NGV-Geonieuws 122 artikel 708

NGV-Geonieuws: elektronisch geologisch tijdschrift


1 Augustus 2006, jaargang 8 nr. 15 artikel 708

Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon
Geologisch Instituut, Adam Mickiewicz Universiteit, Poznan (Polen)

Dit artikel is onderdeel van NGV-Geonieuws uitgave 122! Op de huidige pagina is alleen artikel 708 te lezen.

<< Vorig artikel: 707 | Volgend artikel: 709 >>

708 Tropische 'Kleine IJstijd' geeft zonneactiviteit als oorzaak aan
Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon

Klik hier voor alle artikelen over Astronomie ! Klik hier voor alle artikelen over (Paleo)Klimaat !     Klik hier om dit artikel af te drukken !

De temperatuur heeft de laatste duizend jaar overal op aarde sterk gevarieerd, waarbij de zogeheten Kleine IJstijd een van de meest opmerkelijke uitschieters is. Ook in de tropen is deze terug te vinden, hoewel daarover minder gegevens beschikbaar zijn dan over bijv. West-Europa.

Er is al eerder vastgesteld dat op gematigde breedte de afwisseling van koudere en warmere intervallen gedurende de Kleine IJstijd samenvalt met fluctuaties in de zonneactiviteit. Of dat ook het geval is voor de tropen - waar zo'n 47% van alle door de aarde ontvangen zonnewarmte terechtkomt - was tot nu toe niet bekend. Onderzoek in de noordelijke Andes (in Venezuela) geeft nu duidelijk aan dat de relatie tussen zonneactiviteit en temperatuur ook daar in de Kleine IJstijd duidelijk bestond.


De Laguna Mucubaji met een (klein) boorplatform op het water.
De cirque op de achtergrond herbergde in de Kleine IJstijd een gletsjer

Tropische gletsjers reageren snel op fluctuaties in neerslag en temperatuur, en vormen daardoor goede 'archieven' voor vroegere klimaatfluctuaties. Deze fluctuaties hebben de onderzoekers voor de laatste 1500 jaar gereconstrueerd op basis van onderzoek naar de positie van het front van een gletsjer (die wordt aangegeven door eindmorenes) en de fluctuaties in neerslag. Die laatste gegevens verkregen de onderzoekers uit de analyse van de afzettingen in een meer (Laguna Mucubaji). Het meer bevat afzettingen die in de afgelopen 1500 jaar zonder onderbreking werden opgebouwd.

Uit deze analyse blijkt dat de temperatuur ter plaatse relatief sterk heeft gefluctueerd, waarbij de Kleine IJstijd duidelijk het koudste was. Binnen de Kleine IJstijd traden, tussen 1250 en 1810, echter ook weer duidelijke fluctuaties op: er kunnen vier intervallen worden vastgesteld waarin de gletsjer zich duidelijk uitbreidde, en waarin het dus kouder moet zijn geweest in de voorafgaande, tussenliggende en volgende tijden.

Analyse van astronomische gegevens wijst uit dat deze 'extra' koude intervallen samenvallen met perioden van verminderde zonneactiviteit. De temperatuur daalde toen met 3,2-1,4 C. De onderzoekers wijzen erop dat in tropische hooggebergten de effecten van lagere temperaturen zorgen voor een relatief grote uitbreiding van de gletsjers; andersom zorgt een temperatuurstijging echter ook voor een relatief grote afname van hun omvang. De huidige temperatuurstijging leidt dan ook tot versterkte afsmelting van de gletsjers in tropische hooggebergten (uit Afrika is dat ook bekend van de Kilimanjaro).

Referenties:
  • Polissar, P.J., Abbott, M.B., Wolfe, A.P., Bezada, M., Rull, V. & Bradley, R.S., 2006. Solar modulation of Little Ice Age climate in the tropical Andes. Proceedings of the National Academy of Sciences 103, p. 8937-8942.

Foto welwillend ter beschikking gesteld door Pratigya Polissar, Department of Geosciences, University of Massachusetts, Amhurst, MA (Verenigde Staten van Amerika).


Copyright NGV 1999-2017
webmaster@geologischevereniging.nl