NGV-Geonieuws 6 artikel 77

NGV-Geonieuws: elektronisch geologisch tijdschrift


1 December 1999, jaargang 1 nr. 6 artikel 77

Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon
Geologisch Instituut, Adam Mickiewicz Universiteit, Poznan (Polen)

Dit artikel is onderdeel van NGV-Geonieuws uitgave 6! Op de huidige pagina is alleen artikel 77 te lezen.

<< Vorig artikel: 76 | Volgend artikel: 78 >>

77 Uit oceaan vrijkomend methaan zorgde 55 miljoen jaar geleden voor dramatische verandering van atmosfeer
Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon

Klik hier voor alle artikelen over Oceanografie ! Klik hier voor alle artikelen over Paleontologie, Fossielen & Uitstervingen !     Klik hier om dit artikel af te drukken !

Op de grens tussen Paleoceen en Eoceen, omstreeks 55 miljoen jaar geleden, veranderde de fauna plotseling sterk. Op dat moment stierf bijv. zo’n 70% uit van alle foraminiferen die op de bodem van ondiepe zeeën leefden. Binnen korte tijd werd hun plaats ingenomen door nieuwe soorten. In de diepzee was de verandering zo mogelijk nog dramatischer: dat milieu werd voor bijna alle daar eerder levende soorten onbewoonbaar. Op de continenten deed zich ook een grote verandering voor: primaten en andere zoogdieren trokken vanuit de tropen en subtropen Noord-Amerika binnen, en krokodillen vestigden zich op Antarctica. Het waarom van een dergelijke grootschalige verandering van de milieu-omstandigheden - en daarmee van flora en fauna - heeft geologen altijd geïntrigeerd. Het ziet er nu naar uit dat Richard Norris en Ursula Röhl de vraag van het waarom nu hebben beantwoord.

De onderzoekers maken aannemelijk dat er 54,95 miljoen jaar geleden (zo nauwkeurig is hun datering) grote massa’s sediment van de continentale hellingen naar beneden gleden. Als gevolg daarvan werd het evenwicht dar verstoord, wat er toe leidde dat het methaanijs - in de vorm van gashydraten - dat daar (net als nu) in grote hoeveelheden was opgeslagen in de bodem, plotseling 'ontdooide'. Het vrijkomende methaangas kwam naar boven, waardoor de oceaan zich als het ware omkeerde: de onderste waterlagen kwamen boven. Bij dat proces moeten volgens de onderzoekers binnen enkele duizenden jaren 1200-2000 miljard ton methaangas zijn vrijgekomen, voor een belangrijk deel in de atmosfeer. Omdat methaan een van de belangrijkste broeikasgassen is, had tot grote consequenties voor de gemiddelde temperatuur, ook voor het zeewater. Ze berekenen dat de temperatuur van het water midden in de waterkolom steeg tot zo 15 C, terwijl dat nu slechts 2-4 C is.

Mogelijk duurde het hele proces nog minder dan enkele duizenden jaren, stellen Nors en Rol, maar het effect ervan werd na zo 30.000 jaar maximaal. Pas zo 120.000 jaar later had zich een nieuw klimaatevenwicht ingesteld. De gegevens berusten op analyse van een boorkern uit het westen van de Atlantische Oceaan en werd uitgevoerd in het kader van het grootscheepse geologisch/oceanografische (JOIDES) onderzoek dat al tientallen jaren loopt.

Ook nu bevinden zich enorme hoeveelheden gashydraten in de bovenste sedimentpakketten op de diepzee. In het kader van olieboringen is al gewaarschuwd voor verstoringen waardoor die zouden kunnen 'ontdooien' en zo een soort kettingreactie op gang brengen. Daarvoor hoeft geen nieuw rampenscenario te worden ontwikkeld. Wat er zou kunnen gebeuren, is uit de ontwikkeling op de grens tussen Paleoceen en Eoceen immers al duidelijk.

Referenties:
  • Dickens, G.R., 1999. The blast in the past. Nature 401, p. 752-753.
  • Norris, R.D. & Röhl, U., 1999. Carbon cycling and chronology of climate warming during the Palaeocene/Eocene transition. Nature 401, p. 775-778.

N.B.: een iets afwijkende versie van dit bericht werd onder de titel 'Methaan uit oceaan bracht een drastische temperatuurwijziging' geplaatst in de bijlage 'Wetenschap & Onderwijs' van NRC Handelsblad (27 november 1999).


Copyright © NGV 1999-2017
webmaster@geologischevereniging.nl