NGV-Geonieuws 127 artikel 732

NGV-Geonieuws: elektronisch geologisch tijdschrift


15 Oktober 2006, jaargang 8 nr. 20 artikel 732

Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon
Geologisch Instituut, Adam Mickiewicz Universiteit, Poznan (Polen)

Dit artikel is onderdeel van NGV-Geonieuws uitgave 127! Op de huidige pagina is alleen artikel 732 te lezen.

<< Vorig artikel: 731 | Volgend artikel: 733 >>

732 IJskap in Noordelijke IJszee vermindert snel in omvang
Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon

Klik hier voor alle artikelen over Glaciologie ! Klik hier voor alle artikelen over (Paleo)Klimaat !     Klik hier om dit artikel af te drukken !

Het gebied rondom de Noordpool, de Noordelijke IJszee, blijft al eeuwenlang grotendeels met ijs bedekt (eeuwig ijs), ook gedurende de zomers. Dat is de reden waarom de Nederlandse zeevaarders er niet in slaagden om een route 'om de noord' te vinden, die de mogelijkheid zou bieden om de winstgevende koloniale gebieden te bereiken zonder strijd met concurrenten te hoeven leveren op de normale zeeroutes. Hun vergeefse pogingen werden destijds bemoeilijkt door de relatief lage temperaturen die toen op het noordelijk halfrond heersten (de 'Kleine IJstijd'), maar ook nu is de route 'om de noord' slechts gedurende hartje zomer, en dan nog alleen met behulp van zeer sterke ijsbrekers, te begaan.


De Noordelijke IJszee ligt dicht omsloten door Europa, AziŽ,
Canada en Groenland (kaart Universiteit van Texas)

Zo was het althans tot voor kort. Mogelijk komt daarin nu echter verandering, want de 'eeuwige ijskap' in de Noordelijke IJszee blijkt tussen 2004 en 2005 plotseling met maar liefst 14% in omvang te zijn afgenomen. Vooral in wat de 'Oostelijke Noordelijke IJszee' wordt genoemd, dat wil zeggen het zeegebied ten noorden van Europa en AziŽ, gaat het heel hard: de omvang nam daar zelfs met ongeveer de helft af, doordat een deel van het daar aanwezige ijs naar de Westelijke Noordelijke IJszee dreef, ten noorden van Canada.


Pas in 1991 kon, door het dikke ijs, de eerste niet-nucleaire ijsbreker (de Oden),
de noordpool bereiken (foto Universiteit van Bergen)

De totale afname van de omvang van het 'eeuwige ijs' gedurende de winter bedroeg zo'n 730.000 km2. Weliswaar werd het in de zomer afgesmolten gedeelte voor het grootste deel weer in de winter met ijs bedekt, maar met een veel dunner pakket. Het 'eeuwige ijs' is omstreeks 3 m dik, en kan daardoor de zomer doorstaan. Er smelt dan weinig van af, en eenzelfde hoeveelheid ijs groeit de volgende winter weer aan. Nu blijkt de situatie echter dramatisch veranderd: het gebied waar het 'eeuwige ijs' zomers was verdwenen, werd in de winter van 2004/2005 weliswaar weer bedekt met een ijslaag, maar die was niet meer dan 0,3-2 m dik; dat is onvoldoende om volledige afsmelting in de zomer te voorkomen.


Satellietopname (NASA) van het 'eeuwige ijs' in de Noordelijke IJszee

Het verdwijnen van een significant deel van het 'eeuwige ijs' kan niet direct worden toegeschreven aan stijgende temperaturen. Het lijkt erop dat wind verantwoordelijk is voor het afdrijven van veel ijs uit het oostelijk deel naar het westelijk deel van de Noordelijke IJszee, maar dat daarbij ook ijs werd weggevoerd naar het zuiden, tussen Groenland en Spitsbergen door. Dat ijs kwam in zuidelijker en dus warmer water terecht en smolt weg.


In de zomer vallen er gaten in het zeeijs
(foto Integrated Ocean Drilling Program, IODP)

Hoe meer 'eeuwig zeeijs' uit de Noordelijke IJszee verdwijnt, hoe minder warmte er 's zomers aan het water wordt onttrokken bij het smelten van een deel van de ijskap. Het water zou daardoor geleidelijk iets minder koud kunnen worden, waardoor het afsmelten van ijs in de zomer verder zou kunnen worden versterkt, en ook langer zou kunnen doorgaan. Het is niet denkbeeldig dat daardoor op langere termijn inderdaad een 'route om de noord' voor zeevaarders ter beschikking zal komen.

Referenties:
  • Nghiem, S.V., Chao, Y., Neumann, G., Perovich, D.K., Street, T. & Clemente-Colůn, P., 2006. Depletion of perennial sea ice in the East Arctic Ocean. Geophysical research Letters 33, L17501, doi:10.1029/2006GL027198, 6 pp.


Copyright © NGV 1999-2017
webmaster@geologischevereniging.nl