NGV-Geonieuws 6 artikel 71

NGV-Geonieuws: elektronisch geologisch tijdschrift


1 December 1999, jaargang 1 nr. 6 artikel 71

Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon
Geologisch Instituut, Adam Mickiewicz Universiteit, Poznan (Polen)

Dit artikel is onderdeel van NGV-Geonieuws uitgave 6! Op de huidige pagina is alleen artikel 71 te lezen.

<< Vorig artikel: 70 | Volgend artikel: 72 >>

71 Toegankelijkheid van digitale kaartbestanden in toekomst problematisch
Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon

    Klik hier om dit artikel af te drukken !

De jaarlijkse bijeenkomst van de Association of Earth Science Editors (Bloomington, Indiana; 23-26 september) wijdde een volledige dag aan de vele nieuwe mogelijkheden die digitalisering van geologische kaarten oplevert. Deze digitalisering vindt momenteel wereldwijd in hoog tempo plaats in het kader van het Geological Information System (GIS).

De voordelen zijn groot: op basis van in het databestand ingevoerde boorgegevens, veldwaarnemingen etc. kunnen niet alleen met - letterlijk - een druk op de knop alle mogelijke 'klassieke' geologische kaarten worden gegenereerd, maar ook de meest uiteenlopende afgeleide kaarten. Deze kunnen bijv. de dikte van een koollaag weergeven, de diepte van een watervoerend pakket of de verspreiding van bepaalde fossielen. Voor iedere doelstelling - zoals de aanleg van een grote weg - kan zo een kaart met daarop geďntegreerd alle relevante (bekende) gegevens worden gemaakt tegen minimale kosten.

Tegenover deze voordelen staan echter ook nadelen. Een wetenschappelijk nadeel is dat na verloop van tijd (waarin steeds nieuwe gegevens in het databestand worden ingevoerd) nauwelijks meer te achterhalen zal zijn wie wetenschappelijk verantwoordelijk is voor de onderliggende gegevens van nieuwe kaarten. Dit is in wezen hetzelfde probleem dat al eerder werd gesignaleerd ten aanzien van electronische publicaties waarin de auteur (of zelfs een ander) in de loop der tijd wijzigingen kan aanbrengen.

Een - economisch gezien - veel belangrijker probleem is dat de huidige programma’s voor het maken van digitale kaarten geen van alle ideaal zijn. Vrijwel alle organisaties die in het kader van GIS hun kaartbestanden digitaliseren, maken dan ook gebruik van 'plukjes' uit diverse programma’s, waarbij informatie soms vele malen moet worden geconverteerd. Daarbij gaat waarschijnlijk informatie verloren, en wordt waarschijnlijk andere informatie verminkt. Op de bijeenkomst van AESE kon echter niemand van de talrijke aanwezige direct betrokkenen aangeven of dat werkelijk het geval is en, zo ja, in hoeverre.

De onvolmaaktheid van de bestaande computerprogramma’s heeft nog een consequentie, die op termijn catastrofaal kan blijken. Dit probleem werd op de bijeenkomst in een discussie verwoord door Fred Spilhaus, executive director van de American Geophysical Union, een organisatie die meer dan tien tijdschriften (met gezamenlijk zo’n 60.000 dichtbedrukte pagina’s per jaar) uitgeeft, maar ook boeken en kaarten. Spilhaus wees erop dat er ongetwijfeld steeds betere programma’s zullen worden ontwikkeld. Die zullen in de toekomst ongetwijfeld ook worden gebruikt. De huidige databestanden zullen daardoor op termijn niet meer kunnen worden gebruikt, tenzij de bestaande databestanden voortdurend worden geconverteerd om gebruik door nieuwe programma’s mogelijk te maken. De kosten van de huidige digitalisering zijn echter al zo hoog, dat veel organisaties aan de grens van hun financiële mogelijkheden zitten. Het lijkt daarom onwaarschijnlijk dat er voldoende geld beschikbaar zal zijn voor voortdurende aanpassing van bestaande bestanden. Dat kan gemakkelijk leiden tot een situatie waarin veel gegevens verloren zullen gaan die aan de grondslag van de oorspronkelijke gedigitaliseerde kaarten ten grondslag liggen.

Dit probleem geldt uiteraard niet alleen voor geologische kaarten, maar voor alle typen kaarten die gedigitaliseerd worden gegenereerd. Volgens de betrokkenen wil geen van de organisaties die zich met kaartvervaardiging bezighouden, zich nu al met deze problematiek - die veel overeenkomst vertoont met de millenniumproblematiek waarbij aanpassing van oude computerprogramma’s een rol speelt - bezighouden; de huidige digitalisering vergt reeds teveel mankracht, geld en tijd.

Referenties:
  • Ruthven, C., 1999. Session 2: GIS and other digital mapping for geology and mineral resources. In: Program and abstracts 33rd Annual Meeting (Working in the new millennium: back top basics) Association of Earth Science Editors (Bloomington, Indiana), p. 4.


Copyright © NGV 1999-2017
webmaster@geologischevereniging.nl