NGV-Geonieuws 6 artikel 72

NGV-Geonieuws: elektronisch geologisch tijdschrift


1 December 1999, jaargang 1 nr. 6 artikel 72

Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon
Geologisch Instituut, Adam Mickiewicz Universiteit, Poznan (Polen)

Dit artikel is onderdeel van NGV-Geonieuws uitgave 6! Op de huidige pagina is alleen artikel 72 te lezen.

<< Vorig artikel: 71 | Volgend artikel: 73 >>

72 Supernova veroorzaakte mogelijk massaal uitsterven op aarde
Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon

Klik hier voor alle artikelen over Astronomie ! Klik hier voor alle artikelen over Oceanografie !     Klik hier om dit artikel af te drukken !

Op de grens tussen Mioceen en Plioceen stierven plotseling veel soorten uit. Dat was weliswaar niet op zo grote schaal als bijv. 65 miljoen jaar geleden (grens Krijt/Tertiair) toen een groot hemellichaam op aarde insloeg, maar toch zo opvallend dat daar een belangrijke geologische grens is getrokken. De oorzaak van het uitsterven op de grens tussen Mioceen en Plioceen was tot nu toe onverklaard. Nu lijkt het erop dat een astronomische oorzaak, namelijk de uitbarsting van een supernova, in het geding is geweest.




Onderzoekers van de Universiteit van Illinois hebben daarvoor, in samenwerking met het CERN in Zwitserland, aanwijzingen gevonden in de vorm van het radioactieve isotoop Fe-60. In kernen van diepzeesedimenten van 5 miljoen jaar oud troffen de onderzoekers zo’n hoge concentratie van dit in de natuur uiterst zeldzame isotoop aan dat er, zoals de fysicus John Ellis verklaarde, geen aardse oorzaak voor te bedenken is. Daarentegen zijn de gevonden concentraties volgens hem wel goed te verklaren als de relicten van een supernova, die op aarde zijn terechtgekomen.

De relatief hoge concentratie Fe-60 kon ontstaan doordat de uitbarsting van de supernova op 'slechts' 100 lichtjaren van de aarde plaatsvond en er dus betrekkelijk veel van het uitgestoten materiaal op aarde terechtkwam. De uitbarsting leidde volgens de astronoom Brian Fields op aarde bovendien tot zo’n hoge intensiteit aan kosmische straling dat de biosfeer op aarde daar wezenlijk door kan zijn beïnvloed, bijv. doordat de atmosfeer meer UV-straling doorliet en/of doordat een toename van de bewolking een 'kosmische-straling-winter' veroorzaakte.

Volgens de onderzoekers zijn er aanwijzingen dat ook andere momenten waarop massaal op aarde soorten uitstierven, aan supernovae te wijten zijn. Dat zou bijv. gelden voor de grens tussen Midden- en Laat-Mioceen (13 miljoen jaar geleden) en de grens tussen Kimmerien en Moldavien (5 miljoen jaar geleden). Op al die momenten stierven veel soorten uit die aan de basis staan van de voedselketen in zee (bijv. zoöplankton en stekelhuidigen), terwijl tegelijk de fotosynthese door mariene algen sterk afnam.

Hoewel de hoge concentratie van ijzer-60 op zich al een sterke onderbouwing voor de 'supernova-hypothese' geeft, willen de onderzoekers nog meer argumenten proberen te vinden. Ze zullen daartoe gaan zoeken naar andere isotopen die op een zelfde oorsprong wijzen; dat geldt bijvoorbeeld voor plutonium-244. Volgens de onderzoekers zou een nauwkeurigere analyse van 'vreemde' isotopen in de boorkernen van diepzeesedimenten zo tegelijk het inzicht kunnen vergroten in de processen die bij het ontstaan en de gang van zaken bij een supernova een rol spelen.

Referenties:
  • G.O.-Wissen Online, 1999. Evolution: Massensterben durch Supernova?

N.B.: een iets afwijkende versie van dit bericht werd onder de titel 'Uitsterven op aarde mogelijk gevolg van explosie supernova' geplaatst in de bijlage 'Wetenschap & Onderwijs' van NRC Handelsblad (4 september 1999).


Copyright © NGV 1999-2017
webmaster@geologischevereniging.nl