NGV-Geonieuws 113 artikel 665

NGV-Geonieuws: elektronisch geologisch tijdschrift


15 Maart 2006, jaargang 8 nr. 6 artikel 665

Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon
Geologisch Instituut, Adam Mickiewicz Universiteit, Poznan (Polen)

Dit artikel is onderdeel van NGV-Geonieuws uitgave 113! Op de huidige pagina is alleen artikel 665 te lezen.

<< Vorig artikel: 664 | Volgend artikel: 666 >>

665 Het eerste zwemmende zoogdier
Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon

Klik hier voor alle artikelen over Biologie & Evolutie ! Klik hier voor alle artikelen over Paleontologie, Fossielen & Uitstervingen !     Klik hier om dit artikel af te drukken !

Opnieuw heeft onderzoek in China een bijzonder fossiel opgeleverd. Het gaat om de restanten van een primitief zoogdier uit de Jiulongshan Formatie in Binnen-Mongolië. Deze formatie bestaat uit afzettingen van een meer uit het Midden-Jura (het fossiel is gedateerd op 164 miljoen jaar). Dat het dier werd aangetroffen in een dergelijke afzetting is niet verwonderlijk, want een reconstructie maakt duidelijk dat het moet gaan om een dier met goede zwemcapaciteiten. Daarmee is het fossiel het oudst bekende zwemmende zoogdier. Het dier behoort tot de docodonten, een inmiddels uitgestorven groep van zoogdieren die - voor zover bekend - leefden van het Midden-Jura tot het Laat-Krijt, en die niet direct verwant zijn aan de moderne zoogdieren.


Reconstructie van Castorocauda lutrasimilis
(tekening Mark A. Klinger, CMNH)


Het gereconstrueerde skelet van Castorocauda lutrasimilis


Het goed bewaarde fossiel is Castorocauda lutrasimilis genoemd (çastoro is het Latijnse woord voor bever; cauda het Latijnse woord voor staart, lutra het Latijnse woord voor rivierotter, en similis is het Latijnse woord voor gelijkend). Het gaat dus om een dier dat lijkt op een rivierotter, met een beverstaart. De restanten tonen aan dat het skelet en de zachte weefsels het dier goede zwemeigenschappen gaven, en de tanden tonen aan dat het om een viseter ging. Het dier moet een dichtbehaarde pels hebben gehad, waarmee het het oudste zoogdier is waarvan vaststaat dat hij een haardos had. Hij had een dichte, korte ondervacht, die zijn huid beschermde tegen direct contact met water, met daaroverheen een langere vacht.


Het fossiel Castorocauda lutrasimilis zoals aangetroffen op zijn vindplaats

De levenswijze moet volgens de onderzoekers geleken hebben op die van een vogelbekdier. De meest waarschijnlijk leefomgeving was langs rivieren of meren. Daar peddelde hij rond, min of meer zoals honden dat nu doen, at waterdieren en insecten, en groef gangen om in de bodem een nest te bouwen. De beverachtige staart moet geholpen hebben bij de voortbeweging in het water, net zoals bij bevers. Daarop wijzen ook de botten in zijn staart, waarvan de bouw grote gelijkenis vertoont met die van recente bevers en otters.


Vindplaats van het fossiel

De meeste Mesozoïsche zoogdieren waren klein (met een gewicht van minder dan 50 g), en ze waren terrestrisch (op het land levend). Vrijwel allemaal voedden ze zich met insecten. Castorocauda is met zijn lengte (zonder staart) van ten minste 42,5 cm (waarvan de schedel 6 cm uitmaakte), een geschat gewicht van 500-800 g en een dieet van waterdieren daarop een duidelijke uitzondering.

Referenties:
  • Martin, Th., 2006. Early mammalian evolutionary experiments. Science 311, p. 1109-1110.
  • Ji, Q., Luo, Z.-X., Yuan, C.-X. & Tabrum, A.R., 2006. A swimming mammaliaform from the Middle Jurassic and ecomorphological diversification of early mammals. Science 311, p. 1123-1126.

Foto’s welwillend ter beschikking gesteld door Zhe-Xi Luo, Carnegie Museum of Natural History (CMNH), Pittsburg, PA (Verenigde Staten van Amerika).


Copyright © NGV 1999-2017
webmaster@geologischevereniging.nl