NGV-Geonieuws 119 artikel 691

NGV-Geonieuws: elektronisch geologisch tijdschrift


15 Juni 2006, jaargang 8 nr. 12 artikel 691

Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon
Geologisch Instituut, Adam Mickiewicz Universiteit, Poznan (Polen)

Dit artikel is onderdeel van NGV-Geonieuws uitgave 119! Op de huidige pagina is alleen artikel 691 te lezen.

<< Vorig artikel: 690 | Volgend artikel: 692 >>

691 Tandarts in Jonge Steentijd gebruikte vuursteen als boor
Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon

Klik hier voor alle artikelen over Archeologie !     Klik hier om dit artikel af te drukken !

Nog steeds gaat bijna niemand voor zijn plezier naar de tandarts, hoewel de apparatuur veel beter is dan enkele tientallen jaren geleden, en behandelingen zoals het vullen van gaatjes als regel veel minder pijnlijk zijn dan vroeger. In het Stenen Tijdperk moet het helemaal geen plezier zijn geweest om gaatjes in het gebit door de tandarts te laten vullen. Toch gebeurde dat kennelijk, zoals blijkt uit 11 behandelde kiezen van 9 volwassenen uit de Jonge Steentijd (Neolithicum), die 7500-9000 jaar geleden op een grafveld in Pakistan werden begraven.

Het desbetreffende grafveld bij Mehrgarh, in Baluchistan, staat bekend als MR3; het herbergt meer dan 300 graven die gezamenlijk een tijdspanne van zo'n 1500 jaar beslaan. Het veld ligt aan de belangrijkste route van Afghanistan naar het dal van de Indus; deze route moet ook in de prehistorie al van belang zijn geweest. Er waren diverse opeenvolgende bewoningen van jagers/verzamelaars, totdat er een meer permanente bewoning kwam van mensen die landbouw en veeteelt bedreven. Uit archeologische vondsten blijkt dat zich toen een rijke cultuur ontwikkelde, waarin gebruik werd gemaakt van een (voor die tijd) hoogontwikkelde technologie die gebruik maakte van tal van natuurlijke hulpbronnen.


Op de site werden tal van vuurstenen artefacten gevonden die als boor gediend kunnen hebben

Hoe geavanceerd die techniek was, blijkt uit de vondst van tandheelkundige ingrepen, in kiezen van zowel het onder- als het bovengebit. Kennelijk hadden de tandartsen van die tijd ook al problemen met het behandelen van kiezen achter in de mond, want in alle 11 gevonden behandelde kiezen (van vier vrouwen, twee mannen, en drie personen van onbekend geslacht) gaat het om de voorste twee kiezen. In deze kiezen zijn gaatjes geboord; op één geval na gaat het om gaatjes in het kauwvlak. De boorgaten zijn 1-3-3,2 mm in doorsnede, 0,5-3,5 mm diep, en iets scheef gericht.


Gaatje geboord in de eerste kies van een onderkaak

De behandelde tanden van ten minste één persoon geven aan dat er niet alleen een gaatje is geboord, maar dat daarna de binnenzijde van het gaatje ook nog met fijnere middelen is afgevlakt. De behandeling moet, zoals uit de afslijping blijkt, hebben plaatsgevonden bij mensen die ook naderhand nog met de behandelde kauwvlakken hebben gekauwd; het boren heeft dus zeker niet plaatsgevonden na het overlijden van de desbetreffende personen.


SEM-opname van een afdruk uit een boorgat, waaraan
duidelijk de niet-natuurlijke aard van het gat is te herkennen


Kies met sporen van diverse behandelingen


In hoeverre tandartsbehandelingen regelmatig voorkwamen, valt niet vast te stellen. Wel heeft één van de personen drie behandelde kiezen, terwijl bij een ander een kies tweemaal is geboord. Vier kiezen vertonen tekenen dat er problemen mee waren; dat maakt het waarschijnlijk dat het boren een medische reden had. Natuurlijk kan echter, zoals de onderzoekers opmerken, geboord worden in een gezonde kies, terwijl een rotte kies niet noodzakelijkerwijs behandeld hoeft te worden. Een 'echte' tandheelkundige behandeling is echter waarschijnlijk, ook al omdat de behandelde kiezen niet zichtbaar waren; er kan dus geen sprake zijn geweest van 'cosmetische verfraaiing'.


Proeven met vuursteenboren leverden verrassend positieve resultaten op

Op de begraafplaats zijn, samen met andere stenen voorwerpen, ook 'boorpunten' van vuursteen aangetroffen. Experimenteel onderzoek heeft uitgewezen dat met deze vuurstenen boren inderdaad gaatjes van de aangetroffen afmetingen in kiezen gemaakt kunnen worden: dat duurde minder dan een minuut. De onderzoekers sluiten niet uit dat dit - voor het Neolithicum - technische hoogstandje een 'spin-off' was van de techniek die was ontwikkeld om gaatjes te maken in voorwerpen die als kralen moesten dienen.

Referenties:
  • Coppa, A., Bondioli, L., Cucina, A., Frayer, D.W., Jarrige, C., Jarrige, J.-F., Quivron, G., Rossi, M., Vidale, M. & Macchiarelli, R., 2006. Early Neolithic tradition of dentistry. Nature 440, p. 755-756.

Foto's van de tanden (L. Bondioli, Sezione de Antropologia, Museo Nationale Preistorico, Rome) en van de vuursteen (C. Jarrige en J.-F. Jarrige, Musée Nationale des Arts Asiatiques Guimet, Parijs) welwillend ter beschikking gesteld door Roberto Macchiarelli, Laboratoire de Géobiologie, Biochronologie et Paléontologie Humaine, CNRS UMR 6046, Faculté de Sciences Fondamentales et Appliqées, Université de Poitiers, Poitiers (Frankrijk).


Copyright © NGV 1999-2017
webmaster@geologischevereniging.nl