NGV-Geonieuws 110 artikel 646

NGV-Geonieuws: elektronisch geologisch tijdschrift


1 Februari 2006, jaargang 8 nr. 3 artikel 646

Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon
Geologisch Instituut, Adam Mickiewicz Universiteit, Poznan (Polen)

Dit artikel is onderdeel van NGV-Geonieuws uitgave 110! Op de huidige pagina is alleen artikel 646 te lezen.

<< Vorig artikel: 645 | Volgend artikel: 647 >>

646 Mammoet komt bijna weer tot leven
Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon

Klik hier voor alle artikelen over Biologie & Evolutie ! Klik hier voor alle artikelen over Paleontologie, Fossielen & Uitstervingen !     Klik hier om dit artikel af te drukken !

De stormachtige ontwikkeling die plaatsvindt op het gebied van DNA-onderzoek heeft, in combinatie met de ontdekking van (deels) bewaard gebleven DNA in tal van fossielen, al diverse malen geleid tot speculaties dat het ooit mogelijk zal worden om uitgestorven dieren of planten ooit weer, via gereconstrueerd DNA, tot leven te wekken. Pogingen daartoe zijn nu nog tot mislukken gedoemd, omdat aangetroffen DNA (onder meer van dino’s, holenberen, maar ook Neanderthalers) zodanig beschadigd en incompleet was dat er meer niet dan wel van over was.


Werkzaamheden voor de isolatie van DNA uit een mammoetbot (© H. Poinar).

De ontwikkeling lijkt echter niet te stuiten, en de ‘wederopstanding’ van de wolharige mammoet (Mammuthus primigenius) lijkt zelfs niet langer helemaal ondenkbaar. De botten van een exemplaar dat afkomstig is uit de permafrost in Siberië en dat 27.000 jaar oud is, hebben namelijk materiaal opgeleverd waardoor een sequentie van niet minder dan 13 miljoen basenparen van het DNA kon worden vastgesteld. Volgens de leider van het onderzoeksteam, de geneticus Hendrik Poinar, is de door hen toegepaste techniek zo effectief dat hij al op korte termijn gebruikt kan worden om de volledige DNA-sequentie van uitgestorven organismen vast te stellen. Daarmee zouden die organismen, in principe, weer kunnen ontstaan, ook al zal dat nog de nodige technische (en ethische) problemen met zich meebrengen. Bij het door Poinar uitgevoerde onderzoek zijn trouwens ook grote sequenties (met in totaal 15 miljoen basenparen) van gefossiliseerde microorganismen die op de mammoet werden aangetroffen, bepaald. Het gaat daarbij om bacteriën, schimmels, virussen, organismen uit de bodem en planten. Dat betekent dat niet alleen de fossiele macrofauna en -flora weer tot leven zouden kunnen worden gewekt, maar ook de daarbij behorende microben.


Geneticus Henrik Poinar bij babymammoet Dima (© H. Poinar)


Dick Mol en Bernard Buigues bij de resten van een wolharige mammoet (© A. Tikhonov)


Deze sciencefictionachtige mogelijkheden worden nog reëler nu nieuwe generaties van apparatuur waarmee DNA-sequenties worden bepaald, steeds effectiever worden, en nu het ook steeds beter wordt om ‘echt’ DNA van verontreinigingen te onderscheiden. Doordat met de nieuwe technieken steeds grotere DNA-sequenties kunnen worden bepaald, wordt het ook steeds beter mogelijk om de relatieve verwantschap tussen diverse soorten vast te stellen. Zo blijkt het DNA van de onderzochte mammoet (een vrouwtje) voor 98,5% gelijk aan dat van de recente Afrikaanse olifant (Loxodonta africana). Ze stonden echter nog dichter bij de Aziatische olifant (Elephas maximus).zie bijgevoegde drie elektronische figuren (mammoet).

Referenties:
  • Gibbons, A., 2005. New methods yield mammoth samples. Science 310, p. 1889.
  • Poinar, H.N., Schwarz, C., Qi, J., Shapiro, B., MacPhee, R.D.E., Buigues, B., Tikhonov, A., Huson, D.H., Tomsho, L.P., Auch, A., Rampp, M., Miller, W. & Schuster, S.C., 2005. Metagenomics to paleogenomics: large-scale sequencing of mammoth DNA. Sciencexpress 2005-12-20, 7 pp.

Foto’s welwillend ter beschikking gesteld door Jane Christmas, Office of Public Relations, McMaster University, Hamilton (Canada).


Copyright © NGV 1999-2017
webmaster@geologischevereniging.nl