NGV-Geonieuws 114 artikel 669

NGV-Geonieuws: elektronisch geologisch tijdschrift


1 April 2006, jaargang 8 nr. 7 artikel 669

Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon
Geologisch Instituut, Adam Mickiewicz Universiteit, Poznan (Polen)

Dit artikel is onderdeel van NGV-Geonieuws uitgave 114! Op de huidige pagina is alleen artikel 669 te lezen.

<< Vorig artikel: 668 | Volgend artikel: 670 >>

669 Proef voor fabriceren van kunstmatig 'eerste leven' mislukt
Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon

Klik hier voor alle artikelen over Biologie & Evolutie !     Klik hier om dit artikel af te drukken !

Sinds Darwin met zijn 'Origin of species' de grondslag legde voor de evolutietheorie, is er druk gespeculeerd over de omstandigheden waaronder het eerste leven op aarde tot ontwikkeling kon komen. Darwin zelf dacht daarbij aan warmwaterbronnen. Sindsdien zijn ook hete bronnen (inclusief de 'black smokers' in de diepzee) vaak genoemd als mogelijk milieu waarin primitief leven kon ontstaan en zich in stand kon houden.


Een warmwaterbron van het type waarin leven zou kunnen zijn ontstaan

Bekend is uit vroegere experimenten dat zich onder de omstandigheden zoals die moeten hebben geheerst in de begintijd van de aarde, redelijk complexe verbindingen konden vormen die als bouwstenen voor levende materie dienen. Men spreekt van de vroegere (warme) zeeŽn waarin deze verbindingen kunnen zijn voorgekomen wel van 'oersoep'. Er was echter nooit uitgezocht of er in dergelijk warm water (bijv. in warme of hete bronnen) ook nu leven zou kunnen ontstaan wanneer aan het water in die bronnen kunstmatig gefabriceerde 'oersoep' wordt toegevoegd. Met dergelijke proeven is nu een begin gemaakt.


Het nemen van monsters uit de warme bron


Prof. Deamer voert een proef uit bij een
warmwaterbron.


De praktijkproeven vonden plaats in bronnen op het Russische schiereiland Kamtsjatka, en bij Mount Lassen in California. Aan het water in die bronnen werd verschillende soorten 'oersoep' met combinaties van aminozuren, DNA, eiwitten, vetzuren en/of fosfaten toegevoegd. Daartoe werd gekozen omdat toevoeging van decaanzuur [CH3(CH2)8COOH; vroeger ook wel 'caprinezuur' genoemd] aan een waterige zoutoplossing met een neutrale zuurgraad (pH = 7) blijkt te leiden tot de vorming van een soort blaasjes met membranen, die aanmerkelijk ingewikkelder zijn dan de uitgangsmaterialen. Van nieuw 'leven' was bij de in Kamtsjatka uitgevoerde proeven echter geen sprake.

Mogelijk zijn de tot nu toe negatieve resultaten een gevolg van de aanwezigheid van veel klei, want de organische bestanddelen uit de 'oersoep' hechtten zich zo snel aan kleideeltjes in het water en langs de randen van de bronnen dat er verder nauwelijks chemische reacties optraden. Volgens de leider van het onderzoeksteam, David Deamer, biedt dat echter op zichzelf ook wel weer perspectieven, want op langere termijn zou reactie tussen de kleideeltjes en de organische bestanddelen wel degelijk kunnen leiden tot processen die een stap voorwaarts betekenen bij de ontwikkeling van leven.

Deamer is door de proeven tot de conclusie gekomen dat in ieder geval hete bronnen van het type dat hij nu heeft onderzocht, vrijwel zeker niet de omstandigheden hebben geleverd waaronder het leven op aarde kon ontstaan. Hij wil zijn proeven echter nog herhalen in bronnen op Hawaii, waar de aanwezigheid van klei een veel minder groot probleem zal opleveren.

Referenties:
  • Deamer, D., Singaram, S., Rajamani, S. & Kompanichenko, V., 2006. Self-assembly processes in the prebiotic environment. Proceedings of the Royal Society B (in druk).

Foto's welwillend ter beschikking gesteld door Dave Deamer, Department of Chemistry and Biochemistry. University of California, Santa Cruz, CA (Verenigde Staten van Amerika).


Copyright © NGV 1999-2017
webmaster@geologischevereniging.nl