NGV-Geonieuws 116 artikel 677

NGV-Geonieuws: elektronisch geologisch tijdschrift


1 Mei 2006, jaargang 8 nr. 9 artikel 677

Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon
Geologisch Instituut, Adam Mickiewicz Universiteit, Poznan (Polen)

Dit artikel is onderdeel van NGV-Geonieuws uitgave 116! Op de huidige pagina is alleen artikel 677 te lezen.

<< Vorig artikel: 676 | Volgend artikel: 678 >>

677 Bodemerosie bij Maya’s hing niet samen met populatiedruk
Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon

Klik hier voor alle artikelen over Archeologie ! Klik hier voor alle artikelen over Geomorfologie !     Klik hier om dit artikel af te drukken !

De bodems in de door de Maya’s bewoonde zuidelijke laaglandgebieden van Belize, Guatemala, Honduras en Mexico zijn vaak opvallend dun. Bovendien blijken ze in de tijd van de Maya’s - ruwweg tussen 1000 v.Chr. en 900 n.Chr. - sterk verslechterd te zijn, enerzijds door sedimentatie over de vruchtbare bodem heen, anderzijds door erosie van de bodem. Een en ander is al lang in verband gebracht met de landbouwactiviteiten van de Maya’s, waarbij in het algemeen werd aangenomen dat de instorting van het Mayarijk, omstreeks 900 n.Chr., samenhing met uitputting of verschraling van de grond ten tijde van een hoge populatiedruk.


Onderzoeksleider Tim Beach (TB)


Put voor bodemonderzoek in Belize (TB)


Die opvatting blijkt niet juist te zijn. Onderzoek van ruim honderd ontsluitingen (meestal voor het doel gegraven putten) in zowel het laagland als in hoger gelegen gebieden, in combinatie met bodemonderzoek in de natte gebieden en aan de hand van boorkernen uit meren, en tal van andere onderzoeksmethoden, toont aan dat erosie gedurende drie afzonderlijke tijdsintervallen plaatsvond. Deze drie tijdsintervallen zijn duidelijk van elkaar gescheiden, en blijken te zijn voorgekomen op momenten van sterk uiteenlopende populatiedruk. De eerste fase vond plaats in de zogeheten pre- klassieke periode (ongeveer 1000 v.Chr. 250 n.Chr.); de tweede in de laat-klassieke periode (550-900 n.Chr.); de derde fase van sterke bodemerosie vond plaats gedurende de afgelopen tientallen jaren.


Put bij Cancuen met duidelijke paleosol (TB)

In de perioden tussen de erosiefasen werd tweemaal een - nu onder sediment bedekte - bodem (paleosol) gevormd. De bovenste paleosol is niet overal aanwezig. Hij ligt onder sedimenten van de klassieke periode en is relatief slecht ontwikkeld. Veel beter ontwikkeld is een bodem die in het begin van het Holoceen werd gevormd, die meestal ontwikkeld is in sediment dat uit de pre-klassieke periode dateert.


Put voor bodemonderzoek (N.D.)

Dit beeld geeft aan dat de sterkste bodemerosie optrad in de vroege fase van de Mayaontwikkeling; de erosie in die tijd - waarschijnlijk veroorzaakt onder invloed van landbouw - blijkt sterker te zijn geweest dan tot nu toe werd aangenomen. Daarentegen blijkt de erosie gedurende de fase tot aan de instorting van het Mayarijk duidelijk minder sterk te zijn geweest dan werd verondersteld. Dat is opvallend, want juist in die laatste periode was de populatiedruk veruit het grootst. Kennelijk wist de bevolking door verbeterde landbouwtechnieken toen de erosie grotendeels tegen te houden.
Hierbij moet overigens worden opgemerkt dat dit beeld niet voor het hele Mayarijk opgaat. Onder meer in Guatemala trad juist aan het einde van de laatklassieke periode (550-830) sterke bodemerosie op.

Referenties:
  • Beach, T., Dunning, N., Luzadder-Beach, S., Cook, D.E. & Lohse, J., 2006. Impacts of the ancient Maya on soils and soil erosion in the central Maya lowlands. Catena 65, p. 166-178.

Foto's welwillend ter beschikking gesteld door Tim Beach (TB), STYA, SFS, Georgetown University, Washington DC (Verenigde Staten van Amerika) en Nick Dunning (ND) Department of Geography, University of Cincinnati, Cincinnati, OH (Verenigde Staten van Amerika).


Copyright © NGV 1999-2017
webmaster@geologischevereniging.nl