NGV-Geonieuws 129 artikel 744

NGV-Geonieuws: elektronisch geologisch tijdschrift


15 November 2006, jaargang 8 nr. 22 artikel 744

Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon
Geologisch Instituut, Adam Mickiewicz Universiteit, Poznan (Polen)

Dit artikel is onderdeel van NGV-Geonieuws uitgave 129! Op de huidige pagina is alleen artikel 744 te lezen.

<< Vorig artikel: 743 | Volgend artikel: 745 >>

744 Grote sprong voorwaarts bij onderzoek naar oorzaak uitstervingen
Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon

Klik hier voor alle artikelen over Astronomie ! Klik hier voor alle artikelen over het Inwendige van de Aarde ! Klik hier voor alle artikelen over Paleontologie, Fossielen & Uitstervingen ! Klik hier voor alle artikelen over Structurele geologie, (Plaat)tektoniek & Aardbevingen ! Klik hier voor alle artikelen over Vulkanologie !     Klik hier om dit artikel af te drukken !

Onder leiding van de Nederlandse geoloog Jan van Dam (Universiteit van Utrecht) heeft een internationaal team van paleontologen duidelijk gemaakt door welke oorzaak veel soorten zijn uitgestorven gedurende de geologische geschiedenis. Weliswaar geeft het uitgevoerde onderzoek alleen uitsluitsel voor een bepaalde groep dieren (knaagdieren) uit een beperkt gebied (Spanje) voor een beperkte geologische tijd (24,5-2,5 miljoen jaar geleden), maar de onderzoekers denken dat hun conclusies algemene geldigheid zullen blijken te hebben als er voldoende onderzoek wordt gedaan.


Eerste en tweede onder- en bovenkaakkies van Parapodemus gaudryi, een uitgestorven
soort behorend tot de 'echte muizen' (waartoe ook de huismuis, rat en bosmuis behoren)

Sinds Darwin heeft de hypothese van de 'survival of the fittest' veel aanhang gehad, en ook nu nog heeft deze hypothese - die ervan uitgaat dat bestaande soorten tegen nieuwe soorten moeten opboksen (bijv. bij het zoeken naar voedsel), en dat daarbij vaak een van beide het loodje legt -veel aanhangers. De enige andere hypothese die veel aanhangers kent stelt dat soorten uitsterven bij extreme gebeurtenissen zoals sterke klimaatschommelingen, omdat ze zich niet snel genoeg aan de nieuwe omstandigheden kunnen aanpassen.


Reconstructie (door Mauricio Antón) van Eomys.
De vlieghuid van sommige fossiele exemplaren geeft aan dat
Eomys(net als vliegende eekhoorns), zweefde van boom tot boom.

Welke hypothese juist is, was tot nu toe niet duidelijk. Onderzoek betrof namelijk ofwel zulke (geologisch gezien) korte perioden dat er onvoldoende evolutionaire veranderingen optraden, ofwel zulke lange perioden dat er onvoldoend materiaal van alle betrokken soorten beschikbaar was. Daarnaast waren de bestudeerde fossielen vaak uit ver van elkaar afgelegen gebieden afkomstig, waardoor vergelijking van de omstandigheden (en vaak ook de correlatie in tijd) moeilijk of zelfs vrijwel onmogelijk was.

Jan van Dam kwam op het idee om de bovenstaande problemen teniet te doen door uit drie Spaanse gebieden collecties van knaagdiertanden bijeen te brengen uit een tijdsinterval dat lang genoeg was om significante veranderingen te bevatten. Zo ontstond een totale collectie van 80.000 knaagdiertanden die afkomstig waren van rivier- en meerafzettingen die gezamenlijk een continue en goed dateerbare weerslag vormen van 22 miljoen jaar evolutie.


Deel van bovenkaak van Armantomys, een uitgestorven
Spaans slaapmuizengeslacht. Ouderdom ca. 14,5 miljoen jaar.
Foto Pablo Pelaez-Campomanes

De bestudering hiervan toonde aan dat er opvallend veel soorten uitstierven binnen bepaalde (relatief) korte tijdsintervallen, en dat de 'hoogtepunten' van het uitsterven ook nog cyclisch plaatsvonden. Elke 2,4-2,5 miljoen jaar bleek namelijk plotseling zo'n 30% van de knaagdiersoorten uit te sterven, en daarop bleek een cyclus met gelijke gevolgen te zijn gesuperponeerd met een cyclusduur van 1 miljoen jaar. Hoewel deze cycli niet behoren tot de 'klassieke' cycli die in grote lijnen de curve van Milankovitch bepalen (waarmee de afwisseling van ijstijden en interglacialen wordt verklaard), hebben ze wel - naar overigens pas kort geleden bekend is geworden - een vergelijkbaar astronomisch karakter. De cycli gaan namelijk gelijk op met fasen waarin het ijs zich uitbreidt en de gemiddelde temperatuur op aarde daalt als gevolg van zelden voorkomende onderlinge posities van de Aarde, de zon en Mars.


Deel van bovenkaak van Democricetodon, een uitgestorven
hamstergeslacht. Ouderdom ca. 14,5 miljoen jaar.
Foto Pablo Pelaez-Campomanes.

Hiermee lijkt het pleit, althans voor de Spaanse knaagdieren uit het laatste deel van het Tertiair, beslecht: vooral klimaatwisselingen leiden tot het verdwijnen van soorten. Voor grotere zoogdieren zal dat uiteraard minder gemakkelijk zijn vast te stellen, omdat daarvan in het algemeen veel minder fossiele restanten overgebleven zijn.

Referenties:
  • Dam, J.A. van, Aziz, H.A., Álvarez Sierra, M.Á., Hilgen, F.J., Hoek Ostende, L.W. van den, Lourens, L.J., Mein, P., Meulen, A.J. van der & Pelaez-Campomanes, P., 2006. Long-period astronomical forcing of mammal turnover. Nature 443, p. 687-691.

Foto's welwillend ter beschikking gesteld door Jan van Dam, Faculteit Aardwetenschappen, Universiteit van Utrecht, Utrecht.


Copyright © NGV 1999-2017
webmaster@geologischevereniging.nl