NGV-Geonieuws 111 artikel 652

NGV-Geonieuws: elektronisch geologisch tijdschrift


15 Februari 2006, jaargang 8 nr. 4 artikel 652

Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon
Geologisch Instituut, Adam Mickiewicz Universiteit, Poznan (Polen)

Dit artikel is onderdeel van NGV-Geonieuws uitgave 111! Op de huidige pagina is alleen artikel 652 te lezen.

<< Vorig artikel: 651 | Volgend artikel: 653 >>

652 Extraterrestrische 'stofregen' in het Mioceen
Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon

Klik hier voor alle artikelen over Astronomie ! Klik hier voor alle artikelen over Sedimentologie !     Klik hier om dit artikel af te drukken !

Uit diepzeeboringen blijkt dat de aarde in het Mioceen als het ware gehuld moet zijn geweest in een wolk van kleine stofdeeltjes. Computersimulaties wijzen uit dat die deeltjes afkomstig moeten zijn van een uiteengevallen astero´de (Veritas), die een doorsnede had van meer dan 150 km, en die zich bevond in de belangrijkste astero´dengordel van ons zonnestelsel, in een baan tussen die van Mars en Jupiter. Die astero´den, die in grootte variŰren van minieme stofdeeltjes tot brokstukken van vele honderden kilometers in doorsnede, zijn afkomstig van een planeet die zich oorspronkelijk in die baan bevond, maar die - mogelijk ten gevolge van de botsing met een ander hemellichaam - in brokstukken uiteen is gevallen.

Interplanetair stof dat ontstaat bij botsingen tussen astero´den, maar dat ook afkomstig kan zijn van kometen, beweegt zich naar de zon toe. Daarbij kan het terechtkomen in het zwaartekrachtsveld van een planeet, en daar dan op neervallen. Zo trekt de aarde jaarlijks gemiddeld ca. 20.000 ton van dit ruimtestof aan. De precieze hoeveelheid varieert sterk, want die is medeafhankelijk van botsingen tussen astero´den en van de nabijheid van actieve kometen. Via onderzoek van diepzeekernen (in de diepzee is de sedimentatie zeer gering) kan men deze fluctuaties op basis van de concentratie van extraterrestrische stofdeeltjes reconstrueren. Om dat te kunnen doen moet natuurlijk wel hun extraterrestrische aard worden vastgesteld. Dat is relatief gemakkelijk, omdat ze een veel hogere concentratie van het isotoop helium-3 bevatten dan aardse deeltjes.


De concentratie van helium-3 in diepzeesedimenten van twee ver uiteen gelegen locaties vertoont 8,2 miljoen jaar geleden plotseling een sterke piek


Recent spoor van stofdeeltjes in de hoge atmosfeer boven Antarctica door het uiteenvallen van een ca. 1000 ton grote astero´de


Onderzoekers zijn zo aan de slag gegaan om de fluctuaties in de 'stofregen' op aarde te reconstrueren voor de laatste 75 miljoen jaar. Daarbij werd een grote piek gevonden voor 8,2 miljoen jaar geleden: de concentratie nam plotseling toe tot het viervoudige van de normale waarde, en zakte daarna in ca. anderhalf miljoen jaar weer geleidelijk terug naar het normale niveau. Om na te gaan of dit geen lokaal toeval was, is de fluctuatie ook in een boorkern van elders bepaald; beide boorkernen (Grote Oceaan en Atlantische Oceaan) leverden hetzelfde beeld op. Dit betekent dat 8,2 miljoen jaar geleden een stofregen begon die anderhalf miljoen jaar aanhield.

De botsing van Veritas met een andere astero´de was volgens de onderzoekers de grootste van de afgelopen 100 miljoen jaar. Berekeningen tonen aan dat de daarbij geproduceerde hoeveelheid stof inderdaad de piek in de diepzeekernen kan verklaren.

Referenties:
  • Farley, K.A., Vokrouhlickř, D., Bottke, W.F. & Nesvornř, D., 2006. A late Miocene dust shower from the break-up of an asteroid in the main belt. Nature 439, p. 295-297.

Grafiek welwillend ter beschikking gesteld door Ken Farley, Division of Geological and Planetary Sciences, California Institute of Technology, Pasadena, CA (Verenigde Staten van Amerika); foto van het atmosferische stofspoor: Sandia National Laboratories.


Copyright ę NGV 1999-2017
webmaster@geologischevereniging.nl