NGV-Geonieuws 6 artikel 74

NGV-Geonieuws: elektronisch geologisch tijdschrift


1 December 1999, jaargang 1 nr. 6 artikel 74

Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon
Geologisch Instituut, Adam Mickiewicz Universiteit, Poznan (Polen)

Dit artikel is onderdeel van NGV-Geonieuws uitgave 6! Op de huidige pagina is alleen artikel 74 te lezen.

<< Vorig artikel: 73 | Volgend artikel: 75 >>

74 Relatie koolzuurgas / temperatuur geologisch steeds meer omstreden
Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon

Klik hier voor alle artikelen over Oceanografie ! Klik hier voor alle artikelen over (Paleo)Klimaat !     Klik hier om dit artikel af te drukken !

Het koolzuurgehalte in de atmosfeer stijgt sinds het begin van de industriële revolutie. Niemand zal ontkennen dat ook de temperatuur op aarde langzaam lijkt te stijgen. Het oorzakelijke verband tussen die twee parameters is echter lang niet zo duidelijk als politici ons soms willen doen geloven. Nieuw onderzoek geeft aan dat in de geschiedenis van de aarde stijging van het koolzuurgasgehalte in de atmosfeer soms gepaard ging met een daling van de temperatuur, en dat ook een daling van het CO2-gehalte soms gepaard ging met een temperatuurstijging.

Engelse onderzoekers die de eigenschappen van de oceaan in het geologische verleden onderzoeken (met behulp van het borongehalte in planktonische foraminiferen), vonden dat zo’n 43 miljoen jaar geleden - toen de temperatuur op aarde volgens de nu bekende gegevens ca. 5 °C hoger was dan thans - de concentratie van CO2 in de atmosfeer nauwelijks hoger was dan nu. Die bevinding stemt precies overeen met die van een Amerikaans onderzoeker die de situatie van 15 miljoen jaar geleden onderzocht; deze onderzoeker merkt bovendien op dat de concentraties van koolzuurgas nauwelijks veranderden toen de temperatuur dat wel deed. En de temperatuur deed dat zelfs in sterke mate, want zo’n 14,5 miljoen jaar geleden begon de ijskap op Antarctica zich snel uit te breiden, als een eerste aanzet voor het IJstijdvak dat ca. tweemiljoen jaar geleden begon. Bovendien, 17 miljoen jaar geleden toen het zeewater ca. 6 °C warmer was dan nu, was de koolzuurgasconcentratie in de atmosfeer lager dan voor het begin van de industriële revolutie.

Deze opvallende bevindingen komen voor de paleoklimatologen overigens niet geheel onverwacht. Al eerder was uit de analyse van luchtbelletjes uit ijskernen op Antarctica en Groenland de conclusie getrokken dat het oorzakelijk verband tussen een stijgend CO2-gehalte en een stijgende temperatuur wellicht anders is dan men vaak aanneemt: uit de gegevens blijkt namelijk dat vaak eerst de temperatuur steeg, en dat pas daarna ook de concentratie van koolzuurgas in de atmosfeer toenam.

Hoe kunnen deze discrepanties worden verklaard? De paleoceanografen neigen ertoe om te zeggen dat de temperatuurfluctuaties onder invloed van wisselende concentraties koolzuurgas wel optreden - zeker op korte termijn - maar dat ze op langere termijn volstrekt ondergeschikt zijn aan factoren die een vele malen grotere invloed hebben. Daarbij denken ze dan in de eerste plaats aan veranderende circulatiepatronen van het zeewater, waardoor het warmtetransport van de evenaar naar de polen - en het koudetransport in omgekeerde richting - zowel van plaats als van grootte kan veranderen. Dat zou moeten impliceren dat het niet gaat om twee variabelen die op elkaar worden gesuperponeerd, maar dat er kennelijk een mechanisme is waardoor de CO2-concentratie op langere termijn de temperatuur nauwelijks beïnvloedt.

Referenties:
  • Kerr, R.A., 1999. Slide into ice ages not carbon dioxide’s fault? Science 284, p. 1743-1746.
  • Pearson, P.N. & Palmer, M.R., 1999. Middle Eocene seawater pH and atmospheric carbon dioxide concentrations. Science 284, p. 1824-1826.

N.B.: een iets afwijkende versie van dit bericht werd onder de titel 'Hoog CO2-gehalte en toch een koud klimaat' geplaatst in de bijlage 'Wetenschap & Onderwijs' van NRC Handelsblad (1 september 1999).


Copyright © NGV 1999-2017
webmaster@geologischevereniging.nl