NGV-Geonieuws 120 artikel 697

NGV-Geonieuws: elektronisch geologisch tijdschrift


1 Juli 2006, jaargang 8 nr. 13 artikel 697

Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon
Geologisch Instituut, Adam Mickiewicz Universiteit, Poznan (Polen)

Dit artikel is onderdeel van NGV-Geonieuws uitgave 120! Op de huidige pagina is alleen artikel 697 te lezen.

<< Vorig artikel: 696 | Volgend artikel: 698 >>

697 Gevederde dinosauriër zonder veren wijst op complexe evolutie
Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon

Klik hier voor alle artikelen over (Dino)sauriers !     Klik hier om dit artikel af te drukken !

De overgang van reptielen (namelijk een bepaalde groep dinosauriërs) naar vogels moet complexer zijn geweest dan tot nu toe werd aangenomen. Dat blijkt uit de vondst van een dino uit het Laat-Jura in de groeve Stark van de beroemde Duitse vindplaats Solnhofen (bij München), waar ook alle exemplaren van de eerste vogel (Archaeopteryx) zijn gevonden. Archaeopteryx maakte, hoewel algemeen beschouwd als de eerste vogel, deel uit van een groep dino’s (de Coelosauria) die werden gekenmerkt door een verenkleed. Behalve Archaeopteryx zijn er van deze groep, waarvan in de laatste jaren veel exemplaren in China zijn gevonden, geen geslachten gevonden waarvan aannemelijk is dat ze konden vliegen. Wel is waarschijnlijk dat diverse andere geslachten glijvluchten konden maken.


Het uitgeprepareerde holotype van Juravenator starki

Het nu gevonden fossiel, dat de naam Juravenator starki heeft gekregen (De jager uit het Juragebergte van Stark; Stark is de familienaam van de eigenaar van de groeve), behoort ook tot de Coelosauria, en lijkt in veel opzichten op de vroegste Coelosauria die in China zijn gevonden. Hij blijkt echter geen veren te hebben gehad! De overgang van ongevederde dino’s naar vogels ging dus niet zonder meer via een tussenfase van gevederde dino’s, maar is complexer geweest.


Reconstructie van de op twee poten lopende Juravenator


Juravenator starki was een ongeveer 75 cm lange vleeseter, die 150 miljoen jaar geleden zijn prooi ving in de moerasachtige gebieden die destijds veel in Europa voorkwamen. Van het gevonden exemplaar is zo’n 65 cm gefossiliseerd (een stukje van de lange staart is afwezig), en dat is - zoals met veel fossielen uit Solnhofen - gebeurd op een extreem goede wijze. Daarom kan worden vastgesteld dat het om een nog jong exemplaar ging, en dat hij een schubachtige huid moet hebben gehad zonder veren.


Onderzoekers Ursula Göhlich en Luis Chiappe met het brokstuk met het fossiel
(foto G. Janssen, Paleontologisch Museum, München).

Tot nu toe werd aangenomen dat veren, die als een soort huidschubben kunnen worden beschouwd, zich slechts eenmaal bij de Coelosauria hadden ontwikkeld. De vondst van een nieuw geslacht zonder veren zou er volgens deskundigen echter op kunnen wijzen dat veren binnen deze groep diverse malen tot ontwikkeling zijn gekomen. Een andere mogelijkheid is overigens dat de voorouders van Juravenator wel over veren beschikten, maar dat die ergens in de evolutionaire ontwikkeling weer verloren zijn gegaan. Niet geheel uit te sluiten - maar uiterst onwaarschijnlijk - is een derde mogelijkheid, n.l. dat het nog jonge exemplaar van Juravenator op latere leeftijd alsnog veren zou hebben gekregen.

Referenties:
  • Göhlich, U.B. & Chiappe, L.M., 2006. A new carniverous dinosaur from the Late Jurassic Solnhofen archipelago. Nature 440, p. 329-332.
  • Xu, X., 2006. Scales, feathers and dinosaurs. Nature 440, p. 287-288.

Figuren welwillend ter beschikking gesteld door Ursula Göhlich, Department for Geo- and Environmental Sciences, Universität München, München (Duitsland).


Copyright © NGV 1999-2017
webmaster@geologischevereniging.nl