NGV-Geonieuws 117 artikel 684

NGV-Geonieuws: elektronisch geologisch tijdschrift


15 Mei 2006, jaargang 8 nr. 10 artikel 684

Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon
Geologisch Instituut, Adam Mickiewicz Universiteit, Poznan (Polen)

Dit artikel is onderdeel van NGV-Geonieuws uitgave 117! Op de huidige pagina is alleen artikel 684 te lezen.

<< Vorig artikel: 683 | Volgend artikel: 685 >>

684 Gesteentegletsjers in Alpen stromen steeds sneller
Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon

Klik hier voor alle artikelen over Glaciologie ! Klik hier voor alle artikelen over (Paleo)Klimaat !     Klik hier om dit artikel af te drukken !

Gesteentegletsjers bestaan uit een mengsel van - in het algemeen - hoekige steenblokken, vermengd met fijner materiaal. Dat mengsel van 'puin' wordt (behalve de bovenste meter) bijeengehouden door ijs. Ook kan er onder het puin een gletsjer liggen. Dergelijke gesteentegletsjers komen voor in het hooggebergte, waar de bodem permanent bevroren is (al kan het bovenste deel in de zomer ontdooien). Deze gesteentegletsjers kruipen, net als 'echte' gletsjers, langzaam naar beneden (gewoonlijk 0,5-2 m per jaar), en ontwikkelen daarbij gewoonlijk een tongvorm.


De gesteentegletsjer van de Reichenkar

Ook in de Alpen komen dergelijke gesteentegletsjers voor. Enkele goed ontwikkelde exemplaren in het westen van Oostenrijk worden momenteel onderzocht door medewerkers van de Technische Universiteit van Wenen en de Universiteit van Innsbruck. Doel daarvan is om na te gaan of het gedrag van deze merkwaardige verschijnselen verandert nu de temperatuur in de Alpen - mogelijk in samenhang met het wereldwijde broeikaseffect - stijgt.


Vooraanzicht van de Reichenkar-gesteentegletsjer

De drie onderzochte exemplaren zijn te vinden bij de Reichenkar, de Ölgrube en de Kaiserberg. Die bij de Reichenkar is 1400 m lang, en bedekt tussen 2750 en 2310 m hoogte een oppervlakte van 0,27 km2. Deze met 'vuil ijs' gevulde gesteentegletsjer ligt met zijn voorkant op een helling van 40-41°. Tussen 1954 en 1993 is zijn snelheid toegenomen van 0,64 tot 2,2 m per jaar. Uit metingen blijkt dat die snelheid niet met de seizoenen verandert, en evenmin met de sterk schommelende hoeveelheden smeltwater.


De gesteentegletsjer van de Ölgrube


De gesteentegletsjer van de Kaiserberg


De gesteentegletsjer bij de Ölgrube bestaat uit twee aan elkaar gehechte tongen. Hij is 880 m lang, 250 m breed en ligt tussen 2800 en 2380 m hoog. Het front ligt op een steile helling (40-45°). Tussen 200 en 2005 nam de snelheid jaarlijks steeds verder toe (behalve in 2004) tot zo'n 1,5 m per jaar; deze snelheid ligt 's-winters lager dan 's-zomers. De gesteentegletsjer bij de Kaiserberg, die op een hoogte van 2710-2585 m ligt, vormt een brede lob: hij is 550 m breed en slechts 250 m lang. Het puin op de ijskern is soms metersgroot. De snelheid van deze gesteentegletsjer is gering: van minder dan 20 cm tot bijna 50 cm per jaar.

Om de dynamica van deze gesteentegletsjers te analyseren zijn uiteenlopende metingen verricht, waaronder ook seismisch onderzoek. Daarbij blijken de drie exemplaren verschillende waarden op te leveren, onder meer wat betreft de snelheid waarmee schokgolven passeren. Dat kan duiden op verschillen in samenstelling (bijv. door de aanwezigheid van meer of minder puin in het ijs, de wijze waarop het puin in het ijs is geconcentreerd, en de interne opbouw van het ijs.
Uit het onderzoek is tot nu toe alleen komen vast te staan dat de gesteentegletsjers sneller zijn gaan stromen, maar de precieze oorzaak daarvan is nog niet bekend, Juist omdat bij het exemplaar van de Reichenkar de seizoenen geen invloed op de bewegingssnelheid hebben, terwijl dat bij de Ölgrube wel het geval is, kan de temperatuurstijging niet de enige factor zijn.

Referenties:
  • Hausman, H., Krainer, K., Brückl, E. & Mostler, W., 2006. Dynamics of Alpine rock glaciers in the context of global warming. Poster General Assembly European Geological Union (Wenen, april 2006) EGU06-A-04718; CR2-1TU2P-0374.

Foto's welwillend ter beschikking gesteld door Karl Krainer, Rock Glacier Working Group, Institute for Geology and Paleontology, University of Innsbruck, Innsbruck (Oostenrijk).


Copyright © NGV 1999-2017
webmaster@geologischevereniging.nl