NGV-Geonieuws 118 artikel 690

NGV-Geonieuws: elektronisch geologisch tijdschrift


1 Juni 2006, jaargang 8 nr. 11 artikel 690

Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon
Geologisch Instituut, Adam Mickiewicz Universiteit, Poznan (Polen)

Dit artikel is onderdeel van NGV-Geonieuws uitgave 118! Op de huidige pagina is alleen artikel 690 te lezen.

<< Vorig artikel: 689 | Volgend artikel: 691 >>

690 Jezus wandelde niet over water maar op ijs
Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon

Klik hier voor alle artikelen over Archeologie ! Klik hier voor alle artikelen over Glaciologie ! Klik hier voor alle artikelen over (Paleo)Klimaat !     Klik hier om dit artikel af te drukken !

Sinds de natuurwetenschappen zich in de westerse wereld losmaakten van de dogmaís van de kerk, is er een bijna onophoudelijke strijd geweest over de talrijke en meest uiteenlopende wonderen die in de Bijbel staan beschreven. Waar gelovigen ten koste van alles wilden vasthouden aan een letterlijke interpretatie (en de Creationisten doen dat - tot schade van de samenleving - nog steeds), daar verwezen de natuurwetenschappers oorspronkelijk alle 'wonderen' naar het rijk der fabelen. Vooral halverwege de twintigste eeuw kwam er een beweging op gang waarbij werd geprobeerd voor tal van in de Bijbel beschreven wonderen een natuurwetenschappelijke verklaring te vinden. Vaak bleken die verklaringen bij zorgvuldige analyse erg ver gezocht, wetenschappelijk erg onwaarschijnlijk of zelfs onhoudbaar, maar voor sommige 'wonderen' is inmiddels een alleszins overtuigende verklaring gevonden. Daarbij blijkt vaak dat specifieke omstandigheden, die nu ter plaatse niet meer bestaan, een doorslaggevende rol hebben gespeeld. Het weghonen van natuurwetenschappers die met een (goed onderbouwde) verklaring komen voor een 'wonder', is nu dan ook afgelopen, en in tal van gerespecteerde natuurwetenschappelijke tijdschriften zijn inmiddels ook artikelen over dit soort onderwerpen verschenen.


Ligging van het Meer van Tiberias. Het meer staat ook bekend als de Zee van Galilea.
Op oude kaarten wordt het meer vaak aangeduid als het Meer van Cinnareth; deze naam wordt ook recent weer veel gebruikt

Onlangs is weer zo'n artikel gepubliceerd, in het Journal of Paleolimnology (Tijdschrift over de Wetenschap van Meren uit het Verleden). Het gaat in op het verhaal dat Jezus lopend over het Meer van Tiberias naar zijn discipelen in een boot liep. De onderzoekers komen tot de conclusie dat dat heel goed mogelijk kan zijn geweest; Jezus liep echter niet over water, maar op drijvende ijsschollen. De kans dat dergelijk drijfijs nu op het meer ontstaat, is te verwaarlozen: eens in de tienduizend jaar of meer, schatten de onderzoekers. De situatie was 2000 jaar geleden echter anders: tussen 1500 en 2500 jaar geleden hebben zich ter plaatse minstens twee duidelijk koude intervallen voorgedaan, in een periode dat het toch al kouder was dan nu. En zeker wanneer het ook nog wat geregend had waardoor er op de ijsschollen wat water stond, zal het voor de toeschouwer hebben geleken of Jezus over het water liep.



In ontelbare tekeningen, gravures en andere illustraties is Jezus lopend over het Meer van Tiberias afgebeeld

De vraag rijst bij deze 'verklaring' echter of het wetenschappelijk gezien reŽel is om te veronderstellen dat zich destijds een ijslaag op het Meer van Tiberias kon ontwikkelen. Dat lijkt in eerste instantie onmogelijk, omdat de temperatuur niet laag genoeg kan zijn geweest om het water voldoende af te koelen. Het probleem is namelijk dat de afkoeling van het water bij vorst aan het oppervlak plaatsvindt; het koudere oppervlaktewater krimpt iets, en wordt daardoor per volume iets zwaarder. Het zakt daarom door het warmere (lichtere) water naar de bodem, en er komt dus - via een soort convectie - steeds opnieuw relatief warm water dat moet worden afgekoeld tot het vriespunt. Pas als (bijna) al het water koud genoeg is om verdere convectie te voorkomen, zal zich aan het oppervlak ijs vormen. In het geval van het Meer van Tiberias was de temperatuur zeker niet lang genoeg koud genoeg om dat te bewerkstelligen.


Onderzoeker Doron Nof

Aan de rand van het meer komen plaatselijk echter enkele zoute bronnen voor. Die brachten op geringe diepte een 'pluim' van zout (relatief zwaar) water in het meer, waardoor het convectiepatroon niet tot aan het oppervlak kon reken. Daardoor hoefden op die plaatsen slechts enkele decimeters (i.p.v. ca. 20 m) water tot het vriespunt af te koelen om ijsvorming mogelijk te maken. Dat zou volgens de berekeningen wel degelijk geleid kunnen hebben tot plaatsen waar voldoende ijsschollen dreven om over te kunnen lopen. Wat er moet hebben uitgezien alsof er op water werd gelopen.

Referenties:
  • Nof, D., McKeague, I. & Paldor, N., 2006. Is there a paleolimnological explanation for 'walking on water' in the Sea of Galilee? Journal of Paleolimnology 35, p. 417-439.

Foto Doron Nof: Florida State University.


Copyright © NGV 1999-2017
webmaster@geologischevereniging.nl