NGV-Geonieuws 6 artikel 67

NGV-Geonieuws: elektronisch geologisch tijdschrift


1 December 1999, jaargang 1 nr. 6 artikel 67

Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon
Geologisch Instituut, Adam Mickiewicz Universiteit, Poznan (Polen)

Dit artikel is onderdeel van NGV-Geonieuws uitgave 6! Op de huidige pagina is alleen artikel 67 te lezen.

<< Vorig artikel: 66 | Volgend artikel: 68 >>

67 Gashydraten in Golf van Mexico vormen risico voor olieleidingen
Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon

Klik hier voor alle artikelen over Olie, Gas & Mijnbouw !     Klik hier om dit artikel af te drukken !

In de Golf van Mexico komen grotere hoeveelheden gashydraat voor in kleinere hoeveelheden sediment dan waar elders ter wereld ook. De gashydraten, die in principe bestaan uit methaan met daaraan gebonden kristalwater, maar waarin veelal ook CO2 is opgenomen, vormen ijsachtige massa’s (die echter tienmaal harder zijn dan 'gewoon' ijs) en bestaan in drie vormen. Uit analyses van de koolstofisotopen in de nog steeds tamelijk raadselachtige gashydraten is gebleken dat een van die vormen (met kubische kristallen) ontstaat onder invloed van bacteriën die CO2 in methaangas (CH4) omzetten, waarna dat methaan zich onder daarvoor geschikte omstandigheden met water spontaan verbindt tot de uit vaste stof bestaande gashydraten. Dit type gashydraat komt in de Golf van Mexico, net als elders, het meest voor.

Een tweede - eveneens kubische - vorm komt ook in relatief hoge concentraties in de bodem van de Golf van Mexico voor. Deze veel minder algemeen voorkomende vorm betreft gashydraat dat is gevormd door de verbinding van water met methaangas dat vanuit de onderliggende olie- en gasvelden opwelt. De risico’s die het gashydraat voor de exploratie en de winning van olie en gas in de Golf van Mexico nu lijkt op te leveren, is vooral aan dit type gashydraat te wijten. De derde bekende vorm van gashydraat komt - in mindere mate - eveneens in de Golf voor; het gezamenlijke voorkomen van drie typen gashydraat maakt de bodem van de Golf van Mexico uniek. Uniek is ook de grote hoeveelheid gashydraat; volgens recent onderzoek is inmiddels ruim een biljoen (1012) kubieke meter methaan in het gashydraat aangetoond.

Het 'tweede' type gashydraat zit voor een groot deel in de bodem opgesloten op en diepte van enkele tientallen tot enkele honderden meters. Onder die omstandigheden is het stabiel. Op de 49e jaarlijkse bijeenkomst van de Gulf Coast Association of Geological Societies verklaarden onderzoekers dat deze gashydraten ook stabiel zijn aan het sedimentoppervlak. Ze toonden dat experimenteel aan door methaangas vanuit een speciale onderzoeksduikboot op de bodem van de Golf van Mexico te laten ontsnappen. Er vormde zich direct gashydraat, dat ter plaatse ook niet meer in water en methaan was te scheiden. Dit experiment zou de verwachting kunnen wekken dat het gashydraat weinig risico’s oplevert voor technische installaties (zoals pijpleidingen) ter plaatse.

Het geringe risico is echter slechts schijn, waarschuwden de onderzoekers. De olie- en gaswinning in de Golf vindt namelijk grotendeels plaats op de helling van het bekken. Die helling is weliswaar zeer gering, maar toch voldoende om grote sedimentmassa’s in beweging te kunnen brengen, bijv. als gevolg van een aardbeving of zelfs een zware wervelstorm. Dan veranderen de omstandigheden mogelijk zodanig dat het gashydraat ontbonden wordt. Dat zou echter ook door kunstmatige oorzaken kunnen gebeuren, en wel door lokale stijging van de omgevingstemperatuur, bijv. resulterend uit het transport van (relatief warme) olie door pijpleidingen. Ook booractiviteiten zouden tot een wijziging van de omstandigheden kunnen leiden die resulteert in de ontbinding van gashydraat.

Bekend is dat de snelle ontbinding van gashydraat in het sediment als gevolg van natuurlijke - maar nauwelijks bekende en begrepen - oorzaken in staat is om sterke verstoringen in de bodem te veroorzaken. Pijpleidingen zouden bij zo’n bodemverstoring kunnen springen. Bij het kiezen van een locatie voor installaties of activiteiten zou daarmee volgens de onderzoekers meer rekening moeten worden gehouden.

Referenties:
  • Sassen, R., Sweet, S.T., Milkov, A.V., DeFreitas, D.A., Salata, G.G. & McDade, E.C., 1999. Geology and geochemistry of gas hydrates, central Gulf of Mexico continental slope. In: W.C. Terrell & L. Czerniakowski (red.): Transactions forty-ninth annual convention of the Gulf Coast Association of Geological Societies (Lafayette, 1999), p. 462-468.


Copyright © NGV 1999-2017
webmaster@geologischevereniging.nl