NGV-Geonieuws 132 artikel 760

NGV-Geonieuws: elektronisch geologisch tijdschrift


1 Januari 2007, jaargang 9 nr. 1 artikel 760

Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon
Geologisch Instituut, Adam Mickiewicz Universiteit, Poznan (Polen)

Dit artikel is onderdeel van NGV-Geonieuws uitgave 132! Op de huidige pagina is alleen artikel 760 te lezen.

<< Vorig artikel: 759 | Volgend artikel: 761 >>

760 Last Glacial Maximum was zoín 7 įC kouder dan nu
Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon

Klik hier voor alle artikelen over (Paleo)Klimaat !     Klik hier om dit artikel af te drukken !

De laatste ijstijd bereikte een 'koudepiek' omstreeks 21.000-20.000 jaar geleden. Dit zeer koude interval staat bekend als het 'Late Glacial Maximum', ook wel als het 'Last Glacial Maximum' (LGM). Hoe koud het toen precies was, hangt uiteraard mede af van de plaats op aarde, maar op basis van fossiele restanten (vooral pollen uit de iets minder koude gebieden) valt op te maken dat de temperatuur enkele graden lager moet zijn geweest dan nu. De temperatuurdaling was natuurlijk ook niet overal op aarde even groot, maar erg verschillend kan de daling - vanwege de circulatiepatronen in de oceanen en de atmosfeer - niet zijn geweest. Hoeveel lager de gemiddelde temperatuur op aarde tijdens het LGM was, is moeilijk precies vast te stellen, maar een nieuwe benaderingswijze geeft daarvan nu een redelijk duidelijk beeld.


De uitbreiding van het landijs tijdens het LGM

De nieuwe benadering combineert een aantal klimaatmodellen met empirische (op waarnemingen berustende) gegevens over regionale afkoeling die zijn afgeleid van zogeheten 'proxies', dat zijn parameters die een relatie hebben met het onderzoeksobject (zo hangt de dikte van een jaarring in een boom samen met de temperatuur in dat jaar, maar geeft hij geen informatie over de absolute temperatuur).


LGM-morene in California (foto Matthew Kirby, California State University)

Op basis van deze methode hebben onderzoekers uit Potsdam computerberekeningen uitgevoerd om het temperatuurverschil te berekenen tussen het LGM en het pre-industriŽle tijdperk. Uit die berekeningen blijkt dat het LGM 4,3-9,8 įC kouder was dan het interval van vlak voor de pre-industriŽle revolutie. De aanzienlijke spreiding in de gevonden waarden hangt samen met de verschillende versies van het klimaatmodel dat werd gebruikt.


Het verloop van de temperatuur (onderste curve) en het atmosferisch CO 2-gehalte (bovenste curve) gedurende de vier laatste ijstijden en interglacialen

Omdat de onderzoekers de gevonden spreiding erg groot vonden, hebben ze de uitkomst nader ingeperkt door de waarden te koppelen aan bekende gegevens over de afkoeling van de oppervlaktewateren in de oceanen. Daardoor kwamen ze uiteindelijk uit op een temperatuur voor het LGM die 5,8 (Ī 1,4) įC lager was dan vlak voor de industriŽle revolutie. Uit metingen van meteorologische stations (die al voor de industriŽle revolutie begonnen) is bekend dat de temperatuur voor de industriŽle revolutie ruim een graad lager was dan nu (het precieze verschil hangt af van de plaats op aarde, en van het meetmoment: de industriŽle revolutie vond tenslotte niet overal gelijktijdig plaats).


Verschil in oppervlaktetemperatuur gedurende het LGM en de pre-industriŽle temperatuur op aarde (a), variaties t.o.v. het gemiddelde (b), en bijdragen van ijskappen (c), atmosferisch koolzuurgas (d), vegetatatie (e) en atmosferisch stof (f)

Hieruit valt te concluderen dat het laatste echt koude interval van de laatste ijstijd, zoín 20.000 jaar geleden, omstreeks 7 įC kouder moet zijn geweest dan nu.

Referenties:
  • Schneider von Deimling, Th., Ganopolski, A., Held, H. & Rahmstorf, S., 2006. How cold was the Last Glacial Maximum? Geophysical Research Letters 33, doi:10.1029/2006GL026484, 5 pp.

Kaart met oppervlaktetemperaturen welwillend ter beschikking gesteld door Thomas Schneider von Deimling, Potsdam Institute for Climate Impact Research, Potsdam (Duitsland).


Copyright © NGV 1999-2017
webmaster@geologischevereniging.nl