NGV-Geonieuws 116 artikel 678

NGV-Geonieuws: elektronisch geologisch tijdschrift


1 Mei 2006, jaargang 8 nr. 9 artikel 678

Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon
Geologisch Instituut, Adam Mickiewicz Universiteit, Poznan (Polen)

Dit artikel is onderdeel van NGV-Geonieuws uitgave 116! Op de huidige pagina is alleen artikel 678 te lezen.

<< Vorig artikel: 677 | Volgend artikel: 679 >>

678 Einde van een sprookje: massauitsterving op grens Krijt/Tertiair was geen gevolg van meteorietinslag
Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon

Klik hier voor alle artikelen over Astronomie ! Klik hier voor alle artikelen over Paleontologie, Fossielen & Uitstervingen !     Klik hier om dit artikel af te drukken !

De massauitsterving 65 miljoen jaar geleden, waarbij ook (bijna) alle dinosauriërs van de aardbodem verdwenen, lijkt toch niet veroorzaakt te zijn door de inslag van een groot hemellichaam. Er waren al eerder aanwijzingen dat dit zo aansprekende verband tussen inslag en massauitsterving wel eens niet waar kon zijn, maar juist omdat het de enige goed verklaarde massauitsterving was, ondervonden kritische geluiden steeds veel weerstand.


Locatie van de Chicxulub inslagkrater


Zo stelt men zich de inslag voor


Waar in het verleden de Nederlander Jan Smit (Vrije Universiteit van Amsterdam) een belangrijke rol speelde bij het onderzoek dat het verband tussen de inslag en de uitsterving op de K/T-grens moest bewijzen, daar is het nu een andere Nederlander die met sterke aanwijzingen voor het tegendeel komt. Markus Harting (Universiteit van Utrecht) heeft namelijk glasbolletjes die - op basis van geochemische analyse - zeker moeten zijn gevormd bij de inslag op het Yucatan schiereiland onderzocht. Dergelijke bolletjes zijn in grote hoeveelheden te vinden in sedimenten uit noordoost Mexico, Texas, Guatemala, Belize en Haïti. Veel van die bolletjes zijn te vinden in afzettingen die omstreeks de K/T-grens zijn gevormd. Ze komen echter ook in oudere lagen voor, en op sedimentologische gronden kan worden aangenomen dat veel van de bolletjes die op het aardoppervlak zijn terechtgekomen, via erosie en transport in jongere afzettingen terecht zijn gekomen. De oudste sedimenten waarin ze worden aangetroffen, geven het meest waarschijnlijke moment weer waarop de bolletjes - na de lucht in te zijn geslingerd bij de inslag - weer op aarde terugvielen. Die oudste lagen met de desbetreffende glasbolletjes blijken van zo’n 300.000 jaar voor de K/T-grens te dateren, en liggen soms zo’n 10 m onder de sedimenten die de grens markeren. Dat betekent dat er geen direct oorzakelijk verband kan bestaan tussen de inslag en de massauitsterving. Gelukkig lijkt de inslag die de Chicxulub-krater veroorzaakte overigens toch niet helemaal zonder gevolgen te zijn geweest: de ammonieten stierven al voor de K/T-grens uit, en hun uitsterving lijkt samen te vallen met de inslag.


Scanning-electron-microscope opname van een glasbolletjes uit Noordoost Mexico

Het feit dat veel bolletjes in 'te jonge' lagen worden aangetroffen, is op zichzelf niet verwonderlijk. Op het land vindt immers voortdurend erosie plaats. Bij het transport van geërodeerd materiaal treden veranderingen op; er worden bijv. stukjes afgeslagen, en de deeltjes kunnen breken. Dat is precies wat waargenomen wordt bij de glasdeeltjes in de 'jonge' lagen, terwijl de bolletjes in de sedimenten van 300.000 jaar voor de inslag geen dergelijke verschijnselen vertonen. Ook blijkt het fameuze 'iridiumlaagje' - in feite een niveau met een verhoogd gehalte van het element iridium dat van de ingeslagen meteoriet afkomstig is - samen te vallen met lagen waarin de glasbolletjes transportverschijnselen vertonen, terwijl in de daaronder liggende lagen met onaangetaste bolletjes geen verhoogde iridiumconcentratie wordt gevonden.


Slijpplaatje door een sediment met enkele glasbolletjes

Nu het verband tussen de inslag en de massauitsterving niet lijkt te bestaan, kunnen ook alle hypotheses die eerder zijn opgesteld, naar het land der fabelen worden verwezen. Warmteminnende dieren zoals krokodillen en schildpadden overleefden de inslag, kennelijk zonder al te veel problemen. Het scenario van een ‘nucleaire winter’ die veroorzaakt zou zijn doordat de zonnestraling grotendeels werd tegengehouden door een enorme stofwolk die bij de inslag ontstond en die langdurig om de aarde bleef cirkelen, kan dus niet langer worden gehandhaafd. Ook de inslag van een vele kilometers grote meteoriet betekent dus niet automatisch dat bijna al het leven op aarde verdwijnt. Dat is dan toch weer een troost bij het verloren gaan van zo’n mooi sprookje.

Referenties:
  • Harting, M., 2006. Geochemical characterisation of Chicxulub-impact ejecta - new constraints from the Gulf of Mexico and the Caribbean. Abstracts Geological Society of America / Asociación Geológica Argentina / Sociedad Geológica de Chile meeting 'Backbone of the Americas - Patagonia to Alaska' (Mendoza, april 2006), 5-18, 1 pp.

Foto's van de glasbolletjes: Geological Society of America / Markus Harting, Faculteit Aardwetenschappen, Universiteit van Utrecht.


Copyright © NGV 1999-2017
webmaster@geologischevereniging.nl