NGV-Geonieuws 132 artikel 767

NGV-Geonieuws: elektronisch geologisch tijdschrift


23 Januari 2007, jaargang 9 nr. 1 artikel 767

Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon
Geologisch Instituut, Adam Mickiewicz Universiteit, Poznan (Polen)

Dit artikel is onderdeel van NGV-Geonieuws uitgave 132! Op de huidige pagina is alleen artikel 767 te lezen.

<< Vorig artikel: 766 | Volgend artikel: 768 >>

767 Hittegolf gedurende Europese zomer van 2003 was niet uitzonderlijk
Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon

Klik hier voor alle artikelen over (Paleo)Klimaat !     Klik hier om dit artikel af te drukken !

Het afgelopen jaar was bijzonder warm, maar ook in 2003 was er sprake van een hittegolf in Europa. Die werd veroorzaakt door een ongewone situatie van de lagere troposfeer. Menigeen herinnert zich nog de talrijke slachtoffers van die hittegolf, die vooral in Frankrijk vielen (of waarschijnlijker: waarvan alleen Frankrijk ondubbelzinnige statistieken bijhield). Het duurt altijd geruime tijd voordat alle meteorologische en klimatologische aspecten van een bepaald gebied in een bepaalde periode goed in kaart zijn gebracht, maar voor de zomer 2003 in Europa is dat nu het geval.


Europa was zeer warm, maar niet de enige plaats met hoge temperaturen

De conclusie die Amerikaanse deskundigen trekken uit het totaal aan gegevens is, in ieder geval op het eerste gezicht, opzienbarend: de zomer was helemaal niet zo uitzonderlijk, tenminste niet wanneer die wordt bezien binnen de context van zowel andere extreme situaties binnen de troposfeer sinds 1979 voor het gebied van 22-80°N.B. als wereldwijd jaarlijkse gemiddelden.


De temperatuur in Europa bereikte in 2003 zeer hoge waarden (NASA)

Er zijn vijf belangrijke bevindingen van het onderzoek. De eerste is dat abnormaal warme situaties, gelijk of nog warmer dan de zomer van 2003, regelmatig voorkomen (en dat hebben we in de zomer van 2006 gemerkt!). De tweede bevinding is dat perioden met abnormaal lage temperaturen ook vaak voorkomen, waarbij de afwijking van de gemiddelde temperatuur omlaag zelfs nog groter is dan de afwijking omhoog in 2003. Een derde uitkomst was dat abnormaal warme of koude temperaturen, zowel wereldwijd bezien als op een van de halfronden, vooral voorkomen in jaren waarin de gemiddelde temperatuur op zichzelf ook al hoger (of lager) is dan het langjarige gemiddelde. De vierde conclusie is dat natuurlijke verschijnselen zoals El Niño of grote vulkanische uitbarstingen een veel grotere invloed hebben op regionaal extreme afwijkingen van de gemiddelde temperatuur dan andere factoren (zoals een geleidelijk stijgende gemiddelde temperatuur op aarde). Als vijfde en laatste conclusie stellen de onderzoekers dat statistische analyse - in tegenstelling tot wat vaak wordt beweerd - geen onderbouwing verschaft aan de hypothese dat regionale hittegolven steeds vaker voorkomen.


Mensen zochten zelfs verkoeling in de fontein op Trafalgar Square

De onderzoekers geven zelf aan dat hun onderzoek niet voor eens en altijd een eind maakt aan de discussie of er steeds extremere weersomstandigheden optreden. Daarvoor vinden ze de beschouwde periode van zo'n 25 jaar te kort. Hoe langer het tijdsinterval dat wordt bekeken, hoe groter de uitslagen die worden gevonden ten opzichte van het gemiddelde. Wel stellen de onderzoekers - overigens in bedekte termen - dat het onderzoek uitwijst dat de vaak boude uitspraken over een snelle klimaatverandering niet door de feiten worden gedekt.

Referenties:
  • Chase, Th.N., Wolter, K., Pielse Sr., R.A. & Rasool, I., 2006. Was the 2003 European summer heat wave unusual in a global context? Geophysical Research Letters 33, doi:10.1029/GL027470, 5 pp.

Wereldkaart (met toestemming van de American Geophysical Union) welwillend ter beschikking gesteld door Tom Chase, Department of Geography, University of Colorado, Boulder, CO (Verenigde Staten van Amerika).


Copyright © NGV 1999-2017
webmaster@geologischevereniging.nl