NGV-Geonieuws 132 artikel 759

NGV-Geonieuws: elektronisch geologisch tijdschrift


1 Januari 2007, jaargang 9 nr. 1 artikel 759

Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon
Geologisch Instituut, Adam Mickiewicz Universiteit, Poznan (Polen)

Dit artikel is onderdeel van NGV-Geonieuws uitgave 132! Op de huidige pagina is alleen artikel 759 te lezen.

<< Vorig artikel: 758 | Volgend artikel: 760 >>

759 Egyptische piramides bestaan (deels) uit gegoten beton
Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon

Klik hier voor alle artikelen over Archeologie ! Klik hier voor alle artikelen over Mineralen !     Klik hier om dit artikel af te drukken !

De piramides bij Gizeh behoorden niet voor niets tot de klassieke wereldwonderen. Ook nu nog roepen ze veel vragen op. Een van de belangrijkste is hoe de oude Egyptenaren, met de techniek die zo'n 5000 jaar geleden voorhanden was, de enorme stenen zo ver omhoog konden krijgen. Een andere vraag is hoe ze de gigantische stenen, die vaak precies in elkaar passen, zo nauwkeurig konden uithakken en ook weer precies passend op hun plaats konden krijgen.


De piramides bij Gizeh hadden oorspronkelijk
een gladde buitenwand, hier nog aanwezig in
het bovenste deel


De stenen in de piramide zijn onregelmatig
van vorm


Een goede 25 jaar geleden opperde een Franse chemicus, Joseph Davidovits, dat de piramides niet waren gebouwd van blokken kalksteen, maar dat ze bestaan uit een soort betonblokken, waarbij kalk is gebruikt in de plaats van zand. Dat idee werd direct weggehoond door archeologen. In de loop der jaren kwamen er steeds meer aanwijzingen dat Davidovits op z'n minst deels gelijk had, maar de weerstand tegen de theorie bleef sterk. Na een studie door experts op het gebied van materiaalkunde, zijn er nu echter zoveel nieuwe ondersteunende gegevens beschikbaar gekomen, dat de - overigens direct weer opgelaaide - kritiek niet langer houdbaar blijft.


Detail van regelmatige 'buitenstenen' (linksboven) en onregelmatige 'binnenstenen'

De nieuwe studie wijst uit dat er bij de bouw van de piramides twee soorten steen zijn gebruikt: een die uit kalksteengroeven werd gehakt, en een kunstmatig gesteente. Dat kon worden vastgesteld door gesteenten uit de voor de piramides gebruikte kalksteengroeves van Toura en Maadi te vergelijken met de gesteenten van de piramides. Die vergelijking vond plaats met behulp van röntgenstraling, een plasmatoorts en elektronenmicroscopie. Daarbij werden verschijnselen waargenomen die wijzen op een chemische reactie die zo snel plaatsvond dat geen natuurlijke uitkristallisatie kon plaatsvinden. De verschijnselen zijn onbekend uit natuurlijke kalksteen, maar des te beter van gegoten beton.

De piramide van Cheops is opgebouwd uit ca. 2,5 miljoen steenblokken. In het binnenste deel bestaan die voor een deel uit granietblokken van zo'n 10 ton zwaar. Daaromheen bevinden zich vooral ruw gehakte kalksteenblokken; het bovenste deel van de piramide en de buitenlaag zijn volgens de onderzoekers echter opgebouwd uit gegoten betonblokken. Daarmee valt te verklaren hoe de buitenwand zo mooi egaal glad kon zijn, waarom de buitenste stenen zulke kaarsrechte vlakken hebben, en waarom sommige stenen met gebogen vlakken zo wonderwel in elkaar passen.


De buitenste stenen zijn volledig vlak (onderste rij), daarachter zitten iets ruwere, en binnenin zijn de stenen onregelmatig


Het lijkt onmogelijk dat stenen konden worden uitgehouwen met vormen die zo precies in elkaar passen


Dat de buitenwanden uit gladde stenen werden opgebouwd, kan een esthetische achtergrond hebben, maar ook zouden de Egyptenaren er zich al van bewust kunnen zijn geweest (door hun lange geschiedenis) dat gladde oppervlakken minder van verwering te lijden hebben dan ruwe oppervlakken. Dat het topdeel van de piramide bestaat uit gegoten betonblokken, is ook heel logisch. Zo kon immers worden voorkomen dat de enorm zware stenen tot grote hoogte moesten worden opgetild (en een katrol kan niet zijn gebruikt want het wiel was nog niet uitgevonden!).

Het betonmengsel werd volgens de onderzoekers verkregen door de zachte kalksteen uit de groeves, die waren gelegen in het vochtige zuidelijke deel van het Plateau van Gizeh, op te lossen in plassen die door de Nijl werden gevoed. De kalksteen veranderde daarbij in een brij, die werd vermengd met kalk (verkregen uit de as van stookplaatsen) en zout. Als het water verdampte, bleef een vochtig, kleiachtig mengsel achter dat naar de bouwplaats werd vervoerd, waar het in houten mallen werd gegoten om in enkele dagen uit te harden. Bij een uitgevoerd experiment lukte het om zo in tien dagen een dergelijk 'betonblok' te vervaardigen.


Een mogelijk model: Gegoten buitenstenen (blauw), zorgvuldig
uitgehakte stenen daaronder (geel) en ruw uitgehakte stenen binnenin (rood)

Er zijn nog diverse andere aanwijzingen voor een kunstmatig ontstaan van buiten- en topstenen van de piramides van Cheops, Khefren en Mycerinos. Zo hebben ze bijv. luchtbelletjes in hun bovenste deel (waardoor ze daar ook lichter zijn dan aan de basis), net als 'ouderwetse' betonblokken. Verder bevatten de 'betonblokken' verhoudingen tussen elementen zoals silicium, calcium en magnesium die afwijken van de waarden van de kalkstenen in de groeves. Het zal nog wel even duren voordat de archeologische wereld erkent dat de oude Egyptenaren beton kenden (de uitvinding daarvan wordt toegeschreven aan de Romeinen), maar gelukkig voor hen blijven er voorlopig nog voldoende andere raadsels omtrent de piramiden bestaan.bij .
bij model:

Referenties:
  • Barsoum, M.W. & Ganguly, A., 2006. Microstructural evidence of reconstituted limestone blocks in the great pyramids of Egypt. Journal of the American Ceramic Society 89, p. 3788-3796.

Foto's welwillend ter beschikking gesteld door Michel Barsoum, Department of Materials Science and Engineering, Drexel University, Philadelphia, PA (Verenigde Staten van Amerika).


Copyright © NGV 1999-2017
webmaster@geologischevereniging.nl