NGV-Geonieuws 113 artikel 664

NGV-Geonieuws: elektronisch geologisch tijdschrift


15 Maart 2006, jaargang 8 nr. 6 artikel 664

Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon
Geologisch Instituut, Adam Mickiewicz Universiteit, Poznan (Polen)

Dit artikel is onderdeel van NGV-Geonieuws uitgave 113! Op de huidige pagina is alleen artikel 664 te lezen.

<< Vorig artikel: 663 | Volgend artikel: 665 >>

664 Zicht op de onderkant van het ijs van de Noordelijke IJszee
Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon

Klik hier voor alle artikelen over Glaciologie ! Klik hier voor alle artikelen over Oceanografie !     Klik hier om dit artikel af te drukken !

Er is nog steeds weinig bekend over de onderkant van zeeijs, zoals dat bijv. voorkomt in de Noordelijke IJszee. Dat is niet verwonderlijk, want er bestaat geen mogelijkheid tot gedetailleerd onderzoek behalve vanuit duikboten. En zelfs vanuit duikboten zijn er uiteraard geen directe waarnemingen mogelijk, maar moet onderzoek met technische middelen plaatsvinden zonder directe zicht op het ijs. Er zijn inmiddels overigens genoeg geofysische methoden beschikbaar om dergelijk onderzoek uit te voeren, maar weinig onderzoekerts krijgen voor hun studie een duikboot ter beschikking ... Niettemin is er in 2004 dergelijk onderzoek uitgevoerd voor de kust van Noordoost-Groenland. Dat gebeurde vanaf de James Clark Ross, met een onbemande duikboot (de Autosub-II) die vanaf het 'moederschip' kon worden gestuurd en geďnstrueerd.



Diepte van de Noordelijke IJszee voor de kust van NO Groenland, met aangegeven traject M365 van Autosub-II

Dit onderzoek heeft resultaten opgeleverd die details vertonen die nooit eerdere konden worden vastgesteld. Daartoe werd gebruik gemaakt van geofysische methoden, die over diverse trajecten met een lengte van in totaal ca. 450 km werden toegepast. Daarbij bleek ook dat informatie die eerder op andere manieren was verkregen, in veel gevallen onbetrouwbaar was. Het onderzoek heeft daarmee aangetoond dat de huidige inzichten in de karakteristieken van zeeijs onvoldoende zijn. Dat betreft zelfs betrekkelijk simpele zaken zoals de waterdiepte onder het zeeijs: de diepte van de zeebodem bleek met vroegere methoden nauwelijks met enige betrouwbaarheid vastgesteld te kunnen worden.


Dikte van het zeeijs (bovenaan, lichtblauw) boven de Noorse Trog (regelmatige ijsdikte) en de Belgica Bank (onregelmatig, met 'kielen').

Wellicht de meest interessante bevindingen van het onderzoek betreffen de variaties in dikte van het zeeijs, en de aard van de zeestromen onder het ijs (die we hier verder zullen laten rusten). Wat betreft de dikte kon worden vastgesteld dat het ijs boven de ondiepe Belgica Bank grote (onderzeese) 'ruggen' - misschien is het beter te spreken van een 'kiel' - vertoont (dus dat het ondervlak van het ijs zeer onregelmatig is), terwijl het ijs boven de diepe Noorse Trog voor het overgrote deel bedekt is met een regelmatige ijslaag van ca. 2 m dik (alleen vlakbij Groenland is er een klein gebied waarop ook 'kielen' onder het ijs voorkomen). Overigens zijn er nog onvoldoende gegevens om te kunnen concluderen of deze verschillen in ijsoppervlak direct samenhangen met de verschillen in waterdiepte.

De dikste 'kiel' die op traject M365 werd aangetroffen, bleek 33 meter dik te zijn. Dat betekent dat zich onder het normaal betrekkelijk dunne (enkele meters) zeeijs nog eens ijsmassa’s bevinden met een enorm volume. Het gaat daarbij, alleen al in de gemeten dunne plakjes van zeeijs om honderdduizenden tonnen. Dit betekent het totale ijsvolume in de Noordelijke IJszee mogelijk enkele malen groter is dan tot nu toe werd aangenomen.

Referenties:
  • Wadhams, P., Wilkinson, J.P. & McPhail, S.D., 2006. A new view of the underside of Arctic sea ice. Geophysical Research Letters 33, doi:10.1029/2005GL025131, 5 pp.

Figuren welwillend ter beschikking gesteld door Peter Wadhams, Department of Applied Mathematics and Theoretical Physics, University of Cambridge, Cambridge (Engeland).


Copyright © NGV 1999-2017
webmaster@geologischevereniging.nl