NGV-Geonieuws 130 artikel 746

NGV-Geonieuws: elektronisch geologisch tijdschrift


1 December 2006, jaargang 8 nr. 23 artikel 746

Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon
Geologisch Instituut, Adam Mickiewicz Universiteit, Poznan (Polen)

Dit artikel is onderdeel van NGV-Geonieuws uitgave 130! Op de huidige pagina is alleen artikel 746 te lezen.

<< Vorig artikel: 745 | Volgend artikel: 747 >>

746 Fossiele schrikvogel had kop zo groot als een paardenhoofd
Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon

Klik hier voor alle artikelen over Paleontologie, Fossielen & Uitstervingen !     Klik hier om dit artikel af te drukken !

De grootste vogels (Phorusrhacidae) die ooit op aarde voorkwamen zijn de zogeheten schrikvogels (beter bekend onder hun Engelse naam: terror birds), die tussen 60 en 2 miljoen jaar geleden leefden in Zuid-Amerika. Ze konden zich in dat vrijwel van de rest van de wereld geÔsoleerde continent ontwikkelen tot de dominante roofdieren. Hun naam danken ze aan hun grootte, die onder meer valt af te leiden uit de grootte van de schedelfragmenten die zijn gevonden.


De nieuwe fossiele schrikvogel was veel groter
dan een mens


Veel zoogdieren waren een gemakkelijke
prooi voor de schrikvogel


Over de precieze eigenschappen van de schrikvogels is weinig bekend omdat het fossiele materiaal schaars is; er waren twee schedelfragmenten bekend: een zeer onvolledige schedel van ruim 60 cm lang van Devincenzia pozzi, en een schets van de schedel van Phorusrhacos longissimus (die bij het verzamelen uiteenviel). Daarnaast was er ook nog een schets van de veel kleinere schedel van Patagornis marshi (met zijn 35 cm toch ook altijd nog een grote vogelschedel).

Het beeld van de schrikvogels is een stuk duidelijker - en huiveringwekkender - geworden door de vondst van nieuw materiaal in afzettingen van 14-15 miljoen jaar oud (Mioceen). Het gaat daarbij onder meer om een vrijwel volledige schedel, die met zijn 71,6 cm lengte (vergelijkbaar met de schedel van een paard) nog veel groter is dan van enige andere schrikvogel. De schedel vertoont overeenkomst met die van de kleinere Devincenzia pozzi, maar wijkt daarvan toch ook weer zoveel af dat het waarschijnlijk om een nieuwe (nog niet benoemde) soort gaat.


De schedel van ruim 71 cm lang

Paleontologen namen gewoonlijk aan dat hun grootte de schrikvogels tamelijk log maakte op de grond. Des te vervaarlijker moeten ze zijn geweest bij een aanval vanuit de lucht, want alle fossiele schedelfragmenten wijzen op enorme, gekromde snavels. De nieuwe vondst doet aan dat laatste zeker niets af (de nieuwe soort moet lammeren hebben kunnen oppakken en in zijn bek fijnkraken), maar de karakteristieken van het samen met de schedel gevonden bot materiaal werpen wel een ander licht op het loopvermogen van de nieuw ontdekte soort: het moeten vogels zijn geweest die op de grond goed uit de voeten konden, en die - net zoals bijv. struisvogels - hard konden rennen. Ze waren alleen veel groter dan struisvogels: hun hoogte moet omstreeks 3 m zijn geweest.

De bevinding van een enorme lichaamsgrootte in combinatie met een snel loopvermogen lijkt bestaande hypotheses over de relatie tussen die twee eigenschappen omver te werpen. Dat zou ook consequenties kunnen hebben voor de interpretatie van de voortbeweging van de grote dinosauriŽrs.

Referenties:
  • Chiappe, L.M. & Bertelli, S., 2006. Skull morphology of giant terror birds. Nature 443, p. 929.

Figuren welwillend ter beschikking gesteld door Luis Chiappe, Natural History Museum of Los Angeles County, Los Angeles, CA (Verenigde Staten van Amerika).


Copyright © NGV 1999-2017
webmaster@geologischevereniging.nl