NGV-Geonieuws 6 artikel 75

NGV-Geonieuws: elektronisch geologisch tijdschrift


1 December 1999, jaargang 1 nr. 6 artikel 75

Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon
Geologisch Instituut, Adam Mickiewicz Universiteit, Poznan (Polen)

Dit artikel is onderdeel van NGV-Geonieuws uitgave 6! Op de huidige pagina is alleen artikel 75 te lezen.

<< Vorig artikel: 74 | Volgend artikel: 76 >>

75 Aangepaste militaire laser is uitkomst voor paleontologen
Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon

Klik hier voor alle artikelen over Paleontologie, Fossielen & Uitstervingen !     Klik hier om dit artikel af te drukken !

Het uitprepareren van fossiele botten gebeurt nu bijna altijd met de hand, wat niet alleen tijdrovend is (en dus kostbaar), maar ook een grote kans biedt op beschadiging van het fossiel. Dat geldt vooral wanneer de botten zachter zijn dan het omringende gesteente. Zo kost het uitprepareren van een kleine zoogdierschedel handmatig soms in de orde van grootte van twee maanden; volgens Pet Reser van het New Mexico Museum of Natural History and Science kost het uitprepareren van het volledige skelet van een middelgrote dinosauriër zelfs zo’n twintig mensjaar. Nu blijkt een voor militaire doeleinden ontwikkeld en vervolgens aangepast lasersysteem een zeer effectief hulpmiddel voor dit uitprepareren te zijn. Paleontologen en museumdirecties hebben dan ook opgetogen gereageerd op de melding van de nieuwe technologie.

Het militaire lasersysteem waarom het gaat werd ontwikkeld met als doel om door een gesteente te kunnen snijden, maar daarmee direct te stoppen zodra een inhomogeniteit werd aangetroffen. Wanneer het zou worden toegepast voor het uitprepareren van fossielen betekent dit dat het apparaat zichzelf direct zou uitschakelen wanneer de laserstraal een fossiel met een van het omringende gesteente afwijkende dichtheid zou raken. Daarmee wordt beschadiging voorkomen. Lowell Wood en enkele van zijn medewerkers in Livermore (Californië) vonden dat echter nog niet mooi genoeg. In hun vrije tijd werkten ze het systeem verder uit. Ze gebruiken een sterke infrarood-laser met lichtpulsen van elk 100 femtoseconde (een femtoseconde is een miljoenste deel van een miljardste seconde). Door deze extreem korte pulsen absorbeert het oppervlak vrijwel alle energie, waardoor het als het ware langzaam wordt verdampt. Aan het onderliggende materiaal wordt daarbij geen noemenswaardige warmte (energie) afgegeven, zodat dat materiaal niet wordt aangetast.

Het emissiespectrum vanhet verdampende materiaal wordt automatisch opgetekend, zodat de samenstelling van het verdampende materiaal momentaan bekend is. Daardoor kan een verandering, bijv. bij het aanstippen van een fossiel, direct worden vastgesteld, aldus Wood. Zodra fosfaat, dat kenmerkend is voor botten maar dat verder weinig in gesteenten voorkomt, wordt gesignaleerd, schakelt de laser zichzelf uit. Het apparaat werd gedemonstreerd op een bijeenkomst in Denver van de Society for Vertebrate Paleontology, die in oktober plaatsvond.

Het is in principe mogelijk om het apparaat ook op andere stoffen dan fosfaat te laten reageren. Wood en zijn medewerkers willen dan ook verder werken aan technieken waarbij, behalve botten, ook andere typen fossielen met behulp van laserstralen kunnen worden uitgeprepareerd.

Referenties:
  • G.O.-Wissen Online, 1999. Starker Laser für zarte Fossilien.

N.B.: een iets afwijkende versie van dit bericht werd onder de titel 'Lasertechniek voor uitprepareren van fossiele botten' geplaatst in de bijlage 'Wetenschap & Onderwijs' van NRC Handelsblad (27 november 1999).


Copyright © NGV 1999-2017
webmaster@geologischevereniging.nl