NGV-Geonieuws 6 artikel 73

NGV-Geonieuws: elektronisch geologisch tijdschrift


1 December 1999, jaargang 1 nr. 6 artikel 73

Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon
Geologisch Instituut, Adam Mickiewicz Universiteit, Poznan (Polen)

Dit artikel is onderdeel van NGV-Geonieuws uitgave 6! Op de huidige pagina is alleen artikel 73 te lezen.

<< Vorig artikel: 72 | Volgend artikel: 74 >>

73 Gassen uit oude olievelden veroorzaken ontploffingsgevaar
Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon

Klik hier voor alle artikelen over Olie, Gas & Mijnbouw !     Klik hier om dit artikel af te drukken !

Onder Los Angeles liggen - in een gebied met talrijke breuken - ongeveer 70 olievelden. Uit deze velden is en wordt olie gewonnen via ongeveer 25.000 putten. Momenteel zijn nog ruim 8000 putten in gebruik; diverse velden zijn inmiddels geheel uitgeput. Die oude olievelden blijken nu in toenemende mate voor problemen te zorgen in het dichtbevolkte gebied.

Omdat de ruimte daar schaars is, wordt de grond boven de oude olievelden in toenemende mate bebouwd, ook al was dat oorspronkelijk niet de bedoeling. De nieuwe bebouwing bestaat vaak uit scholen, waaraan grote behoefte bestaat (er zijn er voor de komende tien jaar zoín honderd gepland). Dit hangt samen met de snelle toename van het aantal schoolgaande kinderen: binnen drie jaar zullen dat er 30.000 meer zijn dan nu. Het gaat dus om de bouw van grote scholen, die dus veel ruimte vergen. Vandaar dat de braakliggende terreinen boven de oude olievelden zoín goede oplossing lijken te bieden.

De grootste school waaraan momenteel wordt gebouwd (en die voor 60% gereed is), is Belmont, bedoeld voor ca. 5000 leerlingen. Of de school zal worden afgebouwd, is echter de vraag. Uit het olieveld in de ondergrond komt namelijk methaangas vrij, dat explosieve concentraties bereikt onder sommige vloeren. De mogelijke gevolgen zijn bekend: in 1985 leidde een soortgelijke situatie in het westen van de stad tot een ontploffing in een winkelcentrum, waarbij 24 personen werden gewond. Er lekt overigens niet alleen methaan uit het voormalige olieveld weg. Zwavelwaterstof komt eveneens vrij, plaatselijk in concentraties die dodelijk kunnen zijn; daarnaast zijn er onaanvaardbaar hoge concentraties benzeen in de bodem en het grondwater aangetroffen.

Een van de bij het onderzoek ingeschakelde geologen, Ken Patton, meent dat afbouw van de school zonder verdere voorzieningen niet mag plaatsvinden. Hij pleit voor de aanleg van een afschermende deklaag, van waaronder de accumulerende gassen zouden moeten worden weggezogen. De aanleg van een systeem daarvoor zou echter het tienvoudige ($ 200 miljoen) bedragen van de totale bouwkosten van een 'gemiddelde' school; bovendien zou het onderhoud ervan jaarlijks $ 100.000 vergen.

Het terrein is in 1994 ingebracht door de Los Angeles School Board, hoewel er toen nog pompen op het terrein stonden. Er werden direct bezwaren geuit, onder meer door de State Division of Oil, Gas and Geothermal Resources, maar die werden stelselmatig genegeerd door het district, dat zelfs niet de verplichte milieu-effectrapportage uitvoerde. De School Board gaf het terrein de kwalificatie 'hold harmless' (voor onschadelijk gehouden) mee en nam alle verantwoordelijkheid voor eventuele problemen daarmee op zich. De financiŽle consequenties daarvan zijn moeilijk te overzien, maar ze zijn groot; andere terreinen boven oude olievelden worden daarom nu aan een gedetailleerde inspectie onderworpen.

Referenties:
  • Morello, C., 1999. Toxic schoolgrounds - classrooms being built on risky sites. USA Today, 9 september 1999, p. 1-2.


Copyright © NGV 1999-2017
webmaster@geologischevereniging.nl