NGV-Geonieuws 110 artikel 650

NGV-Geonieuws: elektronisch geologisch tijdschrift


1 Februari 2006, jaargang 8 nr. 3 artikel 650

Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon
Geologisch Instituut, Adam Mickiewicz Universiteit, Poznan (Polen)

Dit artikel is onderdeel van NGV-Geonieuws uitgave 110! Op de huidige pagina is alleen artikel 650 te lezen.

<< Vorig artikel: 649 | Volgend artikel: 651 >>

650 Raadselachtige groei van dinosoort
Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon

Klik hier voor alle artikelen over Biologie & Evolutie ! Klik hier voor alle artikelen over (Dino)sauriers ! Klik hier voor alle artikelen over Paleontologie, Fossielen & Uitstervingen !     Klik hier om dit artikel af te drukken !

Dinosauriërs groeiden snel. Dat gold echter niet altijd voor de soort Plateosaurus engelhardti, die ongeveer 200 miljoen jaar geleden (Laat-Trias) in centraal Europa leefde en daar betrekkelijk veelvuldig voorkwam (het is de meest voorkomende dinosauriër uit zuidwest Duitsland). Deze soort werd ongeveer 10 m lang en bereikte een gewicht van enkele tonnen, maar daarvoor had niet ieder individu even veel tijd nodig.


Botten van Plateosaurus tijdens de opgraving

Dinosauriërs vertoonden, voor zover bekend, een gestage groei. Voor iedere soort hoorde een bepaalde grootte bij een bepaalde leeftijd. Dat is niet bij alle dieren zo: reptielen zoals krokodillen en schildpadden, bijvoorbeeld, vertonen een groeisnelheid die afhangt van de omstandigheden. Zijn die gunstig (veel voedsel, goed klimaat), dan groeien ze snel; bij minder gunstige omstandigheden groeien ze langzaam. Merkwaardig genoeg lijkt Plateosaurus, als uitzondering bij de dino’s, een soortgelijk groeigedrag te hebben vertoond.


Een volledig skelet van Plateosaurus


Martin Sander bij onderzoek van een Plateosaurus-bot


Een en ander blijkt uit het onderzoek van botten van deze soort, die behoort tot het taxon van de prosauropoden, de groep waaruit later de zeer grote soorten dino’s voortkwamen. De botten vertonen, net als bij andere dino’s, groeiringen. Waar die ringen bij andere dino’s een regelmatig patroon vormen, is dat bij P. engelhardti echter niet het geval. Daar komen tussen de relatief brede (normale) jaarringen ook veel dunnere jaarringen voor, precies zoals dat het geval is bij reptielen die een moeilijk jaar meemaken. Omdat de omstandigheden van jaar tot jaar - en van plaats tot plaats - varieerden, groeiden de diverse individuen heel verschillend. Zo vonden de onderzoekers dat sommige exemplaren al na 12 jaar de grootte van een volwassen exemplaar hadden bereikt, terwijl andere bij een leeftijd van 27 jaar (oudere exemplaren hebben de onderzoekers niet bestudeerd) nog in hun groeifase zaten. Soms bleven individuen zelfs klein: enkele exemplaren van minder dan 5 m lang vertoonden verder al alle kenmerken van volwassenheid.


Gepolijste doorsnede van een Plateosaurus-bot met duidelijke groeiringen

De onregelmatige groei van P. engelhardti is des te verwonderlijker omdat zijn meest nabije verwanten een ‘gewone’, regelmatige groei vertoonden. Het kan ook niet zijn dat P. engelhardti een reptielachtige, onregelmatige groei vertoonde omdat hij nog dichter bij de reptielen stond dan andere dino’s, want ook zijn evolutionaire voorgangers vertonen al de regelmatige dinogroei. Het blijft vooralsnog een raadsel. Het is moeilijk om aan te nemen dat dino’s (zoals nu vrij algemeen wordt aangenomen) warmbloedig waren (en dus stierven bij te lage temperatuur of onvoldoende voedsel) terwijl P. engelhardti koudbloedig zou zijn geweest (en ongunstige omstandigheden dus, net als reptielen, beter kon overleven). De onderzoekers opperen dat de stamboom van de dino’s wellicht anders is dan tot nu toe wordt aangenomen, en dat daarin een oplossing voor deze merkwaardige ontdekking moet worden gezocht.bij opgraving: Botten van Plateosaurus tijdens de opgraving.

Referenties:
  • Gramling, C., 2005. How fast does your dinosaur grow? Science 310, p. 1751.
  • Sander, M. & Klein, N., 2005. Developmental plasticity in the life history of a prosauropod dinosaur. Science 310, p. 1800-1802.

Foto’s welwillend ter beschikking gesteld door Martin Sander, Institut für Paläontologie, Universität Bonn, Bonn (Duitsland).


Copyright © NGV 1999-2017
webmaster@geologischevereniging.nl