijke landbrug geweest moet zijn; daarmee ontstaat een nieuw beeld van de paleogeografie van het Laat-Krijt. Een landbrug in de tijd dat het diertje geleefd heeft (66,1 miljoen jaar geleden) is overigens zeker niet uitgesloten, want de zeespiegel stond toen zeer laag. In het noorden (boven 70° N.B.) zou de zogeheten Thule route grotendeels boven water gelegen kunnen hebben. Die route loopt via de eilanden van noordoost Canada, via Baffin Island, Groenland, de Farøer Eilanden en Groot-Brittannië naar het Europese vasteland. Waarschijnlijk was die route niet geheel drooggevallen, maar waren de te overbruggen afstanden door zee wel overkomelijk.

Dit nieuwe paleogeografische beeld berust uiteraard volledig op de interpretatie van het kiesje als afkomstig van een buideldier. Daarbij moet in aanmerking worden genomen dat zoogdiertanden en -kiezen steeds meer gebruikt worden voor paleontologische en stratigrafische onderzoeken. De plaatsing van de uitsteeksels op het kauwvlak, de hoogte ervan, de onderlinge hoogteverschillen en de vorm en ligging van de 'vlakte' tussen de uitsteeksels zijn namelijk heel karakteristiek, waardoor het mogelijk is om zelfs op basis van één tand of kies de soort vast te stellen.


Reconstructie van Maastrichtidelphys meurismeti door Hans Brinkerink (Vista Natura, Baarn)


De mogelijke oversteekroute tussen Noord-Amerika en Europa op het einde van het Krijt


Op basis van het gevonden tandje is het dan ook mogelijk om vast te stellen dat het gaat om een opossumachtig diertje dat een nieuwe soort (en een nieuw geslacht) vertegenwoordigt. Het is Maastrichtidelphys meurismeti genoemd (het Maastrichtse buideldier van Meuris en Smet). Dit dier heeft ongetwijfeld op het land geleefd. Dat het kiesje in mariene afzettingen gevonden is, doet daar niets aan af: het is ongetwijfeld als hetzij kiesje hetzij (deel van een) kadaver via een rivier naar zee getransporteerd.

Referenties:
  • Martin, J.E., Case, J.A., Jagt, J.M.W., Schulp, A.S. & Mulder, E.W.A., 2005. A new European marsupial indicates a Late Cretaceous high-latitude transatlantic dispersal route. Journal of Mammalian Evolution 12.

Figuren: Natuur Historisch Museum Maastricht.


Copyright © NGV 1999-2017
webmaster@geologischevereniging.nl